Tiplijn:
0800 - 333 2 333

Een ´postmoderne Robin Hood´; Profiel tv-detective Peter R. de Vries
zaterdag 9 februari 2008, 12:00 uur
Een ´postmoderne Robin Hood´; Profiel tv-detective Peter R. de Vries

Vrij Nederland

BYLINE: Marian Husken

Door het ‘oplossen’ van de verdwijning van Natalee Holloway bereikte Peter R. de Vries, de zelfbenoemde hulpsheriff van Nederland, vorige week zijn internationale doorbraak. Wat is zijn geheim En waar houdt journalistiek onderzoek op en begint eigenrichting

Miljoenen kijkers kregen zondag de onthutsende bekentenissen van Joran van der Sloot tegenover een vermeende vriend (de infiltrant namens Peter R. de Vries) te horen. Ze zagen een jongen die er trots op was dat hij tot nu toe politie en justitie te slim af was geweest.

Peter Rudolf de Vries (52) en zijn team schreven crimegeschiedenis.
Dagenlang was niet alleen Nederland in de ban van de aangekondigde onthulling van de misdaadjournalist. Ook in de Verenigde Staten werd reikhalzend uitgekeken naar de uitzending van de Dutch crime reporter die ‘onderzoekt, aanklaagt, ontmaskert en verdedigt’.

Waar politie en justitie faalden, kwam De Vries met ‘onomstotelijk bewijs’. Hij zette een undercoveroperatie op om de waarheid te achterhalen. In eerdere zaken boekte hij al succes met het gebruik van verborgen microfoons en camera’s; nu huurde hij ook nog een infiltrant in.

Databank

In interviews omschrijft De Vries zijn klinkende resultaten als ‘het geluk van de ijverigen’. ‘Alles wat ik kan doen, doe ik. Dan kom ik tot een bepaald gevoel, een bepaald oordeel en dat blijkt meestal te kloppen. Maar niets gaat vanzelf.’

Het gaat kortom om praktijkervaring, intuitie en hard werken. ‘Je moet nieuwsgierig zijn en voortdurend met je vak bezig zijn.’ De Vries heeft de afgelopen dertig jaar een gigantisch en goed geordend archief opgebouwd. Als jonge verslaggever bij De Telegraaf knipte hij elk bericht uit dat hij van belang vond. Alle criminele zaken heeft hij op onderwerp gebundeld in plastic mapjes die weer in honderden genummerde ordners en archiefdozen zitten. En dat alles is later weer in de computer gezet. Hij deed dat lang voordat de politie deze manier van werken invoerde. Het grote voordeel is dat De Vries als geen ander dwarsverbanden kan leggen en zich feiten herinnert die jongere collega’s en rechercheurs niet direct kunnen terugvinden in de digitale zoekmachines, die meestal niet verder teruggaan dan zo’n vijftien jaar geleden. De Vries beschikt bovendien over honderden politiedossiers over moordzaken, op alfabet gezet en gerubriceerd. De Vries, in een van zijn boeken over de ‘schatkamer’ van de journalist: ‘Mijn archief is heilig, iets weggooien grenst aan heiligschennis.’

De Vries heeft niet alleen een fantastisch archief en een goed geheugen, hij heeft ook de beste contacten in de onder- en bovenwereld, bij politie, justitie en met de gewone man. En dat kost tijd en inspanning. Hij leest alle brieven, mails en tips en geeft ook antwoord. ‘Het eerste wat ik doe als ik op de redactie kom, is de post bekijken. Ongeopende brieven oefenen een magische aantrekkingskracht op me uit, die pas is verbroken als ik ze gelezen heb.’

Hij stuurt gevangenen die contact met hem opnemen kaarten en boeken. ‘Soms zijn die briefjes uit de lik ineens goud waard.’

Ook spreekt hij veel mensen persoonlijk. Zijn vriend Cor van Hout, de Heineken-ontvoerder, was echt niet zijn enige goede bron in de criminele scene, ook de eerste Nederlandse godfather Klaas Bruinsma kende hij persoonlijk, en drugsbaronnen als de ‘Hakkelaar’ en de Zwarte Cobra.

De Vries is zorgvuldig tegenover ouders van vermiste en vermoorde kinderen en gaat bij slachtoffers op bezoek als er allang geen direct programmabelang meer is. De Vries in De Stem (1997): ‘Nazorg is de sleutel tot goede contacten. Je moet mensen ook het gevoel geven dat je echt belangstelling hebt en niet alleen belt om een stukkie.’

Zo onderhield hij jarenlang contact met de familie van de tienjarige Petertje Oort uit Purmerend die in 1982 dood uit de ringvaart werd gevist. Vermoord. Het gezin ging aan verdriet ten onder. De dader werd nooit gevonden en de zaak verjaarde. Maar De Vries kon zich er niet bij neerleggen. In De moord die niet mag verjaren beschrijft hij hoe hij op een regenachtige dag voor een heel andere zaak in Purmerend moest zijn en een half uurtje over had. ‘Ik kocht een mooie plant en ging naar het graf van Petertje. Ik zette de pot op de grafsteen, deed er een kaartje aan en schreef: “Petertje, weet je ik zal altijd blijven zoeken naar de man die dit heeft gedaan.”‘

Hoge eisen

Vanaf het begin van zijn carriere als crimereporter legde De Vries de lat hoog. Als beginnend journalist deed hij uren over een eenkolommertje in De Telegraaf, maar niet lang daarna schreef hijzelf uitvoerige misdaadverhalen en onthullende reportages voor de grootste krant van Nederland. ‘Toen dacht ik: stel dat ik een boek kan schrijven Zo verleg je grenzen.’

Hij werd hoofdredacteur van het tijdschrift Aktueel, schreef voor het AD en publiceerde intussen menig boek: van Uit de dossiers van commissaris Toorenaar tot en met de megabestseller over de Heinekenontvoering. Zijn ‘vaardige pen’ was voor hem ‘een fantastisch breekijzer’ om de televisiewereld binnen te komen.
Met zijn eigen programma kwam ook de nationale roem. In 2005 volgde zijn mislukte politieke avontuur met een eigen partij. Maar het kijkcijferkanon zat niet bij de pakken neer. Dat kleine barstje in het tot dan toe glimmende blazoen moest onmiddellijk met nieuwe scoops ongedaan worden gemaakt. In 2006 deed hij onderzoek naar de moord op John F. Kennedy. Zelf vond hij dat hij nieuw licht op deze internationale zaak wierp – maar daar was niet iedereen van overtuigd. In 2007 kwam hij met een opmerkelijk programma over Gladio, een supergeheime ondergrondse beweging die na de Tweede Wereldoorlog werd opgericht om het gevaar van een communistische bezetting te bestrijden. De Vries onthulde dat criminelen met wapens handelden die uit de depots van Gladio waren gestolen. Hij was woedend dat zijn grote onthulling geen schokgolf veroorzaakte in Den Haag.

En nu heeft hij dan zijn ‘dagdroom’ waargemaakt, zoals hij stelt op zijn website: hij haalde ‘de bittere waarheid’ boven tafel in een zaak die ieder misdaadverslaggever ter wereld zou willen oplossen – de verdwijning van Natalee Holloway. Een onthulling die eindelijk zorgt voor een internationale doorbraak.

Volksvermaak

‘De Vries houdt een eeuwenoude vermaaksvorm in stand,’ stelde communicatiewetenschapper Stijn Reijnders twee jaar geleden in zijn proefschrift ‘Holland op de helling’. De onderzoeker bekeek vele afleveringen van het programma Peter R. de Vries: Misdaadverslaggever en vergeleek die met negentiende-eeuwse vormen van volksvermaak waarin misdaad een rol speelt. De Vries heeft dezelfde rol als de volkszangers van moordliederen uit het verleden; zijn programma lijkt op de ‘gruwelkamers’, reizende kermisattracties waarin met wassen beelden misdaden werden uitgebeeld. Net als toen gaat het bij Peter R. de Vries om waargebeurde misdrijven. De ultieme slachtoffers zijn jonge blanke vrouwen of kinderen: het symbool van onschuld. Wie aan hen komt, is een beest, de verpersoonlijking van het Kwaad. En dat moet worden bestreden met alle middelen.

Volgens Reijnders vormt De Vries een verbinding tussen het rechtssysteem en de behoefte aan rechtsgevoel en de daarmee samenhangende moraal. In zijn rol als onrechtbestrijder leunt De Vries op voorbeelden uit de (crime)fiction. Zoals hij achter zijn bureau in de studio zit, doet hij Reijnders denken aan de literaire oerspeurder Sherlock Holmes. Hij analyseert de feiten en gebruikt bewoordingen als ‘een onderzoek instellen’ en ‘speurwerk verrichten’. Tijdens buitenopnamen speelt De Vries de Amerikaanse hard-boiled detective, aldus Reijnders. Een snelle jongen in een leren jack en spijkerbroek die achter verdachten aanrent om ze te confronteren met zijn ‘feiten’.

De Vries heeft zich volgens de wetenschapper de afgelopen jaren ontpopt als de stem van de machtelozen. De televisie dient daarbij als strijdtoneel. De misdaadreporter neemt het niet al te nauw met de (wettelijke) regels en kan daardoor meer doen dan politie en justitie. Hij kan rechtstreeks op een dader afstappen en hem confronteren met zijn ‘bewijzen’.

Hij is geen verteller zoals zijn historische voorgangers, maar een strijder tegen het onrecht. In de ogen van De Vries heeft een al dan niet veroordeelde moordenaar zijn recht op anonimiteit en privacy verspeeld.
Journalisten, of ze nu schrijver zijn of televisiemaker, hebben zich te houden aan de zogeheten code van Bordeaux. Ze moeten de feiten presenteren zoals ze zijn, en hoor en wederhoor toepassen. Maar er bestaan geen regels over het verkrijgen van informatie. Veel toegespeeld materiaal is op een oneigenlijke en soms onoirbare wijze ontvreemd. Soms is het noodzakelijk om undercoverjournalistiek te bedrijven omdat wantoestanden anders niet kunnen worden blootgelegd. Journalisten hebben verschoningsrecht. Ze mogen zwijgen over hun bronnen. In de schimmige wereld van bedriegers, oplichters en fraudeurs en de moord- en doodslagzaken waarmee Peter R. de Vries zich bezighoudt, is het haast onvermijdelijk dat er soms op onorthodoxe wijze moet worden gewerkt. Als televisiemaker weet De Vries dat een beeld meer zegt dan duizend woorden. En undercoveroperaties leveren spannende beelden op. Maar hij is pisnijdig als er wordt getwijfeld aan zijn drijfveren. Het gaat hem om de ‘waarheidsvinding’.

En als de waarheid boven tafel is gehaald, confronteert De Vries naar goed journalistiek gebruik de leugenaar met zijn feiten. Dat heet weerwoord geven. Dat de kijker daardoor op het puntje van zijn stoel zit, is mooi meegenomen.

Reconstructies

Slachtoffers en nabestaanden van onopgeloste misdrijven zoeken soms ten einde raad hulp bij Peter R. de Vries. Een van zijn methoden is de reconstructie. Hiermee vraagt hij aandacht voor feiten die de opsporingsambtenaren over het hoofd hebben gezien. Critici vinden dat de misdaadjournalist door het in scene zetten van soms pijnlijke details ‘een sensatiezoeker’ is: ‘Een profiteur van door hemzelf opgeroepen emoties.’

Deze geluiden vielen te horen op een symposium in 2000. De stelling luidde: Peter R. de Vries: sensatiezoeker of nationaal geweten De reacties werden opgetekend in Het Parool. De meerderheid van de aanwezigen waardeerde het dat de misdaadjournalist justitie en politie voortdurend op de vingers tikte. ‘Het is een macho, maar wij hebben dit soort helaas nodig als de overheid te laks werkt.’ En: ‘Dat hij hiervoor de media gebruikt, is zijn goed recht. En dat hij daardoor een bekende Nederlander is geworden, is leuk voor hem.’

Zelf vertelde De Vries dat ook politie en justitie hem weten te vinden om zaken op te lossen. En dat klopt. De toenmalige Amsterdamse politiewoordvoerder Klaas Wilting bijvoorbeeld roemde in de Volkskrant de samenwerking met De Vries: ‘Hij komt altijd zijn afspraken na en pleegt altijd wederhoor. Ik heb hem nog nooit kunnen betrappen op een dubbele agenda.’

Op het symposium zorgde Egbert Myjer, destijds bijzonder hoogleraar rechten van de mens en plaatsvervangend Advocaat-Generaal bij het Amsterdamse parket, voor een tegengeluid. ‘Mijn grootste bezwaar tegen programma’s als die van De Vries is dat bepaalde politietaken worden overgenomen. De vervolgvraag luidt dan immers: wie controleert Peter R. de Vries dan nog Anders dan bij politie en justitie ontbreekt die controle.’

Ook criminoloog Hans Boutellier leek minder gecharmeerd van de rol van de crimereporter in de opsporing. ‘De Vries heeft de ogen van de journalist, de snor (toen nog wel, MH) van een politieman en de kin van een crimineel. Anders gezegd: Peter R. de Vries is de detective, de boef en de man die zich om de slachtoffers bekommert. De Vries is een postmoderne Robin Hood in dienst… tja… van wie eigenlijk’

Kritiek

In 2005 pakte Nieuwe Revu uit met een verhaal onder de kop ‘De dubieuze speurmethoden’. Het ging over de ‘hofleverancier van Peter R. de Vries’. Privespeurder Michel Kraaij beweert hierin dat hij vastgelopen zaken van de misdaadjournalist weer aan het rollen kreeg. Hoe Door zich via de telefoon voor te doen als ambtenaar of collega. Kraaij ontfutselde zo allerlei gevoelige en vertrouwelijke informatie over bankgegevens en zelfs complete strafbladen die hij daarna verkocht aan belangstellenden. Ook aan De Vries, die hij aan menige scoop (‘Mabelgate’) had geholpen, zei hij. De Vries, die om een weerwoord werd verzocht, ging niet specifiek op het verhaal van Kraaij in, maar bevestigde dat hij soms gebruik maakt van recherchebureaus om lastige informatie boven tafel te halen. ‘Ik vind dat het me vrij staat iemand in te schakelen voor bepaalde research.’
Maar een zegsman van het College Bescherming Persoonsgegevens meende dat het niet uitmaakte of je opdrachtgever of leverancier bent. ‘In alle gevallen is er sprake van onrechtmatig gedrag. Als je weet dat je opdracht geeft om informatie te achterhalen die niet op rechtmatige manier te verkrijgen is, dan overtreed je de wet.’

De Wet Bescherming Persoonsgegevens is ook van toepassing op de journalistiek, beaamde de privacy-zegsman, maar het toezicht van het college niet.

Ook nu, in de zaak-Natalee Holloway, is er kritiek op de werkwijze van de crime-reporter. Strafadvocaat Gerard Spong stelde in NRC Handelsblad van afgelopen zaterdag dat De Vries mogelijk zelfs ‘onrechtmatig’ heeft gehandeld doordat een infiltrant die voor hem werkte in de privesfeer opnamen heeft gemaakt. Hij heeft de privacy van de vermeende dader Joran van der Sloot geschonden. ‘Daarover is jurisprudentie van het Europees Hof van de Rechten van de Mens.’
Maar de ene zaak is de andere niet.

Eigenrichting

Waar andere onderzoeksjournalisten stoppen, gaat De Vries door – hij roept dat zelf, en zijn talloze artikelen, columns, boeken en zijn televisieprogramma’s vormen het beste bewijs. Hij vond daders zoals Louis H. die Corinne Bolhaar en haar twee kinderen doodde. Hij loste de Baarnse moordzaak op – een cold case waarbij alsnog de dader van een tweevoudige moord werd aangewezen. Of hij pleitte onschuldigen vrij, zoals de twee veroordeelde mannen uit Putten. Onder druk hadden ze bekend dat ze stewardess Christel Ambrosius hadden vermoord. De Vries vond zoveel aanwijzingen dat ze het niet gedaan hadden, dat de rechters ze moesten vrijspreken.

In de ogen van De Vries heiligt het doel – ‘de waarheidsvinding’ – de middelen, zoals nu dus een undercoveractie in de zaak-Natalee Holloway. In interviews stelde De Vries al dat mensen die iets vreselijks hebben gedaan, niet langer recht hebben op de wettelijke bescherming van hun privacy. Het leed dat ze de slachtoffers en de nabestaanden hebben aangedaan, is daarvoor te groot.
Het is een opvatting die dicht aanschuurt tegen eigenrichting (private justice). Maar hij staat daar niet alleen in. Dat gevoel van ‘eigen schuld, dan had je het maar niet moeten doen’ leeft bij een groot deel van de Nederlandse samenleving. Dat is begrijpelijk, maar de betrokkenen zijn verdachten – (nog) geen schuldigen – ook al is het op de televisie vertoonde bewijs nog zo overtuigend. Nederland is nog altijd een rechtsstaat waar de rechter oordeelt, niet het tv-kijkende volk. In een rechtsstaat moet prudent worden omgegaan met de privacy van verdachten. In gepubliceerde vonnissen worden namen van veroordeelden nog altijd geanonimiseerd. Ook zijn er regels vastgesteld voor de opsporing. Voor een vergaande inbreuk op iemands directe leefomgeving is altijd vooraf toestemming nodig van een rechter. Dat geldt met name voor undercoveracties.

In Amerika zal de Nederlandse discussie over het gebruik van een infiltrant om Joran van der Sloot tot een bekentenis over te halen nauwelijks stof doen opwaaien. Het is een opsporingsmethode die veelvuldig wordt gebruikt door de Amerikaanse politie en justitie. De Nederlandse instanties zijn veel meer aan regels gebonden dan hun overzeese collega’s.

Private justice en trial by media rukken op. De discussie over de rechtsgeldigheid van de undercoveroperatie zoals De Vries die in de zaak-Holloway uitvoerde, vond eerder al plaats in de Verenigde Staten. Ook Amerikaanse crime reporters schuwen het inzetten van infiltranten niet. Hierbij gaat de geldkraan soms wel erg ver open. Dateline, de nieuwsrubriek van NBC, betaalde in 2006 het burgercomite Perverted Justice honderdduizend dollar om zo pedofielen aan te pakken, zo meldde The Washington Post. De leden van de groep deden zich in een chatroom voor als minderjarigen en probeerden in contact te komen met volwassenen voor seks. De uitzendingen van To Catch a Predator trokken een miljoenenpubliek. Later volgde harde kritiek op deze undercoveroperaties. Met hulp van de verslaggevers en de burgers kon de politie pedofielen opsporen, maar er bleken ook onschuldigen bij te zitten. Veel trokken de programmamakers zich hier niet van aan. Ook hier gold uiteindelijk toch dat het doel de middelen heiligt.
Terug naar Peter R. de Vries. Hij heeft meer dan vierhonderdvijftig moordzaken onderzocht. Tot nu toe heeft hij zijn zaken altijd keurig voor elkaar gehad. Democratische controle op burgerspeurders als hij bestaat niet. Maar er zijn altijd wel (stikjaloerse) collega’s die niet zullen schromen om de tv-detective te tackelen als hij een steekje laat vallen.

Laatste update: vrijdag 30 september 2011, 14:48 uur