Aanvankelijk was ik van plan om deze keer een positief verhaal over politie en justitie te schrijven. ‘Je bent altijd zo kritisch’, kreeg ik recent van een lezer te horen. ‘Er is toch ook wel eens goed nieuws? Nou dan… schrijf daar eens over!’ Ach, waarom niet, dacht ik, misschien heeft hij wel gelijk. Maar juist toen ik mij in gedachten opmaakte voor een lofzang op de successen van Vrouwe Justitia, kreeg ik het dossier van de 51-jarige Ad Strengers onder ogen en rukte de waakhond van mijn rechtsgevoel mij weer van dat voornemen weg.
Het dossier beschreef de lotgevallen van Strengers, toen hij op 9 juli 2004 in Noordwijk een avondje was wezen stappen en tegen middernacht in zijn Mercedes stapte om naar huis te rijden. Nog voor hij de sleutel in het contact had kunnen steken waren de vier portieren opengerukt en kreeg hij van alle kanten een pistool op zijn hoofd gedrukt. Ook lag er iemand met getrokken wapen op de motorkap en achterbak. Strengers werd door een stuk of tien politiemensen de auto uitgesleurd, op zijn buik op het asfalt gegooid, geboeid, geblinddoekt en gefouilleerd. Later zou hij schrijven: ‘Het waren de meest angstige minuten van mijn leven, ik had het gevoel dat als ik één verkeerde beweging had gemaakt, dat ik was doodgeschoten’. Hij werd aan zijn nek omhoog getrokken en afgevoerd naar het politiebureau.
Daar werd Adri Strengers helemaal uitgekleed en naakt in een cel gezet. De blinddoek werd afgedaan, maar men verbood hem de politiefunctionarissen aan te kijken. Pas toen werd Strengers duidelijk waarom hij was aangehouden. Hij werd aangezien voor de beruchte Duitse bankovervaller Thomas Wolf, een van Europa’s meest gezochte en gevreesde criminelen. Strengers had echter zijn rijbewijs, identiteitskaart en bankpassen bij zich die aantoonden dat hij dat helemaal niet was, maar daarvan werd vermoed dat het falsificaten waren.
Strengers werd – nog steeds naakt – kort ondervraagd en de hulpofficier beloofde hem daarna een handdoek te brengen, wat hij niet deed. En terwijl thuis ook zijn vrouw van haar bed werd gelicht, moest de geschokte arrestant dulden dat in totaal zo’n tien politiemensen door het luikje in zijn celdeur even een kijkje kwamen nemen – alsof het een peepshow was – naar die beruchte gangster Thomas Wolf, de naakte bezienswaardigheid. Een aantal van hen maakte spottende opmerkingen of schold hem uit.
Na een paar uur werd duidelijk dat de arrestatie een verschrikkelijke miskleun was. Strengers was Wolf helemaal niet. Hij werd vrijgelaten – zonder echte excuses uiteraard – en kreeg een postbusnummer mee waar hij een eventuele klacht kon deponeren. Dat gebeurde ook. Zijn Utrechtse raadsman mr. Bo Tieman liet in vlammend advocatenproza weten wat er allemaal mis was gegaan: ‘Het gaat hier om een blunderend opsporingsapparaat dat met groot machtsvertoon, getrokken wapens, verbaal en fysiek geweld, bespotting en vernedering een volstrekt onschuldige burger heeft geterroriseerd naar aanleiding van evidentelijk krakkemikkig opsporingswerk en een klunzige identiteitsvaststelling’.
Mr. Tieman vergeleek de behandeling van zijn cliënt met de praktijken in de beruchte Abu Ghraibgevangenis. En over de gebrekkige afhandeling van de pijnlijke persoonverwisseling, schreef hij: ‘Kennelijk ontbreekt bij de leiding van uw korps elk besef van hoe een gebeurtenis als de onderhavige kan inhakken op iemands leven’. En ingehakt had het. Strengers is volgens deskundigen getraumatiseerd door de gebeurtenissen, heeft nachtmerries en hartkloppingen en loopt bij een psychiater.
‘Zelfs als hij Wolf wél was geweest, had deze behandeling niet door de beugel gekund’, aldus de advocaat, die een immateriële schadevergoeding van 10.000 claimde. Het College van Procureurs-Generaal vond dat echter te gortig, deed een tegenbod van een schamele 1000 euro en er ontspon zich een lange briefwisseling. Maar het College gaf daarin geen krimp, bood geen eurocent extra en dus schreef advocaat mr. Tieman deze week naar de procureurs-generaal dat zijn cliënt het 1000-euro aanbod maar in arren moede accepteerde om na ruim een jaar van touwtrekkerij van de hele affaire af te zijn. Om in ieder geval nog een beetje verbaal de onvrede af te reageren, besloot de advocaat zijn brief met de zin: ‘Ik constateer (wederom en velen met mij) dat het college van PG’s geen snars geeft om burgers’.
Het zijn dit soort stuitende voorvallen – klein, maar in feite groot onrecht – waar ik de afgelopen anderhalf jaar op deze pagina met overtuiging mijn energie in heb gestopt. Het is dan ook met spijt dat ik u moet aankondigen dat dit de laatste keer is dat ik deze column schrijf. De Telegraaf heeft als stelregel dat columnisten niet politiek actief mogen zijn en dus leg ik vandaag mijn pen neer en eindig met de constatering dat deze column voor politie en justitie dus toch nog positief nieuws bevat…
Telegraaf op zondag nr. 39



