
Mahmoud al-Mabhouh wordt door twee 'tennissers' gevolgd naar zijn kamer. Vijf uur later is hij dood.
Maandag eindigde mijn dagboek over de Mossad-moord op Hamas-leider Mahmoud al-Mabhouh in het Al Bustan-hotel in Dubai met de vraag van redacteur Henk Strootman of ik in staat en bereid zou zijn om een moord te plegen. We hadden het op de redactie over de fascinerende videobeelden die de hotelcamera’s hadden gemaakt van de voorbereiding van de bijna-perfecte-moord. Daarop is te zien hoe een ‘execution-team’ bijna letterlijk fluitend terugkeert uit de kamer van de 50-jarige Hamasleider nadat zij de man door middel van verstikking om het leven hadden gebracht. Het was de bedoeling dat de moord als een natuurlijke dood zou worden beschouwd, maar knap speurwerk van de politie in Dubai gooide roet in het eten. Op de redactie discussieerden we over de vraag hoe ver een veiligheidsdienst mag gaan en Henk Strootman vroeg toen aan mij:
‘Stel nou dat jij bij de geheime dienst werkt… zou jij dan de opdracht aanvaarden om iemand te vermoorden als dit een persoon was waarvan eigenlijk iedereen zegt: dat is een schoft, opgeruimd staat netjes?’
License to kill
Poeh… ik moest even een paar seconden nadenken en toen collega Kees van der Spek ondertussen aan Henk Strooman vroeg of hij dat zelf zou doen, antwoordde Henk prompt: ‘Jazeker!’ Hij zei met een gretigheid alsof hem was gevraagd of hij op de Olympische Spelen de Nederlandse vlag wilde dragen, maar het ging heus om het plegen van een moord, een liquidatie. Henk had geen twijfels en of zijn antwoord moet worden opgevat als een verkapte sollicitatie bij de AIVD weet ik niet, maar het was volgens mij geen bluf. ‘Als het echt om landsbelang gaat en andere levens kan redden’, lichtte Henk nog toe, ‘dan zou ik het zeker doen’. Het leidde op de redactie wel wat tot hilariteit. Gezien zijn postuur zien we Henk niet zo snel, zoals de Mossad-mensen in het Dubai-filmpje, achteloos in een hotellobby in tennis-outfit zijn kans afwachten om iemand in een hotelkamer de keel dicht te knijpen, maar met een set golfclubs zou hij misschien ook onopvallend zijn rol kunnen spelen. Hoe dan ook, sindsdien heeft Henk bij ons op de redactie ‘license to kill’.
Doodstraf
Maar daarmee is nog niet de vraag beantwoord of ik het zou doen als de geheime dienst dat vraagt. Ik had wel even tijd nodig om tot een antwoord te komen. Om te beginnen ben ik een verklaard tegenstander van de doodstraf. Niet alleen omdat een onjuist vonnis – na de voltrekking – niet meer kan worden teruggedraaid, maar vooral omdat ik vind dat geen mens het recht heeft het leven van een ander te nemen. Ook geen overheid. En al helemaal geen overheidsinstantie als een geheime dienst, waar niet of nauwelijks democratische controle op mogelijk is. Om die redenen was ik zelfs tegen de doodstraf van Saddam Hoessein, die hem toch bijna als geen ander had verdiend. Maar een principe is een principe, vind ik.
Daar komt bij dat zo’n liquidatie in opdracht van een of andere anonymus van de geheime dienst in feite een doodsvonnis-zonder-proces is door een land dat pretendeert een rechtstaat te zijn. Dat wringt wel heel erg vind ik. Hoe kun je dat ooit rechtvaardigen? Dat is toch vooral eigen rechter spelen.
Uitvoering
Overigens: met het accepteren van de moordopdracht ben je er nog niet. Je moet hem ook nog uitvoeren en dat is heel iets anders. Dat moet je maar kunnen. Hoe ga je daar mee om in het dagelijks leven? De Mossad-mannen deden het in het filmpje met de vanzelfsprekendheid van een loodgieter die een verstoppingsklusje kwam klaren, maar wat zeg je als je thuis komt na zo’n akkefietje en je vrouw vraagt: ‘En schat, hoe was je dag?’ Ik zie dan al voor me hoe zo’n killer z’n schouders ophaalt, even een blik in de pannen op het fornuis werpt en zegt: ‘Mwah… ging wel hoor, niets bijzonders… wat eten we eigenlijk vandaag?’ Maar ik verzeker u dat het doden van een mens geen pretje is en dat je daar ook achteraf mee moet kunnen leven.
Oorlogstijd
Betekent dit nu dat de geheime dienst bij mij bot vangt? Ben ik bang om vuile handen te maken als mijn land mij nodig heeft, zoals Henk Strootman het formuleerde? Nee, dat niet. Het is voor mij een vaststaand gegeven dat als ons land de oorlog zou worden verklaard en een andere mogendheid hier binnen zou vallen, ik in het verzet zou gaan. Ik ben geen fan van het koningshuis, maar kom niet aan onze Nederlandse vlag. En ja, als je die stap zet, als je in het verzet gaat, kom je er natuurlijk niet met een goed gesprek of het sturen van een brutale email. Dan moet je bereid zijn om te saboteren, op te blazen, bommen en granaten te gooien, dat werk. Ik denk dat ik daar dan ver in kan gaan. En het is natuurlijk een illusie om te denken dat daarbij dan nooit iemand sneuvelt. Maar dan is er dus wel sprake van ‘oorlogstijd’ en dan gelden er andere wetten. Toch? Dit opschrijvende realiseer ik me overigens dat dit precies ook het verweer van de Mossad zal zijn: we zijn in oorlog met de Hamas…
Bijklussen
Het blijft dus allemaal ingewikkeld en het is misschien makkelijk oordelen als je in de geriefelijke positie verkeert dat zo’n keuze niet hoeft te maken. En de kans dat ik ooit nog voor die keuze kom te staan acht ik ook betrekkelijk klein, zeker nu de geheime dienst heeft gelezen dat redacteur Henk Strootman zonder te blikken of te blozen bereid is wat bij te klussen…
Peter R. de Vries














