Ruim twintig jaar geleden, op vrijdagochtend 30 november 1984, werd in Zaandam de 21-jarige Sandra van Raalten op gruwelijke wijze vermoord in de kledingboetiek waar zij werkte. Het misdrijf staat sindsdien te boek als de ‘Zaanse Paskamermoord’ en behoort tot weinige echte misdaadklassiekers in ons land. Sandra was door haar moordenaar gekneveld, haar mond was dicht gepropt met een zakdoek en haar hals was doorgesneden. Hoewel de jonge verkoopster niet was verkracht, ging men er wel van uit dat het delict een seksuele achtergrond had. De moord zou de gemoederen in Nederland jarenlang bezighouden.
Hoewel in het onderzoek al snel de gewelddadige beroepscriminelen Kemal Erol en zijn handlanger Sukrija Taipovski in beeld kwamen, verlegde het onervaren rechercheteam om onbegrijpelijke redenen de aandacht naar de plaatselijke fietsenhandelaar Rob van Zaane, die bevriend was met Sandra. Van Zaane had een behoorlijk alibi, maar door een opeenstapeling van gestuntel, desinteresse en ongeëvenaard gemanipuleer werd hij toch beschuldigd van de moord.
De recherche liet zich daarbij gewillig in de luren leggen door de doorzichtige leugens van een rancuneuze ex-vriendin van Van Zaane voor zoete koek te slikken. Er was slechts één man in het team die dit niet pikte: coördinator Sjoerd Bos, een oude rot in het vak. Hij wees opnieuw naar de oude verdachten – Erol en Taipovski – en stelde dat Van Zaane de dader niet kòn zijn, maar dit kwam hem op de toorn van zijn superieuren en de hoon van zijn collegae te staan. Bos mocht zich – dienstbevel! – vanaf dat moment niet meer met het onderzoek bemoeien, werd op een zijspoor gezet, uitgekotst, gekleineerd en functioneerde uiteindelijk niet meer.
Rob van Zaane werd door de rechtbank tot twaalf jaar cel veroordeeld en rechercheur Sjoerd Bos kreeg op 1 september 1986 ontslag. Carrière verwoest. Bos schreef nog een gedurfde brief naar het Gerechtshof waar Van Zaane in hoger beroep terecht stond. Hij beklemtoonde opnieuw dat Erol en Taipovski in zijn ogen terecht hadden moeten staan en dat de Zaanse fietsenhandelaar onschuldig was. Na een slepend proces werd Van Zaane inderdaad vrijgesproken, maar moest daarna nog heel lang met de doem der verdenking leven, niet in de laatste plaats omdat justitiefunctionarissen bleven roepen dat hij wel degelijk de dader was.
Maar dan… in 2001, bijna achttien jaar na de moord, onderzoekt een cold caseteam de Paskamermoord opnieuw en doet spectaculaire ontdekkingen. Op de zoekdoek waarmee Sandra de mond was gesnoerd vindt men DNA van… Kemal Erol. En op een mes dat kort na de moord al bij hem in beslag was genomen treft men bovendien bloedresten aan van… Sandra. Sjoerd Bos had volkomen gelijk: Van Zaane was onschuldig en ‘zijn’ verdachten waren de echte moordenaars.
Maar het recht zou zijn loop niet meer krijgen: zowel Erol als Taipovski bleken inmiddels te zijn overleden. En Sjoerd Bos smaakte dan wel het zoet van de overwinning, maar zat ondertussen wel gedesillusioneerd en verbitterd thuis. Excuses gehad? Welnee! Eerherstel misschien dan? Kom nou!
Met de uitkomsten van het nieuwe onderzoek in de hand schreef hij het afgelopen jaar de burgemeester (korpsbeheerder) in Zaanstad, de hoofdofficier van justitie in Haarlem, het college van procureurs-generaal in Den Haag en uiteindelijk zelfs minister van Justitie Donner aan. Bos vraagt om genoegdoening en een financiële compensatie voor het hem – onterecht – aangedane leed: ‘Van een besef wat mij en mijn gezin is aangedaan is nimmer iets gebleken. Vooral mijn echtgenote was door het gebeuren op een zeker moment geestelijk en lichamelijk kapot…’.
Burgemeester H.M. Meijdam van Zaanstad liet Sjoerd Bos in een stuitend kort briefje weten dat de kwestie is ‘verjaard’ en schreef: ‘Ik zie verder geen aanleiding om hier verder op terug te komen’. Bekijk het maar! Hoofdofficier van Justitie mr. H.P. Wooldrik schoof de zaak door naar het College van procureurs-generaal, dat om strikt formele redenen vorig jaar liet weten dat men niets kon doen. Ziezo, afgepoeierd!
Minister Donner schreef tot slot: ‘Ik zie niet hoe ik als minister van Justitie hier in zou kunnen treden. Ik acht mij niet gehouden tot enige vergoeding van mogelijk door u geleden schade’. En, voor alle duidelijkheid: ‘Ik heb hieraan niets toe te voegen…’. Dossier gesloten. Geen greintje menselijkheid.
Kunnen al die politici die afgelopen week over elkaar heen buitelden en om het hardst riepen dat de dwaling in de zaak van Nienke Kleiss en Kees B. een ‘regelrechte schande’ is en dat ‘de onderste steen boven moet komen’, zich misschien ook nog even bemoeien met de schofterige afhandeling van dit ‘vuiltje’ uit het verleden, want daar heb ik de geachte afgevaardigden nooit over gehoord…
Telegraaf op zondag nr. 35: september 2005



