Algemeen Dagblad
Door: Carel Brendel
Misdaadverslaggever Peter R. de Vries mag dan soms wat ronkend overkomen, hij onderzoekt en ontmaskert wel degelijk. Hij boekte een opvallend succes in de Puttense moordzaak. Niettemin ergert hij zich aan `een kleine elite’ die hem niet serieus neemt.
OP HET BUREAU van Peter R. de Vries, misdaadverslaggever, liggen twee stapels papier: een dik pak uitgeprinte emails en een forse stapel brieven en kaarten. Het is de oogst van kijkersreacties op de (voorlopige) ontknoping van de Puttense moordzaak – waarin de Hoge Raad onlangs besliste dat twee inwoners van het Veluwse dorp ten onrechte zijn veroordeeld voor de moord op stewardess Christel Ambrosius.
De post kan worden verdeeld in twee categorieën. Aan de ene kant zijn er de felicitaties voor het feit, dat vooral door De Vries’ inspanningen een spectaculaire rechterlijke dwaling is rechtgezet. De voor de verdachten gunstige afloop heeft ook een kleinere groep briefschrijvers in actie gebracht.Zij roepen de persoonlijke hulp in van de misdaadverslaggever. Ze hopen dat hij licht brengt in een onopgeloste moord of verdwijning, of willen dat hij hen verlost uit het justitiële doolhof, waarin ze zijn vastgelopen.
De kijkerspost betekent werk aan de winkel voor de 20 redacteuren en documentalisten van het meest bekeken misdaadprogramma in Nederland. ,,Met veel brieven kan ik weinig beginnen”, stelt De Vries nuchter vast. ,,Maar wie weet zit er de gouden tip bij voor een nieuwe interessante affaire.” Succes genereert succes, zo werkt dat ook in de misdaadverslaggeving. Peter de Vries is niet de uitvinder van het genre, maar wel een van de productiefste bedrijvers ervan.
Als verslaggever van De Telegraaf viel hij al op met zijn reconstructies van geruchtmakende misdaadzaken. Hij volgde de escapades van oplichter Arie Olivier, bracht licht in de (strafrechtelijk nooit opgehelderde) kidnap van Maurits Caransa, en groef diep in de ontvoering van bierbrouwer Freddy Heineken en zijn chauffeur Ab Doderer. Over de ontvoerdersbende schreef De Vries twee bestsellers.
In 1987 maakte hij een – door de buitenwacht nooit begrepen – overstap naar het pulpblad Aktueel. Ook voor dat blad schreef hij misdaadreportages, al kreeg hij daar toenemende weerzin tegen de omgeving waarin hij opereerde. Zo schreef hij over de verdwijning van het 7-jarige meisje Nymphe Poolman en stonden verderop de advertenties van 06-sekslijnen voor `hete gesprekken’ met ‘jonge meisjes’.
De Vries begon daarom voor zichzelf, als schrijvend freelancer (onder meer voor deze krant) en als boegbeeld van de TROS-programma’s Crime Time en Deadline. In 1995 verhuisde hij naar RTL4 en kreeg het misdaadprogramma zijn eigen naam: Peter R. de Vries, misdaadverslaggever. ‘Hij onderzoekt, hij ontmaskert, hij klaagt aan en hij verdedigt’, heet het in de aankondiging. De slogan mag wat ronkend zijn, spraakmakend is het programma beslist geworden, ook na de transfer naar SBS6. De Vries spoorde bijvoorbeeld de ontsnapte Heineken-ontvoerder Frans Meijer op in Paraguay, bereikte een heropening van het vastgelopen onderzoek naar de moord op de Groningse studente Anne Ruyter de Wildt en zorgde voor eerdergenoemde wending in de zaak-Putten.
Anderhalf miljoen kijkers volgen wekelijks de belevenissen van De Vries. Maar hij heeft ook verklaarde tegenstanders. De kritiek heeft veel te maken met de setting waarin Peter R. altijd heeft geopereerd. Hij begon bij De Telegraaf in een tijd dat dit ochtendblad – veel meer dan nu – in het verdomhoekje van progressief Nederland verkeerde. Dat hij degelijk vakwerk afleverde, werd over het hoofd gezien door degenen die de krant zelf nooit lazen en hun oordeel vormden door het napraten van anderen.
Met zijn bestsellers over de Heineken-ontvoering kreeg hij het verwijt dat hij te veel begrip toonde voor de daders, ‘toffe Amsterdamse gabbers’ als Cor van H. De kritiek dat hij een verlengstuk zou zijn van criminelen en hun advocaten blijft hem achtervolgen. Kortom. tussen De Vries en politiek, cultureel en journalistiek correct Nederland komt het nooit meer goed.
De Vries’ vijanden hebben ook moeite met de vormgeving van zijn programma, dat in hun ogen te veel een personality show is; waarin het kan gebeuren dat Peter R. per helikopter van de ene naar de andere pleegplaats vliegt om als een soort superman het recht te laten zegevieren. Ze ergeren zich aan of lachen om de reconstructies, waarin figuranten misdaadscènes naspelen.
Achter zijn bureau bij Endemol in het Hilversumse mediapark verschilt de reëel bestaande Peter de Vries hemelsbreed van de ‘egotripper’, die hij speelt in zijn programma. De man is trots op zijn journalistieke scoops, maar verder is hij nog steeds hetzelfde nuchtere recht-door-zee-type van 20 jaar geleden. Wat dat betreft verschilt hij niet van de aankomende verslaggever die het vak leerde door rondvliegende stenen te ontwijken tijdens krakersrellen. In de omgang is hij zeer direct. Waarschijnlijk is het die eigenschap waarmee hij het vertrouwen weet te winnen van de meest uiteenlopende, van huis uit veelal publiciteitsschuwe mensen. Hij praat even gemakkelijk met doorgewinterde criminelen als met geharde rechercheurs, geëmotioneerde slachtoffers of bekakte rechters en officieren van justitie. Het Bekende Nederlanderschap zoekt hij niet, zegt hij. ,,De Vries is ijdel, beweren ze. Maar nog nooit ben ik naar een première van een speelfilm of musical geweest. Ik verricht geen openingen, kom niet op party’s en geef nooit interviewtjes aan de bladen.”
Het doet De Vries pijn, als collega’s hem niet op zijn journalistieke merites beoordelen. ,,Ik voel me geen entertainer”, zegt hij. ,,Die benaming ervaar ik als een belediging. Ik ben voor 100 procent journalist. Wij brengen hecht doortimmerde dossiers. Waar was de rest van journalistiek Nederland in de Puttense moordzaak? Niemand heeft de moeite genomen in de zaak te spitten, ook niet toen steeds duidelijker werd dat van het politie-onderzoek niets klopte. Natuurlijk kijken mensen graag naar mijn uitzendingen. Zoals er ook mensen zijn die aan het Algemeen Dagblad plezier beleven. Maar daarmee is jouw krant nog geen Donald Duck.”
,,Zes jaar lang heb ik in de Puttense moordzaak gestreden voor de onschuld van twee mensen, die ten onrechte gevangen zaten. Toch zul je mijn naam weinig tegenkomen in de berichtgeving. In jullie krant kreeg ik wel de credits en ook bij RTL Nieuws. De Telegraaf meldde mijn rol heel summier. Maar de rest zweeg, zoek het maar na. Alsof we geen 36 uitzendingen hebben gehad over Putten. Maar stel dat de Hoge Raad had geoordeeld, dat ik de rechtsgang had belemmerd. Dan durf ik te wedden dat mijn naam in alle verslagen had gestaan.”
De naam De Vries viel wel volop bij de meest recente ontwikkelingen in de moord op Marianne Vaatstra. De officier van justitie in Leeuwarden verklaarde onlangs dat een Irakese asielzoeker was aangehouden onder druk van de media, hoewel hij op dat moment geen serieuze verdachte meer was. Voor NRC-columnist Frits Abrahams – een verklaard tegenstander van De Vries en zijn programma – was dat een bevestiging van zijn stelling, dat de misdaadverslaggever `een leidende rol’ speelde bij de jacht op de asielzoeker. De Vries spande hierover al eens een kort geding aan tegen Abrahams, maar die hoefde zijn uitspraak niet in te slikken. De Vries reageert geërgerd. ,,Ik heb het laatste stuk van Abrahams niet gelezen. Ik ben klaar met deze man, hij mag voortaan alles schrijven.”
Waarom daagt u kritikasters als Abrahams voor de rechter? U weet toch dat een columnist niet snel wordt veroordeeld?
,,Je kunt dat luchtgevechten noemen, maar als mensen feitelijke onjuistheden over mij verkondigen, dan wil ik die rechtzetten. Maar in Nederland kan je nu eenmaal veel zeggen zonder dat je daarvoor wordt gestraft. Ik kan net zo goed juridisch hard maken dat de NRC een leidende rol heeft gespeeld bij het ophitsen van de omwonenden van het asielzoekerscentrum. Hier, NRC Handelsblad van 15 mei 1999: Geruchten na moord op meisje. Daarin staat dat het in Zwaagwesteinde gonst van de geruchten dat de dader een asielzoeker is. In de maanden daarna volgde een hele rel rond het asielzoekerscentrum, waar ik part noch deel aan had. Mijn eerste uitzending was pas op 30 augustus.”
Daarin hebt u wel de foto’s getoond van twee verdachte asielzoekers.
,,In juni heeft justitie deze mensen wereldwijd laten signaleren op verdenking van de moord op Marianne Vaatstra. Ik heb daarna nooit begrepen dat de verdenking intussen was afgenomen. Eerder het tegendeel. Als het anders was, waarom heeft de officier van justitie dat dan niet uitgelegd aan de buitenwereld. Justitie heeft uitermate krampachtig geopereerd in deze zaak. Overigens heb ik juist gepleit voor een grootschalig DNA-onderzoek onder de hele bevolking. Die eis is door de rechtbank afgewezen.”
Terug naar Putten. Wanneer kreeg u het gevoel dat de rechter fout zat bij de veroordeling van twee inwoners van die plaats?
,,Bij de zittingen van het gerechtshof in Arnhem kreeg ik een onbehaaglijk gevoel. Ik geloofde niet in de sleeptheorie (die moest verklaren waarom er sperma van een onbekende op het lichaam van Christel Ambrosius was gevonden, red.). Ik was hem nog nooit tegengekomen bij een moordzaak. Ik dacht: wat gebeurt hier? Het was een typisch geval van: de zaak is opgelost, over en sluiten. Ik ging me in de zaak verdiepen, nam contact op met de verdachten en begon met mijn research. Gaandeweg groeide de overtuiging dat het een foute boel was met het achtergehouden en gemanipuleerd bewijsmateriaal en afgedwongen bekentenissen. Toen heb ik oud-commissaris Blaauw geïnteresseerd. We zijn daarna zij aan zij opgetrokken ondanks de gigantische tegenwerking van politie en justitie, die de deksel op de beerput wilde houden. Maar iets in mij zei: ik moet hiermee doorgaan, ik mag er niet in berusten.”
In commentaren lees je dat zo’n rechterlijke dwaling een uitzondering is.
,,Mensen denken te snel dat onze rechtspraak feilloos is en dat dwalingen een voorrecht zijn voor het buitenland. Maar waarom zou Nederland een uitzondering zijn? De mensen mensen willen daar echter niet van horen. Ze vertrouwen op ons recht, dat geeft ze een goed gevoel. Dat er soms dingen fout gaan brengt hun vertrouwen aan het wankelen.”
In Putten nam u het op voor twee mannen, die onschuldig zijn veroordeeld. Maar, zo luidt de kritiek, u laat zich ook gebruiken door criminelen.
,,Natuurlijk probeert iemand je soms te gebruiken. Dat gebeurt ook als de NRC op het Binnenhof een geheim rapport in handen krijgt, of als het AD in de zaak-Peper duikt. De belangrijkste vraag is: is het waar? Als het klopt, dan zend ik het uit, zo simpel ligt dat.”
Heeft u nooit geprobeerd een ander journalistiek terrein te betreden?
,,Ik heb het point of no return bereikt. Ik heb wel eens gedacht iets anders te gaan doen, want ik kom nooit meer los van de misdaad. Maar als ik ergens als politiek redacteur zou beginnen, dan zou ik binnen een half jaar stuiten op affaires van corruptie en omkoping. Het komt op je weg. Ik ga daarom door met hetgene waar ik goed in ben. Het boeit me nog steeds. Juist door affaires als Putten, de zaak-Vaatstra en de moord op het Limburgse jongetje Nicky Verstappen heb ik het gevoel dat ik goed bezig ben. Door de tv is mijn aandacht verschoven, van de professionele criminaliteit naar de onopgeloste moorden op jonge mensen. Je krijgt ongemerkt de rol van een soort ombudsman voor mensen, die in de knel zijn geraakt. Als ik voor mijn uitzending de keus heb tussen een liquidatie in de onderwereld en het vastgelopen onderzoek naar de moord op Nicky, dan is de keuze snel gemaakt voor het tweede onderwerp. Een misdrijf is interessant zolang het niet is opgelost. Wie heeft het gedaan? En waarom heeft hij of zij het gedaan?”
Programma’s als het uwe zouden alleen maar de angst en de roep om strengere straffen aanwakkeren.
,,Sommige mensen zullen het niet van mij verwachten, maar ik ben tegen lange gevangenisstraffen, ben een uitgesproken tegenstander van de doodstraf en ben voorstander van de legalisatie van softdrugs. Ik sta absoluut niet in het kamp van harder en langer straffen. Je bent sneller crimineel dan je denkt. De ene dag ben je een gewoon lid van de maatschappij, maar door toeval, een ongeluk, één moment waarin je je hoofd verliest, kan je in de cel belanden en staan je initialen in de krant.”
Geliefd en verguisd
Peter de Vries heeft de afgelopen jaren voor- en tegenstanders in beweging gebracht. Een kleine greep uit de dagbladen.
Frits Abrahams, columnist NRC Handelsblad: ,,Peter R. de Vries begeeft zich met zijn journalistieke arbeid op glad ijs, en hij zal er mee moeten leren leven dat hij met argusogen gevolgd wordt.”
Willem Ammerlaan, ombudsman Algemeen Dagblad: ,,De Vries is voor justitie nogal lastig en veelal beter geïnformeerd en daar mag journalistiek Nederland een voorbeeld aan nemen.”
Henri Haenen, ANP-correspondent Roermond: ,,Als Peter R. de Vries niet op verzoek van gijzelnemer Martin H. naar Helden was gekomen, was Laura, 18-jarige gegijzelde jongste dochter des huizes, misschien wel dood geweest.”
Bart Middelburg, misdaadverslaggever Het Parool: ,,De Vries heeft een buitenproportioneel ego. Alleen bij het noemen van zijn naam heb je al een brief van z’n advocaat.”
Egbert Myjer, bijzonder hoogleraar rechten van de mens: ,,Ik acht het een verwerpelijke ontwikkeling dat advocaten hun verweer niet in de rechtszaal beginnen maar bij de heer De Vries.”
Gerard Spong, advocaat: ,,Het percentage opgehelderde zaken in Nederland is bijzonder laag. Dat zorgt voor het verminderde vertrouwen in politie en justitie, en uit die onvrede ook doet De Vries zijn werk.”
Ferry Vaatstra, broer van Marianne: ,,In justitie hebben wij geen enkel vertrouwen meer. De familie Vaatstra hoopt dat Peter R. de Vries de moord op Marianne kan oplossen.”
Ruud Verdonck, mediaredacteur Trouw: ,,Een bepaald kaliber misdadigers heeft grenzeloos vertrouwen in een type als De Vries, dat zich nadrukkelijk afschildert als journalist maar graag de kant van de misdadiger kiest.”





