Algemeen Dagblad
Door Willem Schouten
HILVERSUM – Het klinkt even een beetje samenzweerderig. ‘Je bent getuige van een primeurtje’, zegt Peter R. de Vries terwijl hij zijn telefoon neerlegt. “Dit was de advocaat van gijzelnemer Martin H. Ze had hem gesproken en belde om door te geven dat mijn hulp wel degelijk ertoe heeft bijgedragen dat de gijzeling snel en goed is afgelopen.”
‘Zie je nou wel’, lijkt logisch als afsluiting van zijn statement, maar laat De Vries achterwege. Zelfs een glimlacht op het gezicht van de altijd zo streng ogende De Vries ook net na het telefoontje uit. Maar de snor trilt toch even. Na wat aandringen geeft de misdaadverslaggever toe. Dit belletje doet toch goed. Sinds De vries vrijdagmiddag door H. werd gebeld om assistentie te verlenen bij een gijzelneming waar de beroepscrimineel in verzeild was geraakt, heeft hij nogal wat over zich heen gehad. De Vries ging naar Limburg waar de man, al eens veroordeeld voor doodslag, met een partner een meisje vasthield en dreigde haar wat aan te doen. De politie was in onderhandeling met de criminelen en wenste De Vries’ hulp niet.
De misdaadreporter zette op verzoek van de in het nauw gedreven crimineel toch door en zo werd de journalist onderdeel van het verhaal. Dit was een not done in de journalistiek en in dit geval zijn niet alleen vakbroeders kritisch. Een uur eerder, vlak voor de uitzending van EO Praatradio waar De Vries deze avond te gast was, kreeg hij nog een ANP-bericht aangereikt. Daarin spreekt een VVD-kamerlid zijn afkeuring uit over het optreden van De Vries tijdens de gijzeling. ‘Een One-man show en Big Brother toestanden’ citeert het ANP over de gedragingen van de verslaggever. Lachen mag dan niet De Vries’ favoriete bezigheid zijn, zich kwaad maken over het soort ‘stompzinnigheden’ kan hij goed. De soms inderdaad niet malse en weloverwogen kritiek die hij van de EO-luisteraars krijgt tijdens het vragenrondje van Praatradio valt al evenmin in goede aarde. “Die mensen roepen maar wat. Maar zeker van zo’n Kamerlid zou je toch meer mogen verwachten. Big Brother toestanden. Denken ze nou werkelijk dat ik zit te wachten op dit soort publiciteit? Denk nou eens na. Je wordt opgebeld door iemand die je kent als potentieel gevaarlijk. Hij houdt een jong meisje vast en vraagt daarbij om hulp omdat hij de politie niet vertrouwt en vreest dat de situatie uit de hand gaat lopen. Moet je dan nee zeggen?! Dat kan toch niet. Als het meisje dan zou zijn vermoord dan had ik mijzelf dat nooit vergeven. En al die mensen die nu maar roepen zeker niet. Ik had geen keus in deze zaak. En, dat is het moeilijke voor de critici, ik heb wel degelijk bijgedragen tot de goede afloop.” Maar, is de logische tegenwerping, het had ook verkeerd kunnen aflopen. “Dat was vreselijk geweest maar dan had ik er in iedere geval alles aan gedaan. Kijk, de implicatie van de kritiek is meestal dat ik het allemaal ter meerdere eer en glorie van mezelf doe. Neem nou die presentator van dat programma. In zijn inleiding zaten al twee fouten. Hij zei dat ik daar uit eigen beweging naar toe was gegaan en dat ik een cameraploeg had meegenomen. Allebei klopt niet. Dan ga ik daar dus meteen tegenin, ja. Terwijl ik dat misschien niet moet doen. Het zal wellicht niet bedoeld zijn maar het schept direct een compleet ander beeld van de situatie en mijn uitgangspunten. En daar stoor ik mij aan.”
De Vries heeft het al eens eerder gezegd. Hij heeft geen hoge pet op van de Nederlandse journalistiek. “Als ik zie wat er allemaal al voor onzin over mij geschreven wordt. Laat ik het zo zeggen. Als ik de helft van die fouten maakte zou ik nog geen goede journalist zijn. Neem nou de situatie die ik aantrof in Limburg. Ik ben daar nog niet aangekomen of de hele meute pers stort zich op mij. Ze lopen als hondjes achter me aan, vragen drie keer hoe alles ook al weer zit en vervolgens schrijven sommigen dat ik daar interessant loop te doen. Weet je, ik ben 23 jaar journalist en heb 50 jaar gewerkt. Als je begrijpt wat ik bedoel. Zie je die kast dossiers hier? Die ken ik woord voor woord. Misdaad is mijn leven dan krijg je soms dit soort dingen in je schoot geworpen. Of je er nou om vraagt of niet. Vaak zijn het prachtige zaken waarmee ik mijn voordeel doe in mijn programma. Nu was het een vraag om hulp in een gevaarlijke situatie. Dan moet je niet ineens roepen; dat is mijn taak niet als journalist. Het hoort gewoon bij de status die ik heb opgebouwd.”
Van bescheidenheid zal niemand De Vries beschuldigen. Zit hij wel eens mis? “Op mijn vakgebied vrijwel nooit. Zoals ik zeg: ik weet waarover ik het heb. Wat ik wel interessant vind is dat misdaad een steeds belangrijker item wordt in Nederland. Je kunt er tegenwoordig verkiezingen mee winnen of verliezen. Het gevoel van onveiligheid heerst, de betrouwbaarheid van de politie heeft met het IRT en alles wat daarna nog is gekomen een enorme deuk opgelopen. En toch zie je zowel bij publiek, de politiek en een deel van de pers nog altijd dat rotsvaste vertrouwen in de politie als antwoord op al het kwaad. Dat zie je in de simplistische manier waarop over misdaad wordt nagedacht oppakken en zo lang mogelijk opsluiten- en in dit geval van de gijzeling en de kritiek op mij ook weer. Waar is dat vertrouwen in de politie op gebaseerd? Op alle successen van de laatste jaren? Op de Puttense moordzaak waar ze de verkeerde mensen tien jaar lang hebben vastgezet en de dader nog rondloopt? Ga zo maar door.”
De Vries haalt zelf de Puttense moordzaak aan. Zij die zijn programma regelmatig bekijken kennen deze zaak als een van zijn stokpaardjes. Zoals ook de moord op Nicky Verstappen en de verdwijning en waarschijnlijke moord door de inmiddels overleden Okan O. op moeder en dochter Marion en Romy van Buuren. Veel schot zit er in al die zaken naar verluidt niet. Gaat het nooit frustreren? “Het gaat je niet in je koude kleren zitten. Maar het is een van de redenen waarom ik doe wat ik doe. Oplossen van zaken, nabestaanden verlossen van die vreselijke onzekerheid. Verder boeien vooral de motieven van de misdadigers me. Wat mij interesseert is waarom mensen die ooit met elkaar hebben gelachen, gefeest en gevreeën elkaar op enig moment toch vermoorden. Waar zit dat omslagpunt? Wat gebeurt er?”
Dat zijn het soort levensvragen waar je inderdaad een heel serieus gezicht krijgt. Moet workaholic De Vries niet oppassen dat hij eindigt als Joop van den Ende. Opgebrand dus?
“Ach, als ik zaterdagmorgen langs de lijn sta bij het voetbalteam van mijn zoontje denk ik bij mezelf: laat iedereen het rambam krijgen. Dan is mijn zoontje en zijn team belangrijker. Hij is spits en topscorer van de E-1 van NVC. Ik coach die gasten. Heerlijk is dat. Weet je wat het leukste stukje is dat ik elke week schrijf? Het wedstrijdverslag van die jongens. Iedereen moet even genoemd worden anders is het natuurlijk niet goed. Opbranden doe ik niet. Niet om het werk en niet om de kritiek. Daar heb ik het veel te druk voor.”





