Door PETER R. DE VRIES
Afgelopen week kreeg ik een schokkend nieuwsbericht onder ogen. Het meldde dat de 36-jarige Tilburger Michiel B. door de rechtbank tot zes weken cel en drie jaar ontzegging van de rijbevoegdheid was veroordeeld. De man was in maart van dit jaar samen met een vriend aangehouden na een wilde achtervolging, waarbij de binnenstad van Tilburg als circuit dienst deed en er harder dan 160 kilometer werd gereden. De Chevrolet van B. kwam uiteindelijk tot stilstand tegen een lichtmast. De wegpiraat stapte daar direct uit en wilde weglopen. Toen agenten hem aanhielden schreeuwde B. dat men niet hem moest hebben, maar dat er nog een derde persoon was en dat HIJ gereden had. B. had 1.7 promille alcohol in zijn bloed en die derde man bestond helemaal niet. Dat was een leugen om aansprakelijkheid te ontlopen.
Nu zult u zeggen: geen fraai verhaal, maar zò schokkend is het ook weer niet. En toch is het dat wel, want B. heeft wel eens eerder gezegd dat HIJ niet gereden had en dat gebeurde nadat hij een van de ergste ongelukken uit onze verkeersgeschiedenis had veroorzaakt, waarbij vijf mensen om het leven kwamen. B. is bovendien met voorsprong de grootste leugenaar die ik in een kwarteeuw misdaadjournalistiek heb meegemaakt en dat veroorzaakte bij mij in ieder geval al een schok van herkenning toen ik dat nieuwsberichtje las.
Op eerste paasdag van 1994 reed Michiel B. met zijn vriend Has Steenbergen in een Porsche op de Nistelrodeseweg bij het Brabantse Heesch. B. had zo’n tien glazen bier op en ooggetuigen zagen hoe hij alle geboden en verboden negerend, slingerend en scheurend over de (verkeerde helft) van de weg reed. Na een onmogelijke inhaalmanoeuvre knalde hij frontaal op een tegemoetkomende Volvo, waarin twee echtparen – familie van elkaar – zaten. Frans en Riet Verkuijlen en Joke en Bert Raaijmakers waren op slag dood. Has Steenbergen, de vriend van B., leefde nog even maar overleed ook. Alleen B. was nagenoeg ongedeerd. Getuigen zagen hoe hij uit het autowrak klauterde en weg strompelde, zonder zich om iemand te bekommeren. In het ziekenhuis van Oss werd hij aangehouden en verklaarde dat hij niet de chauffeur was geweest, maar dat er nog een derde persoon in het spel was en dat die gereden had. Toen hij hoorde dat zijn vriend Has ook was omgekomen, stelde hij dat verhaal bij. Nu zei hij ineens dat ze toch met zijn tweeën in de auto zaten, maar dat Has had gereden en dat ze door de klap van de botsing van plaats verwisseld waren. Ook dat verhaal kon geen stand houden, want Has zat met zijn benen onder het dashboard beklemd en hoe kan dat als je NA de klap door de auto bent gehusseld? Toen kwam B. met de grofste, de steilste en brutaalste leugen die ik ooit heb gehoord. Hij beweerde dat Has reed en dat hij – B. – hem een fractie van een seconde voor de doodsklap achter het stuur in de benauwde Porsche had weggetrokken en zelf achter het stuur was gedoken in een poging het ongeluk te voorkomen. Has was dood en kon het niet tegenspreken, maar de technische sporen spraken andere taal. Er was een lang, recht ononderbroken remspoor – kennelijk was B. er tijdens het stoelverwisselen ook nog in geslaagd constant het rempedaal ingedrukt te houden… Has bleek bovendien zijn gordel keurig om te hebben op te passagiersstoel, wat zelfs boeienkoning Houdini niet gelukt zou zijn. Tegen beter weten in liet justitie een test doen en toen bleek dat twee nuchtere personen in een stilstaande auto, nadat ze een paar keer hebben geoefend en de handelingen goed met elkaar hebben afgesproken, vijf volle seconden nodig hebben om van stoel te verwisselen. In een hardrijdende Porsche die op het punt staat te crashen en waarin de bestuurder met alle kracht op de rem trapt is dat on-mo-ge-lijk.Maar B. hield het tot ieders verbijstering stug vol. Toen ik in 1997 een uitzending over het drama maakte noemde B. het zelfs ‘sadistisch’ dat hij voor deze zaak in voorarrest had gezeten. Uiteindelijk werd B. voor de dood van vijf mensen veroordeeld tot 3 jaar en 8 maanden cel.
Ik heb nadien nog regelmatig aan hem en zijn onvoorstelbare leugens moeten denken, maar hoorde niets meer over hem. Tot vorige week dus. Toen bleek dat B. wéér dronken had gereden, wéér een dollemansrit op zijn geweten had en wéér een derde – niet bestaande – persoon de schuld wilde geven. De grootste psychopathische leugenaars zitten in Nederland niet in een tbs-kliniek, maar gewoon achter het stuur. Dat is schokkend… of niet soms?
Telegraaf op zondag nr. 20: december 2004



