Tiplijn:
0800 - 333 2 333

Peter R. de Vries ´De psychologische kant van de misdaad boeit me enorm´
zaterdag 13 november 1999, 12:00 uur
Peter R. de Vries ´De psychologische kant van de misdaad boeit me enorm´

Haagsche Courant

Door Johnny Lion

‘Mijn vader was directeur van de kruitfabriek in Muiden. Daar heb ik als jongen een aantal keren in de grote vakantie gewerkt. Zo nu en dan was er een rondleiding. Merkte ik dikwijls dat bezoekers met samengeknepen billen rondliepen. Bang dat de fabriek de lucht in zou vliegen. Een dergelijke irrealistische voorstelling van zaken hebben sommigen ook met betrekking tot mijn vak. Er zijn er die denken dat ik in een auto met kogelgaten rij. Dat ik angstig door de rozenperken naar mijn huis tijger.’

“Je reinste flauwekul natuurlijk . Bovendien ben ik niet bang aangelegd. En dat is maar goed ook, anders zou ik totaalongeschikt zijn voor het vak van misdaadverslaggever”.
Er is een gezegde dat luidt: ‘Wie geen angst kent, heeft geen fantasie’.
“Is van Freddy Heineken. Daarmee wilde hij zeggen dat je altijd het besef moet hebben wat er met je kan gebeuren. Heb je dat niet, dan ben je gewoon dom. Ben je onachtzaam, ga je fouten maken. Maar dat houdt natuurlijk niet in dat je altijd met angst moet leven. Ik ontmoet wel mensen die bij het minste of geringste bang zijn. Word ik heel kriebelig van. Zo was ik eens bezig met de opname van een aflevering van mijn programma waarin ik een crimineel interviewde, toen de geluidsman opeens begon te piepen dat hij niet wilde dat zijn naam op de aftiteling zou worden vermeld. Alsof de onderwereld met een kladblokje op schoot televisie zit te kijken en roept: “Potverdomme, die Jansen heeft het geluid gedaan, die gaan we pakken”. Ongefundeerde angst, dus. Ik heb uit hoofde van mijn beroep geregeld contact met criminelen, maar bang ben ik nooit geweest. Soms wel eens gespannen, maar dat is normaal, vind ik.”
Bij die contacten draait het natuurlijk meestal om het verkrijgen van informatie. Daar zul je iets voor terug moeten doen, lijkt me.
‘Ik laat me absoluut niet in een dergelijke afhankelijke positie brengen. Zou zoiets ter sprake komen, dan zeg ik meteen: ‘Spijt me, kan ik niet doen, hou je informatie dan maar voor je’. ”
Toch is wel eens beweerd dat jij je voor het karretje van criminelen hebt laten spannen.
“Iets dergelijks wordt veelal geroepen door mensen die totaal geen verstand hebben van de dingen die ik doe. Die zijn al van mening dat ik me voor een karretje laat spannen als ik met een crimineel een kop koffie drink. Dat vinden ze al reuze verdacht. Maar dat is het toch ook niet als een parlementair journalist iets nuttigt met een lid van de Tweede Kamer? Of wanneer een sportjournalist met een voetbaltrainer praat? Worden die dan ook voor een karretje gespannen? Ik moet als misdaadverslaggever toch weten wat er zoal in de criminele wereld omgaat? En dat wil ik niet alleen van de kant van justitie horen. Bovendien roep ik dan maar dat justitie heel vaak gebruik maakt van de informatie van criminelen. Maar als ík met ze praat, is het opeens verdacht”.
Jij hebt een heel goede band met Heineken-ontvoerder Cor van Hout.
“Die heeft mij nooit voor zijn karretje gespannen, hoor”.
Toch niet gek dat bij die relatie vraagtekens worden gezet.
“Vind ik wel gek, want kijk: Van Hout heeft iets gedaan wat natuurlijk niet door de beugel kan, maar het is ook een man van wie ik, na de vele ontmoetingen die ik met hem heb gehad, kan zeggen: ‘Het is een unieke persoonlijkheid met een enorm goed verstand en een prachtig gevoel voor humor’. En eigenlijk ben ik nog niemand in de criminele wereld tegengekomen die kan wedijveren met de capaciteiten die Van Hout heeft. En het is waar dat er een band tussen ons is gegroeid- ik heb immers een boek geschreven met die man – , maar ik zal altijd in het oog blijven houden wat hij fout doet. Daarnaast ben ik altijd heel openhartig geweest over die relatie. Men zou recht van spreken hebben als ik die in het geniep onderhield”.
Jullie schreven samen het boek ‘De ontvoering van Alfred Heineken’. De kritiek daarop was dat het nogal coulant van toon zou zijn.
“Dat spreek ik tegen. Het is een boek waarin zijn verhaal wordt weergegeven. Niks meer en niks minder, maar het is wel een uniek verhaal. Want noem mij een bende criminelen die een dergelijke geruchtmakend misdrijf heeft gepleegd, iets dat wereldwijd aandacht heeft gekregen en waarvan er één, nadat die is gepakt, een journalist in de keuken laat kijken en stap voor stap uitlegt hoe dat misdrijf is voorbereid en uitgevoerd. Is nooit voorgekomen. Daarnaast heb ik , bij alles wat Van Hout mij vertelde, het complete dossier van de Amsterdamse politie geraadpleegd om te controleren of de dingen die hij aanhaalde wel klopten met hetgeen door de politie is weergegeven. In het boek staan dus louter feiten, maar die zijn soms zo bijzonder, dat die nauwelijks worden geloofd. En wat mensen al helemaal niet willen, is dat een crimineel er blijk van geeft gevoel voor humor te bezitten. Het moment dat de lezers ontdekken dat die man ­ die hufter, die ze eigenlijk levenslang hadden willen opsluiten ­ naar voren komt als een man met wie je een buitengewoon gezellige avond kunt hebben., schrikken ze van hun eigen waarneming. Dus noemen ze het boek maar coulant, omdat ze eigenlijk bevestigd willen zien dat die man een grote klootzak is”.
Blijft voor mij de vraag hoe betrouwbaar de informatie van een crimineel ten opzichte van die van justitie is.
“Laat ik zeggen dat ik sommige mensen uit het milieu meer op hun woord vertrouw dan de zogenaamde keurige ambtenaren van justitie en politie. Ambtsdragers zijn ook op hun manier bezig met hun eigen belangen en wel dusdanig, dat je ten aanzien van de informatie die ze verstrekken al gauw het vermoeden hebt dat daar niks van deugt. Het werkt in mijn ogen in Nederland toch zo dat hoe meer de misdaad wordt opgeklopt, hoe beter dat voor een aantal mensen is. In die wereld is het permanente strijd om geld, middelen, faciliteiten, mogelijkheden, promotie, enzovoort. Dus is het beter en interessanter als je roept dat je met een groep georganiseerde misdadigers ­ die wijdvertakt en internationaal opereert ­ bezig bent, dan wanneer je zegt dat je een bende zakkenrollers in kaart aan het brengen bent, want daar krijg je natuurlijk geen overuren voor betaald. Kortom: de politie blaast hoog van de toren en politici reageren daarop. Een aantal van hen weet verdomd goed hoe het werkelijk zit, maar die durven dat nooit hardop te zeggen, omdat ze bang zijn door hun kiezers voor geitenwollen sokken te worden uitgemaakt, en dus gaan ze hetgeen dat ten onrechte wordt geroepen maar bevestigen. En ja, dan kan het gebeuren dat je op een gegeven moment van die overspannen verhalen krijgt over zoiets als een ‘octopusorganisatie’.”
Dergelijke organisaties bestaan dus niet.
“Natuurlijk bestaat georganiseerde misdaad. Die is er altijd geweest. Maar niet in de vorm zoals die dikwijls door justitie naar voren wordt gebracht. Vaak worden zaken via persberichten als heel groot gepresenteerd, maar ga je dan naar de rechtszaak ­ áls die er al van gekomen is ­ dan denk je: zit ik wel in de goede rechtszaal ? Want dan blijkt opeens dat van die ‘grote’ zaak niets is overgebleven. Maar een bericht dat het allemaal maar weinig voorstelde, lees je niet meer in de krant”.
Tijdens de uitzendingen van jouw televisieprogramma kom je nogal recht en emotieloos over, en
“Ik heb natuurlijk vooral met feiten te maken. Daar moet ik objectief en zakelijk tegenover staan”
..lijkt het soms, dat je weinig begaan bent met de slachtoffers.
“maar ik kan je toch zeggen dat ik tot tranen toe bewogen ben. In de ruim twintig jaar dat ik mijn vak uitoefen, ben ik best wel cynisch geworden, maar desondanks kan ik nog steeds behoorlijk geraakt worden. Bijvoorbeeld door het verdriet van ouders van wie een kind is vermoord. Met een aantal ouders onderhoud ik al vele jaren een relatie. En ik zal ook altijd laten blijken, dat ik die niet vergeten ben, door ze bijvoorbeeld op de sterfdag van hun kind een bloemetje te laten bezorgen”.
Je hebt eens gezegd dat het geen toeval is dat je altijd met misdaad te maken hebt
“Dat is ook zo. Ik geef je een voorbeeld. Een aantal jaren terug was ik onder behandeling bij de fysiotherapeut Paul Geerts, die in het Brabantse plaatsje Gilze woont. Aardige man. Hij vroeg me honderduit over de misdaad. Hij had iets over zich van: misdaad is iets van de grote stad. Toen zei ik dat naar mijn mening iedereen, of die nu in een grote of kleine plaats woont, met misdaad te maken kan krijgen. Nou ja, in die sfeer ging het gesprek zo’n beetje. Niet veel later hoorde ik dat hij zijn vrouw had vermoord. Toen dacht ik: nu kom ik bij iemand in een gat als Gilze ­ waar nooit iets gebeurt en het kraken van een kauwgomballenautomaat al opzien baart ­ en prompt vermoord die zijn vrouw. Dat voet ik nu als een anekdote op, maar ik geef je op een briefje dat ik, wanneer ik parlementair journalist zou zijn, binnen het half jaar in bijvoorbeeld zoiets als een omkopingsaffaire verzeild zou raken. Ik denk wel eens dat dat komt, omdat ik dingen anders zie dan anderen.”
In je boek ‘Een moord kost meer levens’ schrijf je dat de rol van slachtoffer en die van dader niet altijd op toeval berust.
“Ik heb onder meer geschreven dat bepaalde types elkaar aantrekken, waardoor ze in de rol van slachtoffer of die van dader terechtkomen. Zo schrijf ik over een vrouw die van haar man scheidde, nadat ze te weten was gekomen dat hij pedofiel was en twee kinderen had vermoord, en vervolgens hertrouwt met een man die óók pedofiel is. Toch vreemd. Het komt ook voor dat vrouwen gaan scheiden omdat hun man hen slaat, en daarna ook trouwen met een man die óók blijkt te slaan. Daardoor kom je toch op de gedachte dat bepaalde types bij elkaar aansluiten. De klinische psychologie kent een dicipline, de victimologie, die zich met het slachtofferschap bezighoudt. Vind ik uiterst interessant, vooral omdat ik ook zaken tegenkom waarin ik bepaalde overeenkomsten zie bij slachtoffers. Maar ja, soms gebeurt het ook dat ik denk dat ik erachter ben waaróm iets is, om vervolgens op zaken te stuiten die dat weer ondersteboven gooien. Dus is het wel gevaarlijk om me er met zekerheid over uit te laten, en dat doe ik dan ook niet, maar blijft, dat ik in bepaalde gevallen overeenkomsten zie. De psychologische kant van de misdaad boeit mij enorm. Vooral de vraag hoe iemand tot een misdaad komt, vind ik interessant. Wat is er bijvoorbeeld in je leven gebeurd, waardoor je iemand vermoordt van wie je hebt gehouden en met wie je hebt gelachen en gevreeën? Wat ís het dat iemand tot een moordenaar maakt, waardoor het leven een wending krijgt die men nooit meer te boven komt? Want slachtoffer worden is natuurlijk verschrikkelijk, maar een moord plegen is ook verschrikkelijk. Mensen denken wel eens: die heeft z’n straf uitgezeten, en nu zit-ie weer lekker op een terrasje. Maar die mensen zitten echt helemaal nergens meer lekker. Die worden geplaagd en gekweld door de dingen die ze hebben gedaan”.
Is het niet zo dat misdadig zijn te maken heeft met zoiets als een genetisch defect?
“Denk het niet. Heeft mijns inziens vooral te maken met hoe je bent opgevoed. Dat je bijvoorbeeld niet is bijgebracht welke de normen en waarden er in het leven zijn. Om het op mezelf te betrekken: ik ben in Amstelveen opgegroeid. Als ik iets had uitgehaald en de politie kwam aan de deur, schaamden mijn ouders zich kapot voor de buren. Maar hoe had mijn omgeving gereageerd als ik in een achterstandswijk was opgegroeid? Nou, ik dénk met zoiets van: ‘Zeg, wat moesten die klerelijers van je?’. Ik wil daarmee maar zeggen dat beide reacties met zaken als opvatting en cultuur te maken hebben. Hoe je in de maatschappij bent gezet en hoe je daarin later staat. Dat is wat ik met Cor van Hout een beetje heb. Als die man z’n wieg niet in de verpauperde Amsterdamse Staatsliedenbuurt had gestaan, niet was opgegroeid met een vader die dronk en altijd in de bak zat, maar in Amstelveen, waar mijn wieg heeft gestaan, dan was Van Hout met zijn capaciteiten nu niet een kidnapper, maar bijvoorbeeld captain of industry geweest”.
En als jij in een ambachtswijk was opgegroeid ?
“Dan had het goed gekund dat ik een crimineel was geworden”.

Laatste update: vrijdag 30 september 2011, 14:55 uur