Tiplijn:
0800 - 333 2 333

Tussen roem en dreiging
zondag 17 oktober 2004, 12:00 uur
Tussen roem en dreiging

De Telegraaf

Beide elementen spelen een belangrijke rol in het leven van misdaadverslaggever Peter R. de Vries (47). Roem, omdat hij grossiert in onthullende journalistiek. Dreiging, omdat er steeds vaker vermoedens bestaan dat criminelen het op zijn leven hebben gemunt.

Door Emile Bode

HILVERSUM – “Ik kan me tegen dreigementen niet beschermen”, zegt Peter R. de Vries. “Daarom draag ik ook geen wapen. Mijn wapen is mijn verstand. Op het moment dat ik het idee heb dat ik op straat een wapen moet dragen, is het over en sluiten. Ik heb wel een tweede natuur ontwikkeld om waakzamer te zijn dan de doorsnee burger. Ik heb oog voor bepaalde situaties. Daarom ben ik misschien wel goed in mijn vak. Het biedt overigens geen enkele garantie, want je weet niet wat je níet ziet. Ik heb wel eens geschreven: Als je naam op de kogel staat, komt-ie altijd aan.”

Hij maakt in de televisiestudio in Hilversum allerminst de indruk angstig door het leven te gaan. Integendeel: de zelfverzekerdheid is nadrukkelijk aanwezig. Bijna bijbels zegt hij: “De mens lijdt het meest door het lijden wat hij vreest. Daarom zeg ik: Vrees niet te veel, dan lijd je ook minder. Kijk, ik kan wel onderduiken, maar wanneer ben ik dan veilig? Niemand steekt de witte vlag uit ten teken dat je veilig bent.”

“Ik kreeg ooit politiebescherming voor mijn huis. Op een gegeven moment gingen ze ‘s ochtends om half tien weer weg en kwamen niet meer terug. Ik belde de politiechef op en vroeg: Was het gisteren niet veilig voor mij en vandaag wel? Daar kon hij natuurlijk geen antwoord op geven.”

Twee weken geleden wijdde De Vries zijn Telegraaf-column aan de ernstige dreigementen die hem uit criminele hoek ten deel vallen. Is dat niet de goden verzoeken?

“Dat geloof ik niet. Kijk, er zijn collega’s bedreigd en mishandeld en er is ingebroken. Ik vind dat het publiek moet weten dat het tamelijk normaal wordt om journalisten ernstig te bedreigen. Al was het alleen maar omdat men straks niet zegt: Oh, dat hebben we nooit geweten.”

Roem! Voor veel Nederlanders is De Vries een volksheld die boeven achter de tralies krijgt en onschuldigen bevrijdt. “Soms hebben de mensen het idee dat ik briljant moet zijn. Dat ben ik dus niet. Het is allemaal heel geleidelijk gegaan. Ik ben gewoon bereid al meer dan 25 jaar een halve stap meer te zetten dan de ander en dan lig je al gauw op kop. Daar komen een beetje geluk en gezond verstand bij.”

Onlangs haalde Peter R. de Vries voor de zoveelste keer de voorpagina: een taxichauffeur verstrekte hem tegen een geringe vergoeding de privé-computer van officier van justitie Joost Tonino. Deze had hem op straat neergezet in de veronderstelling dat het apparaat kapot was. De Vries legde echter vertrouwelijke informatie van de harde schijf bloot. Tonino stapte op. Een mooie justitiële loopbaan in de kiem gesmoord. Heeft De Vries dan helemaal geen mededogen met een man die, onopzettelijk, een enorme stommiteit beging?

“Ik denk daar echt wel over na en soms heb ik heus wel mededogen. Maar ik maakte ook mee dat dezelfde Tonino een keiharde straf tegen verdachten eiste die misschien ook wel heel naïef of te goeder trouw waren. Dan heeft hij dus ook weinig mededogen. ”

“Nee, Tonino wilde niet met me praten. Bij justitie zijn wel meer mensen die een bepaalde wereldvreemdheid bezitten. Die denken boven de wet te staan en willen geen verantwoording afleggen. Wat er met hem gaat gebeuren? Tja, misschien een baantje bij Gevonden Voorwerpen.”

De gemiddelde Nederlander heeft meer vertrouwen in speurneuzen zoals Peter R. de Vries dan in het bestuursapparaat. “Dat komt door de verlammende bureaucratie”, legt hij vanachter een kop groene thee uit. “Het lijkt alsof ambtenaren, dus ook politieagenten, denken dat burgers er voor hén zijn in plaats van andersom.”

“Probeer eens een politieman te pakken te krijgen. Hij is óf op cursus, óf heeft atv, óf is onderweg óf is ziek. De meeste tijd is de politie kwijt aan de instandhouding van de regelzucht vanuit Den Haag. Als een burger aan het loket komt voor een probleem, dan is dat bijna een inbreuk. Die moet worden afgepoeierd, want anders ontstaat er nog meer werk.”

“Neem de Baarnse moordzaak. Een gemeente waar normaal alleen de kauwgomballenautomaat wordt gekraakt. Komt er een burger bij de politie die zegt: Ik heb al twee jaar mijn buren niet meer gezien. Een raar mannetje woont nu in hun huis en rijdt in hun auto en weet ook niet waar mijn buren zijn. Ik vertrouw dat niet. Wat zegt de politieman: Ach meneer, dat loopt niet zo’n vaart en vervolgens gebeurt er niets. Die agent heeft geen zin zijn papierwerk te laten liggen en op onderzoek te gaan. Dat rare mannetje is nu wel veroordeeld tot levenslang wegens een dubbele moord.”

Er zijn steeds meer vermeende slachtoffers die zich aan De Vries vastklampen. Zijn archief is imposant en keurig gerangschikt. “Je merkt dat je voor mensen de laatste strohalm bent. Ik kan elke avond een uitzending maken als ik de mankracht zou hebben. In de praktijk kan ik echter voor veel mensen weinig doen. Maar ik lees wel alle post en wij geven binnen 48 uur een reactie. Dan zijn mensen soms al blij, want zij hadden helemaal geen reactie van mij verwacht omdat ze die ook niet kregen van het raadslid, de wethouder, de burgemeester, het Kamerlid of de minister.”

Je hebt kennelijk een groot sociaal gevoel, terwijl je vroeger nogal arrogant overkwam?

“Ik hoor vaker dat ik een ontoegankelijke en arrogante uitstraling zou hebben. Dat was toen misschien meer gecamoufleerde onzekerheid dan dat het bewust is. Ik ben eerder verlegen. Maar ja, als het om mijn werk gaat, ben ik zelfverzekerd. Dat krijg je na 25 jaar ervaring en keihard werken.”

Roem en dreiging! Tien maanden geleden werd daar nog een dimensie aan toegevoegd. De Vries overwoog een nieuwe politieke partij op te richten. Waar balanceert de politicus-in-oprichting nu?

“Ik slinger heen en weer. Soms denk ik: Ik ga het potjandorie doen. Zo’n kans krijg je nooit meer. Ik ben sterk en de tijd is er rijp voor. Daarna denk ik: Maar het gaat hartstikke goed met mijn werk. Misschien kan ik in mijn huidige functie meer bereiken dan in de Tweede Kamer. Ik ben er dus nog niet uit en ik laat me ook niet opjagen. Want zo’n beslissing is niet niks. We hebben het debacle met de LPF gezien. Met Kamerleden die elkaar de tent uitvechten. Als ik het zou doen, sta ik voor de taak zo’n 25 uitstekende mensen te vinden. Die moeten dus bekwaam zijn en hun uitstekende baan opgeven, want iemand die goed is, heeft een goede baan. Dat moet je aandurven, want voor hetzelfde geld wordt het niks.”

Er zijn mensen die in Peter de Vries een tweede Pim Fortuyn zien. Zij komen echter bedrogen uit. “Ik ben zeker geen tweede Fortuyn. Ik vond hem te wispelturig en te onevenwichtig. In de LPF heb ik ook geen vertrouwen en in die Geert Wilders zie ik niets. Ik heb helemaal geen voorbeeld in de politiek. Heb de afgelopen 20 jaar nooit gestemd. Juist omdat ik een afkeer heb gekregen hoe het in Den Haag toegaat: achterkamertjespolitiek, concessies, elkaar de hand boven het hoofd houden, niet zeggen waar het op staat. Ik hoor daar dus niet bij.”

Je bent zelfs tegen de monarchie. Dat kost al een paar zetels.

“Ik zeg geen dingen om mensen te plezieren. Als mensen mijn standpunten niet delen, moeten ze vooral niet op mij stemmen.”

Stel dat je het politieke avontuur aandurft, wat zou er dan in de eerste plaats moeten veranderen?

“Ik vind dat de Nederlander de afgelopen decennia veel te weinig in zichzelf heeft geïnvesteerd en te weinig van zichzelf vraagt. Te veel mensen vinden dat hun problemen altijd door een ander moeten worden opgelost. Daar kan ik me buitengewoon aan ergeren. Er zijn te veel mensen die geen hand uitsteken, geen voet verzetten. Zo mag je van mensen verwachten dat ze gezonder leven in plaats van alles op de dokter af te wentelen.”

“Ik vind ook dat wij tot op grote hoogte in een zeurmaatschappij leven. Als je verder in de wereld kijkt, weet je niet half hoe bevoorrecht we zijn. Ik ben in veel arme landen geweest. Dan geneer je je voor je eigen welvaart. Soms denk ik: Dit land staat op instorten.”

“Laatst kreeg ik bericht dat uit oogpunt van arbeidspreventie mijn personeel elke maand de nek moet worden gemasseerd. Dat is dus de waanzin ten top, want dat moet allemaal worden betaald. Donder op met die ongein en zorg er zelf voor dat je fit blijft. Nu weer die treinstaking omdat machtswellustelingen menen dat je niet mag tornen aan verworvenheden, terwijl maatregelen juist nodig zijn om de economie gezond te maken.”

Wanneer komt het moment dat de onfeilbare Peter R. de Vries op zijn gezicht gaat?

“Oh, dat risico loert. Maar dat houdt je waakzaam. Ik weet dat ik door de media word afgerekend zodra ik een uitglijer maak. Er is een hoop kinnesinne. Ik heb al momenten gehad dat ik sterk in de schijnwerpers stond. Dan realiseer je je dat je ook kwetsbaar bent.”

Laatste update: vrijdag 30 september 2011, 14:51 uur