Tiplijn:
0800 - 333 2 333

zondag 13 februari 2005, 12:00 uur
Rechtspraak ligt onder vuur

Het gebeurde tijdens de behandeling van een grote zedenzaak voor de Amsterdamse rechtbank. De president nam met de verdachte de stukken door, zoals dat heet. Hij las voor dat het slachtoffer in haar aangifte had laten opnemen dat de verkrachter haar door zijn doordringende, angstaanjagende blik deed denken aan Ted Bundy. De president keek de verdachte vragend aan, maar toen die niks zei, haalde de magistraat zijn schouders op en mompelde: ‘Hmm, dat is zeker een of andere man… nooit van gehoord…’.

Ik was met een reportage over de zaak bezig en was daarom bij de rechtszaak aanwezig. Ik had vooraf het hele dossier gelezen.Verbouwereerd hoorde ik de president aan. Dat de voorzitter van een strafkamer die zedenzaken behandeld nog nooit van een van de grootste en meest beschreven seriemoordenaars van de Verenigde Staten had gehoord, vond ik nogal gênant. Maar toch wekte dàt niet mijn verontwaardiging op. Nee, die werd veroorzaakt door het feit dat ik wist dat elders in het dossier precies werd uitgelegd wie die Ted Bundy was en dat hij in 1989 – nadat hij de moord op 28 vrouwen had bekend – op de elektrische stoel was geëxecuteerd. Met dit ogenschijnlijk onschuldige voorval werd klip en klaar bewezen dat de president zijn dossierstukken niet (goed) had gelezen, terwijl zijn rechtbank wel werd geacht de ontkennende verdachte te veroordelen of vrij te spreken. Zoiets boezemt niet echt vertrouwen in de rechtspraak in. Merkwaardig was ook dat de advocaat van de verdachte op dat moment zweeg, terwijl hij had moeten opspringen en zeggen: ‘President, de stukken maken uitgebreid melding van deze Bundy. Als u dat is ontgaan, lijkt u mij niet de aangewezen persoon om deze zaak te behandelen’. Niemand maakte er een woord aan vuil, ook de aanklager niet, die goed beschouwd evenzeer een dienaar van het recht is en uit moet zijn op waarheidsvinding en niet op een makkelijk ‘gewonnen zaak’. Dit soort gebeurtenissen, waarbij rechters niet precies weten waar ze het over hebben en die regelmatig over de hoofden van verdachten, getuigen en slachtoffers heen tot stuitende spraakverwarringen leiden, heb ik te dikwijls meegemaakt om af te doen als incident.

De rechtspraak ligt onder vuur, nu in een aantal zaken duidelijk is geworden dat men de plank tot in hoogste instantie afschuwelijk mis kan slaan: Dat gebeurde in de Puttense moordzaak, maar zeer recent ook in de Schiedammer Parkmoord, waarvoor Kees B. ten onrechte tot 18 jaar en tbs werd veroordeeld. Rechtbank en Hof in de Schiedammer Parkmoord hebben nu aangekondigd dat zij naar deze miskleun een intern onderzoek laten instellen. Nou, dat is niets te vroeg, want ik zeg u dat er meer van dit soort dwalingen zijn in Nederland. Veel mensen geloven nog in de onfeilbaarheid van ons juridische systeem, maar dat is echt niet beter dan in de landen om ons heen, waar we ook talloze voorbeelden van gerechtelijke dwalingen kennen. Alleen al statisch gezien is het onmogelijk dat er geen fouten worden gemaakt. Ik heb dikwijls meegemaakt dat een verdachte door de rechtbank werd vrijgesproken en in hoger beroep door het hof werd veroordeeld en omgekeerd. Er is natuurlijk geen enkele reden om aan te nemen dat de raadsheren in tweede instantie ALTIJD gelijk hebben en de rechters bij de rechtbank er in eerste instantie ALTIJD naast zaten. Geen zinnig mens zal dat willen betogen en dat betekent dus dat we de conclusie moeten aanvaarden dat er meer dwalingen zijn dan we nu weten.

De vraag is in hoeverre rechters daarvoor te blameren zijn. Hadden ze de dwaling kunnen voorkomen? Ik meen van wel. Zowel in de Puttense moordzaak als in de Schiedammer Parkmoord is het mij opgevallen dat de rechters belangrijke punten over het hoofd hebben gezien, danwel volkomen hebben genegeerd. De vermeende bekentenissen van de verdachten bijvoorbeeld bevatten onmiskenbare, spijkerhard aantoonbare onjuistheden, maar de wens om iemand te veroordelen was kennelijk groter dan het knagende geweten of de juiste verdachte wel terecht stond.

Te vaak zie ik ook dat rechters – zeker als er nauwelijks pers en publiek bij zijn – waardigheid verwarren met arrogantie, onafhankelijkheid met afstandelijkheid, inzicht met vooringenomenheid en gezag met macht. Het is misschien een beetje tekenend voor de situatie dat ik onlangs bij een rechtszaak tijdens de schorsing tegen de nabestaanden geruststellend opmerkte: ‘Nou, de rechtbank kent het dossier goed, zeg!’ Alsof je daar blij verrast over moet zijn.

Laten we ons goed blijven realiseren dat het heel erg is als daders hun straf ontlopen. Maar dat het nog veel erger is als onschuldigen onterecht worden veroordeeld. Ted Bundy was trouwens guilty as hell, edelachtbare!

Telegraaf op zondag nr. 24: maart 2005

Laatste update: donderdag 18 maart 2010, 15:33 uur