Zegt u eens eerlijk, zonder al te lang na te denken, hoeveel moord en doodslag worden er volgens u jaarlijks in ons land gepleegd? Ik stel deze vraag vaak op verjaardagsfeestjes, waar de aanwezigen nog al eens betogen dat je tegenwoordig je leven niet meer zeker bent in Nederland.
De antwoorden op mijn vraag zijn vaak een mooie graadmeter van het misdaadbeeld dat men heeft. Zonder te blikken of te blozen wordt er door velen ingezet op 3000 moorden… Fout?… Eh…tegen de 5000 dan?…. 6000 misschien? Pas als ik zeg dat 6000 moorden zo’n 500 levensdelicten per maand inhoudt, binden ze in. Oké, 1500 dan?
Ze zijn verrast als ik vertel dat er de afgelopen vijftien jaar rond de 250 moord en doodslagen per jaar zijn gepleegd en dat de nieuwste cijfers – 204 moorden in 2004 – zelfs een flinke daling inhoudt in plaats van de alom veronderstelde stijging. Dat is vier moorden in de week. Nog steeds geen vrolijk makend getal natuurlijk, maar toch wat anders dan de dik 16 per dag bij 6000 levensdelicten.
En even ter vergelijking: jaarlijks komen er bijna 1000 mensen om in het verkeer. Zo’n 1500 mensen plegen zelfmoord. Ruim 20.000 (!) mensen laten het leven als gevolg van het roken. Ruim 800 mensen overlijden er ieder jaar aan de gevolgen van alcoholgebruik, terwijl van 100 mensen het leven voortijdig eindigt door harddrugs. Geef toe, waarschijnlijk had u ook gedacht dat dit laatste andersom zou zijn: dat er meer mensen aan drugs dan aan alcohol zouden overlijden. Kan geen kwaad om te weten, toch?
En als ik met deze – onverwachte – cijfers en statistieken eenmaal de aandacht heb gevangen, ga ik meestal nog even door. Van die 200 tot 250 moorden betreft ruim driekwart ‘relatiemoorden’: man dood vrouw of vriend en omgekeerd. Mensen die ooit met elkaar hebben gelachen, gefeest en gevreeën en kennelijk letterlijk een relatie hadden in de categorie tot-de-dood-ons-scheidt.
Dan is er natuurlijk sprake van een aantal onderwereldliquidaties en als we de gezinsdrama’s, zoals die bijvoorbeeld onlangs in Hilversum en Zoetermeer plaatsvonden, ook nog van het jaarlijkse aantal aftrekken blijven er hooguit een handvol (motiefloze) moorden over waarvan het gros van de mensen nu juist dacht dat zij of hun kinderen daar ‘zomaar’ elke dag het slachtoffer van konden worden: lustmoorden of zedendelicten die resulteren in een halsmisdrijf.
Opvallend daarbij is weer dat de meeste seksueel getinte moorden niet worden gepleegd door die ‘enge, onbekende man’ voor wie kinderen altijd worden gewaarschuwd, maar meestal juist door iemand die op een of andere manier een bekende van het slachtoffer is, niet zelden een buurtgenoot. Ik houd al heel lang cijfers bij over het aantal moorden en de omstandigheden waaronder ze worden gepleegd en ook dat levert regelmatig verrassende uitkomsten op.
Zo dragen de meeste ouders hun kinderen op dat zij voor het donker thuis moeten zijn omdat het anders op straat te riskant zou zijn. Maar wist u dat van de ruim 80 kindermoorden die ik over de afgelopen decennia heb onderzocht negentig procent op klaarlichte dag om het leven is gebracht, met een piek in de zomermaanden?
Sterker nog, in de gevreesde donkere maanden wordt er niet of nauwelijks gemoord. In mijn misdaadarchief bevindt zich slechts één kindermoord in december, de donkerste maand van het jaar. In januari heb ik er over de afgelopen decennia slechts twee gevonden: de 13-jarige Sybine Jansons uit Maarn op 19 januari 1999 en de 15-jarige Anouschka Weezenbeek uit Budel in januari 1990, waarvoor deze week trouwens alsnog een verdachte werd aangehouden: inderdaad, ook weer een bekende van haar…
Nu realiseer ik mij natuurlijk terdege dat deze ‘voetnoten’ bij onze vaderlandse misdaadgeschiedenis niets, maar dan ook niets, verzacht van het eeuwige verdriet dat de nabestaanden te verwerken hebben gekregen. Dan maakt het natuurlijk niets uit of de moord in januari of juli is gepleegd. Toch blijf ik dit soort informatie verzamelen en analyseren in de misschien wel ijdele hoop ooit in deze data, feiten en achtergronden een patroon te ontdekken, dat de sleutel vormt voor de oplossing en voorkoming van levensdelicten.
Maar ik moet daarbij direct toegeven dat mijn archiefstatistieken voorlopig helaas alleen nog hebben gescoord op de bovengenoemde verjaardagsfeestjes als mensen uit hun nek zaten te kletsen over de kans dat zij vermoord zouden worden…
Telegraaf op zondag nr. 30: mei 2005



