Vandaag een moeilijke missie. Kees van der Spek en ik gaan langs bij de nabestaanden van een oude moord op een kind, waar we nieuwe, schokkende ontwikkelingen in hebben. In één van onze komende uitzendingen – vanaf zondag 4 april – zullen we hier aandacht aan besteden. We willen uiteraard voorkomen dat de ouders door onze reportage worden verrast en daarom heb ik een afspraak met hen gemaakt. Dat zijn altijd gevoelige sessies en absoluut niet de meest aantrekkelijke aspecten van mijn job, zo weet ik inmiddels uit ervaring. De moord op een kind slijt nooit en de ouders, broers en zussen zijn meestal tot in de lengte der dagen ernstig getraumatiseerd door zo’n tragische gebeurtenis. Het grijpt mij altijd weer opnieuw aan als ik bij nabestaanden thuis op de bank zit en op armlengte afstand een foto van zo’n kind staat met een brandend kaarsje ernaast en ik de uitgedoofde blik in de ogen van de ouders zie. Maar toch geeft het ook voldoening om die ouders nieuws te kunnen brengen. Nieuws waar ze soms heel lang op hebben gewacht.
Heldere taal
Na het bezoek aan de ouders hebben we ook nog een gesprek met een rechercheur die destijds bij het politieonderzoek was betrokken en alles van de zaak weet. Dat is altijd weer wat makkelijker, minder emotioneel. Mijn ervaring is overigens dat het ’t beste is om gewoon open met nabestaanden te praten en de dingen in welgekozen bewoordingen bij hun naam te noemen. In het begin van mijn carrière probeerde ik in gesprekken de dingen vaak een beetje omfloerst te brengen, maar dat leidde dikwijls tot onduidelijkheden en misverstanden. Nabestaanden verdienen mededogen, maar zijn natuurlijk niet gek. Sommigen praten tegen nabestaanden alsof het om kleine kinderen of oude van dagen gaat, maar dat is pas echt beledigend. De meesten van hen willen gewoon weten waar ze aan toe zijn en wat er precies aan de hand is. En hoe confronterend mijn verhaal misschien ook is, het kan nooit harder aankomen dan de boodschap van de politie destijds dat hun kind was vermoord…
Ajax-PSV
Gisteren een prachtige middag gehad in de Arena. Amsterdam klopte Eindhoven met maar liefst 4-1 en er hing een ambiance in het stadion die we helaas te weinig meemaken. (Zie daarvoor ook mijn column op www.afca.nl, met als kop: ‘Wie verdient er bij Ajax een standbeeld?’). Na deze topwedstrijd telt Ajax weer mee in de kampioensrace en er komt een uitermate spannend competitieslot aan.
Wilders-Cohen
De wedstrijd van gister was waarschijnlijk net zo spannend als de komende Tweede Kamerverkiezingen. Ik betreur het opstappen van Bos. Ik vind hem samen met Pechtold van D’66 de beste politicus van dit moment, een voortreffelijk debater en een man met veel kennis van zaken. Dat hij opstapt om meer tijd aan zijn gezin te besteden, is een moedige stap, waar ik oprecht respect voor heb. Een politicus die zichzelf kan wegcijferen voor anderen en andere belangen – die op het eerste oog misschien minder groots aan doen – laat prevaleren, laat zien menselijk gezien uit het goede hout te zijn gesneden. Of Cohen in staat is om Wilders afdoende van repliek te dienen, weet ik niet. Ik had het idee dat Bos hem wel aan kon. Wilders zal – zoveel is al duidelijk – Cohen neerzetten als een multiculturele geitenwollen sok, die in zijn pogingen om de boel bij elkaar te houden, liever kopjes thee drinkt met zijn opponenten dan ze de waarheid te vertellen. Dat is natuurlijk een vertekend beeld, maar daar is Wilders nu juist een meester in: om te boel te vertekenen.
Peter R. de Vries












