Tijdens de uitzending van zondagavond over de (seksuele) relatie tussen seriemoordenaar Koos H. en de vice-voorzitter van de Haagse rechtbank, mr. Cornelis Stolk, stroomden de verontwaardigde sms’jes van vrienden, relaties en betrokkenen weer binnen. Terugkerende woorden waren ‘schokkend’ en ‘ongelofelijk’ en een flink aantal contacten feliciteerden me met het openbreken van deze ‘doofpot’.
Schande
Ik kon er echter niet blij mee zijn. Ik zat zelf thuis teleurgesteld, boos en gefrustreerd te kijken. Ik vind het een niet te verteren schande, ja, een regelrechte gerechtelijke dwaling, dat onze reportage over vergaande belangverstrengeling, machtsmisbruik en corruptie binnen de rechterlijke macht, van de kortgedingrechter niet mag worden uitgezonden zoals wij dat eigenlijk van plan waren. Hoeveel complimenten ik over de inhoud ook kreeg: de oorspronkelijke uitzending was véél sterker en overtuigender. De ‘tekstballonnetjes’ die we nu moesten plaatsen, waren te beperkt en een slap aftreksel van de echte, volledige uitspraken van Koos H., waarbij je zijn lichaamstaal en gezichtsuitdrukkingen kon zien. De rechter meende evenwel dat er geen noodzaak was voor het uitzenden van de verborgen camera-beelden en stelde dat we best konden volstaan met citaten. Maar in tekstballonnetjes vallen geen pijnlijke stiltes, zie je geen grimas, hoor je geen aarzelingen of schaamte en voel je niet dat er iets wordt opgebiecht.
De rechter scheen ook niet te snappen dat een dialoogje van vijf minuten tussen infiltrant Nico en kindermoordenaar Koos H. in uitgeschreven tekstballonnetjes op tv wel 20 minuten duurt en je dan bovendien naar een soort Teletekst zit te kijken. Gevolg: gemankeerde tekstjes waarin we de opbouw van de dialoog helemaal hebben moeten weglaten. En waarom? Omdat een tot een levenslang veroordeelde beroepscrimineel die in ieder geval drie – maar waarschijnlijk méér – kinderen heeft ontvoerd, gemarteld, misbruikt, vermoord en als oud vuil heeft gedumpt, in zijn privacy moet worden beschermd. Je hoeft de tv maar aan te zetten en je ziet (consumenten)programma’s waarin malafide wasmachinereparateurs en onbetrouwbare autoverkopers met de verborgen camera worden gefilmd, maar een seriemoordenaar die in een misdaadprogramma van alles opbiecht en misstanden in de gerechtelijke macht onthult, komt met drie advocaten (!) en een psychiater naar de zitting en klaar is kees!
Kijkcijfers
Dàt vind IK vooral ongelofelijk, maar ik heb de indruk dat ik daar tamelijk alleen in sta. De traditioneel gezagsgetrouwe Nederlandse pers valt voornamelijk over het feit dat we een vonnis hebben genegeerd, in plaats dat men een vlammend hoofdartikel schrijft dat het verwerpelijk en uit de tijd is dat we dit soort onthullingen niet met woord en beeld mogen uitzenden. Natuurlijk mag je kritiek hebben op mijn beslissing om de eerdere beelden toch uit te zenden, maar een beetje journalistieke insteek daarbij is echt niet verboden. Maar, de werkelijkheid is dat driekwart van de pers zit te meesmuilen en te gnuiven dat die vermaledijde misdaadverslaggever eindelijk een keertje word teruggefloten. Dat is veel leuker!
Dat een biechtende seriemoordenaar daarmee in de kaart wordt gespeeld, wordt graag voor lief genomen. Het nieuws dat de uitzendingen bevatten wordt op veel plaatsen genegeerd. De essentie van de onthullingsjournalistiek – waarheidsvinding en het openbaren daarvan! – is aan de meesten in mijn vak kennelijk niet (meer) besteed. Ik heb de afgelopen weken zoveel onzin gelezen en gehoord van journalisten, columnisten en zogenoemde commentatoren die van toeten noch blazen wisten, maar niettemin ruim baan kregen. Veel van hen kwamen niet verder dan de aloude cliché’s dat het mij ‘louter om de kijkcijfers gaat’, dat SBS6 ‘commerciële tv’ is en dat de nabestaanden van de kindermoorden ‘hier echt niet op zitten te wachten’. Tja. Nergens gelezen dat het opmerkelijk is – en helemaal niet zo commercieel – dat een programma in drie weken tijd bijna vier uur zendtijd aan een kwestie van dertig jaar geleden durft te besteden. Is dat iets wat überhaupt nog voorkomt in ons snelle internettijdperk?
Opstand
En dan heb je natuurlijk ook nog de schriftgeleerden van de NVJ, de Nederlandse Vereniging van JOURNALISTEN, die ook meteen klaar stond met een verklaring dat ik het aanzien van de onderzoeksjournalistiek schaadde met het negeren van het vonnis. Het is dezelfde NVJ die zweeg toen ik als journalist tot twee keer toe op straat werd aangevallen en gemolesteerd vanwege het werk dat ik doe. En evenmin heb ik de NVJ gehoord toen ik veelvuldig werd bedreigd met de dood omdat ik als journalist alleen maar verbaal stelling nam tegen Wilders en zijn PVV. Nee, wat dat betreft heb ik zelf meer respect voor de vaak verguisde en belachelijk gemaakte Belgische pers, die het niet pikte toen er een gerechtelijk verbod kwam om een foto van seriemoordenaar Marc Dutroux te publiceren – de Belgische Koos H. – en dit massaal negeerde. Soms moet je in opstand komen. Soms moet je een rechterlijke uitspraak durven negeren. Soms moet je je natuurlijke volgzaamheid laten varen. Kan de pers in Nederland nog iets van leren.
Verbitterd
Maar ook nu zal dit dagboek er wel toe leiden dat ‘de pers’ zegt dat ik ‘niet tegen kritiek kan’, dat ik ‘lange tenen heb’, dat ik ‘overspannen’ of ‘verbitterd’ ben en dat ik aan ‘grootheidswaanzin’ lijd.
Het zal wel. Ik sta volledig achter wat ik heb gedaan. Geen seconde spijt van. Hiervoor ben ik immers misdaadjournalist geworden. Maar ik ga wel de komende tijd eens goed nadenken of ik onder dit gesternte nog wel door wil. Ik wil zelf graag geloofwaardig blijven. En dat betekent dat ik het moeilijk vind om volgende week weer achter een draaideurcrimineel aan te gaan die toevallig de weg naar de kortgedingrechter niet kent, terwijl ik de beruchtste crimineel van Nederland, een seriemoordenaar met drie advocaten, min of meer moet laten lopen. Bij MIJ knaagt dat.
Peter R. de Vries
















