Na 25 jaar misdaadverslaggeving denk ik wel eens dat ik alles wat er op dat gebied plaats vindt wel een keer heb meegemaakt. Maar juist dan gebeurt er iets dat ik niet voor mogelijk had gehouden. Zo ben ik er altijd wel van uit gegaan dat Justitie zonder aanzien des persoons te werk gaat: of het nu een zwerver of een captain of industry betreft, het recht heeft gewoon zijn loop. Dat geloof is echter aan het wankelen gebracht door de affaire rond vlees- en vastgoedhandelaar Eddy de Kroes. Deze Wassenaarse zakenman werd in 1987 tot anderhalf jaar cel veroordeeld voor grootschalige fraude met vlees, door de toenmalige slagerijketen ‘De Vleeschmeesters’. De zaak baarde destijds opzien omdat bij De Vleeschmeesters ook oud-premier Barend Biesheuvel, vakbondsman Jan Lanser en zakenicoon Anton Dreesmann waren betrokken. Zij werden nooit vervolgd.
Verleden jaar kwam plotseling aan het licht dat De Kroes geen dag van zijn celstraf had uitgezeten en dat daar geen haan naar had gekraaid. Justitie werd tot actie gedwongen en De Kroes werd alsnog opgepakt. Maar toen gebeurde er iets merkwaardigs. De zakenman trok een aan hem gerichte brief – gedateerd op 16 maart 1992 – tevoorschijn, die was ondertekend door de Haagse officier van Justitie mr. Hans Vos. In de brief stelde Vos dat De Kroes zijn straf niet hoefde uit te zitten. Dat was ongelooflijk, want zoiets is onwettig: een opgelegde straf MOET worden uitgezeten en kan niet door een officier worden ‘kwijtgescholden’. Justitie dacht daarom aan een vervalsing, maar er was nog meer. De Kroes vertelde ook dat hij beginjaren negentig een keer op Schiphol was aangehouden vanwege de signalering dat hij nog een straf moest uitzitten. De zakenman liet de brief aan de Marechaussee zien en toen deze functionaris met officier van Justitie Vos belde of dit wel klopte, kreeg hij inderdaad te horen dat men Eddy de Kroes moest laten gaan.
Nu hij in 2003 alsnog was opgepakt, spande zijn advocaat mr. Spong een kort geding aan, waarin zijn vrijlating werd geëist. De Kroes had een harde toezegging op zak, er was ruim vijftien jaar lang geen poging gedaan om hem zijn straf uit te laten zitten en dus deed de advocaat een beroep op het ‘vertrouwensbeginsel’: De Kroes mocht er op grond van deze omstandigheden vanuit gaan dat hij vrijuit ging. Justitie stelde zich op het standpunt dat als de brief al echt was, de officier dit niet had mogen doen en de straf alsnog moest worden uitgezeten. De rechtbank gelastte een nader onderzoek en daarin kwamen interessante dingen vast te staan. Om te beginnen leerde schriftkundig onderzoek dat de brief met ‘aan zekerheid grenzende waarschijnlijk’ door aanklager Vos was geschreven. Ook het ‘Schiphol-incident’ bleek daadwerkelijk te hebben plaatsgevonden. En in het dossier van De Kroes werd op zijn zogenaamde ‘executiekaart’ de aantekening gevonden: ‘Signalering opgeheven, in overleg met ovj mr. H.M. Vos. Mr. Vos had afgesproken dat straf niet geëxecuteerd zal worden’.
Van belang was natuurlijk wat de verklaring van Vos zelf zou zijn. Nou, die hield in wat we bij pijnlijke kwesties, zoals de IRT-affaire, al zo vaak bij politiefunctionarissen en magistraten hebben gezien: Hij kon zich er nièts meer van herinneren… Hij moest toegeven dat de brief door hem was geschreven. Hij bevestigde ook dat hij ooit een gesprek met een vriend van De Kroes over diens opgelegde celstraf heeft gevoerd, maar verder kon hij er geen zinnig woord over zeggen. De zaak zei hem niets, De Kroes zei hem niets, hij was het helemaal kwijt. De rechtbank kon dit nauwelijks geloven en formuleerde dit in de uitspraak subtiel: ‘Het valt op dat het geheugen van mr. Vos, ook in meer recente zaken, belangrijke lacunes vertoont’.Ik kom het vaak tegen in rechtszalen; politie- en justitiemensen die ineens de simpelste dingen niet meer weten. Men komt er meestal mee weg. Zoals er bij hen ook altijd wordt gesproken van een ‘vergissing’ – en bij ieder ander van ‘meineed’! – als er evident onwaarheid wordt gesproken. Het is bij Vos van tweeën een: of hij heeft iets te verbergen en liegt keihard over de gang van zaken, of hij weet werkelijk niet meer dat hij zoiets buitenissigs (en onwettigs!) heeft gedaan. In beide gevallen is hij als rechtsdienaar volledig gediskwalificeerd. De Kroes kreeg afgelopen week te horen dat hij op grond van al het bovenstaande niet meer de cel in hoeft. Wat blijft hangen is een walm van incompetentie, corruptie en vriendjespolitiek. En mr. Vos? Ik voorspel u dat hij binnenkort gewoon naar een hogere functie zal worden gepromoveerd…
Telegraaf op zondag nr. 4: mei 2004



