Tiplijn:
0800 - 333 2 333

Yalcin Colkusu
donderdag 8 oktober 2009, 12:05 uur
Yalcin Colkusu

naam: Yalcin Colkusu
leeftijd: 31 jaar
woonplaats: Waalwijk
verdwenen sinds: 15 maart 1991
stoffelijk overschot gevonden op: 21 juli 2006

Op vrijdag 15 maart 1991 komt de 31-jarige Zülkarneiyin ‘Yalcin’ Colkusu uit Waalwijk aan het eind van de ochtend thuis uit zijn werk. Rond 13.00 uur zegt hij tegen zijn vrouw dat hij ‘even weg moet’. Wat hij gaat doen, vertelt hij niet, maar hij belooft snel weer terug te komen. Hij vertrekt met

de auto en dat is de laatste keer dat zijn vrouw hem ziet. Rond 14.00 uur die dag wordt Yalcin nog in het Turkse koffiehuis Turkije, aan de Grotestraat 260 in Waalwijk gezien. Enkele dagen later wordt zijn auto – een rode Ford Escort – op een parkeerplaats in Rotterdam-Zuid aangetroffen, maar van Yalcin ontbreekt ieder spoor. De politie vermoedt een misdrijf en start een grootscheeps onderzoek. Het levert echter niets op en op 8 mei 1991 wordt het onderzoek alweer gesloten.

Yalcin staat in Waalwijk bekend als een vriendelijke en joviale man. Over hem doen verhalen de ronde dat hij gokverslaafd is, dat hij schulden heeft en dat hij het niet al te nauw neemt met de huwelijkse trouw. Volgens sommigen houdt Yalcin zich bezig met drugstransacties. In de weken voor zijn verdwijning zegt hij tegen verschillende mensen dat hij plannen heeft om shoarmazaak Manna over te nemen, gevestigd in een dijkhuisje aan de Dorpsstraat in het Brabantse Lage Zwaluwe. De eigenaar van de zaak is in die tijd Hurrem S.. Hij doet het pand in 1995, vier jaar na de verdwijning, van de hand.

Op vrijdag 21 juli 2006, vijftien jaar na de mysterieuze vermissing, doet een nieuwe bewoner van het pand in Lage Zwaluwe tijdens een verbouwing een gruwelijke vondst. In de kelder, onder de vloer van een badkamer, komt het skelet van een man tevoorschijn. Hij heeft een plastic zak over zijn hoofd, zijn handen zijn op de rug gebonden en hij is doodgeschoten. Het skelet is vrijwel intact, er ontbreekt alleen een voet. Uit DNA-onderzoek blijkt dat het gaat om Yalcin. De politie vermoedt dat hij kort na zijn verdwijning al om het leven is gebracht.

De verdenking richt zich direct op S. en hij wordt gearresteerd. Buren zeggen een berg puin bij hem in de tuin te hebben gezien ten tijde van de verdwijning, terwijl een verbouwing aan de shoarmazaak toen allang achter de rug was. Weer anderen beweren dat hij ruzie met Yalcin had over de shoarmazaak. S. ontkent niet dat hij met Yalcin in gesprek was over de overname en hij verklaart zelfs dat het slachtoffer op de avond voor zijn verdwijning, donderdag 14 maart 1991, nog bij hem is geweest. Yalcin kwam volgens S. afscheid nemen omdat hij voor langere tijd weg zou gaan. S. mocht over dat vertrek tegen niemand iets zeggen.

S. ontkent dat hij en Yalcin ruzie hadden en weet naar eigen zeggen niets van de moord. Hij zegt wel dat ene Mehmet A. mogelijk meer van de zaak weet. A. werkte ten tijde van de verdwijning in zijn shoarmazaak in Lage Zwaluwe en was volgens S. een ‘vreemde, agressieve knul met psychopathische trekjes’. A. blijkt al enige tijd onvindbaar. Justitie heeft een internationaal opsporingsbevel tegen hem uitgevaardigd. Mogelijk verblijft hij in Turkije.

Het Openbaar Ministerie eist op 13 februari 2007 vijftien jaar tegen de nu 69-jarige S. wegens betrokkenheid bij de moord. S.’s advocaat Wilko Anker vraagt om vrijspraak, omdat er volgens hem geen enkel bewijs is dat zijn cliënt iets met de zaak te maken heeft. Want, zo redeneert Anker onder andere: ‘het feit dat het lichaam bij S. in de kelder is gevonden, zegt op zich niets’. De rechtbank in Breda spreekt S. twee weken later inderdaad vrij. Er is volgens de rechter in het dossier geen eenduidig motief te vinden en uit niets blijkt dat S. erbij was toen de moord werd gepleegd. Het staat bovendien niet vast dat Yalcin om het leven is gebracht op de plek waar hij is gevonden. Tot slot ‘is niet uit te sluiten dat getuigen zijn beïnvloed en gekleurd zijn door onderlinge gesprekken en de berichtgeving in de media over de zaak’, aldus de rechter.

Wel acht de rechtbank de verklaringen van S. op enkele punten volstrekt ongeloofwaardig. Zo zou uit niets blijken dat Yalcin plannen had om weg te gaan, zoals S. beweert. Bovendien, zo redeneert de rechtbank, heeft S. vijftien jaar lang over dat gesprek gezwegen terwijl daar geen duidelijke reden voor was. Lees hier het hele vonnis.

Het Openbaar Ministerie is inmiddels in hoger beroep gegaan tegen het vonnis.

Omdat er nog veel vragen onbeantwoord zijn gebleven in dit dossier, heeft Peter R. de Vries, misdaadverslaggever besloten om een eigen onderzoek in te stellen. Daarbij doen wij een dringend beroep op iedereen die iets over deze zaak weet. Kende u Yalcin Colkusu? Weet u meer over zijn raadselachtige dood? Kunt u iets vertellen over Mehmet A. en zijn huidige verblijfplaats?

Heeft u andere informatie die belangrijk kan zijn voor ons onderzoek? U kunt contact opnemen met de redactie van ons programma. Alle informatie wordt vertrouwelijk behandeld.

Laatste update: vrijdag 23 oktober 2009, 11:36 uur