Hoewel u van mij als misdaadbeschrijver/bestrijder verwacht dat ik altijd aan de goede kant van de wet sta, moet ik u vertellen dat ik afgelopen week ben gearresteerd en een avond in de politiecel heb gezeten op verdenking van mishandeling met letsel. Op dinsdagavond om kwart over zes, juist toen ik wilde gaan eten, belden er twee rechercheurs van de politie Gooi- en Vechtstreek bij mij thuis aan: Of ik die middag in Kortenhoef op een bepaald adres was geweest. Op mijn bevestigende antwoord, zei een van de politiemensen: ‘Er is aangifte tegen u gedaan wegens mishandeling van de hoofdbewoner. U bent aangehouden’.
Ik keek hem even ongelovig aan. Die middag was ik samen met collega Chantal van Schuylenburch voor mijn tv-programma bij een man langs geweest die een rol speelt in een drugs-affaire. Hij was woedend geworden toen ik hem met zijn betrokkenheid confronteerde en was míj te lijf gegaan. Ik niet hem! Hij had mij eerst een aantal keren met zijn vuisten geslagen en daarna had hij een olijfboompje dat in zijn tuin in een grote bloempot stond bij de steel gepakt, was daarmee vervolgens als een kogelslingeraar op mij afgekomen en had me met de pot en aardkluit een flinke klap in mijn nek gegeven en ook nog een op mijn lichaam.
Eerst had ik niets gedaan, de man was kleiner dan ik en de klappen waren niet zo hard, maar toen hij als een razende met die plantenpot in de rondte sloeg, heb ik uit zelfverdediging één keer uitgehaald, maar die klap miste. Wel zag ik dat de man aan zijn gezicht was geraakt door de doorzwaaiende bloempot. Hij was daarna met een bloedneus afgedropen en daarmee was de kous af. Aangifte deed ik niet. Dan kan ik wel aan de gang blijven. Bovendien: ik heb zelf aangebeld en begrijp wel dat niet iedereen opgetogen mijn komst reageert.
Ik schetste deze gang van zaken aan de twee politiemensen. ‘De man is in een ambulance afgevoerd naar het ziekenhuis. Zijn oogkas is gebroken. Familie en buren zeggen dat u hem heeft mishandeld. Op het bureau wordt alles uitgezocht’, was hun antwoord. Mijn bord eten bleef onaangeroerd op tafel staan en achterin de politieauto werd ik naar het bureau in Hilversum vervoerd. In het cellencomplex werd ik voorgeleid aan de hulp-officier van justitie, die de aanhouding formeel bevestigde. Daarna moest ik al mijn spullen afgeven, mijn broekriem afdoen en werd ik opgesloten in een kaal celletje. Daar zat ik dan…
Normaal gesproken zou dit natuurlijk een zorgwekkende situatie zijn. Er was een confrontatie geweest waarbij iemand gewond was geraakt en een aantal betrokkenen beweerde met stelligheid dat ik dit had gedaan. Maar er was één Groot Geluk, waardoor ik op de harde plank in mijn celletje toch niet zo ongemakkelijk zat: we hadden alles met een verborgen camera opgenomen…
Na terugkeer op de redactie hadden we de beelden bekeken en nogmaals gezien hoe de bewoner tekeer ging en mij aanviel met de bloempot. De beelden toonden dat ik aanvankelijk niets terugdeed en maar één keer een klap wilde geven, overigens pas nadat hij mij al twee keer met de zwiepende bloempot had geraakt. Die klap was bovendien nog mis ook, zo was duidelijk te zien. De verwonding die hij had, was door eigen toedoen veroorzaakt.
Mijn medewerkers kwamen met het ‘bewijs’ naar het bureau, waar de banden secuur werden bekeken. Ik zat me ondertussen al een paar uur in dat celletje te vervelen. Het was een betegeld hokje met alleen een zitplank, die te kort was om op te gaan liggen. Geen lectuur, geen eten, niks. Alleen een paar bekertjes water. Nadat ik alle tegeltjes had geteld (766 stuks), begon ik maar met setjes opdrukken, want het was eigenlijk mijn sportavond.
Nadat ik zo’n vier uur had vastgezeten, werd ik gehoord en kon mijn verhaal doen. De rechercheurs hadden de beelden gezien en die spraken duidelijke taal: ik was niet de agressor, maar het zogenaamde slachtoffer was dat zelf. Zodra mijn verhaal op papier stond zei de hulp-officier dat ik kon gaan: ‘U begrijpt dat we niet anders konden toen hij aangifte deed… hij was gewond en getuigen beweerden dat u dat had gedaan…’.
Toen ik rond middernacht weer vrij man was zeiden enkele van mijn collegae: ‘De politie had dat toch anders kunnen doen, je had toch niet zo lang die cel in gehoeven? En waarom ben je gearresteerd, je had toch ook wel vrijwillig meegewerkt?’ Natuurlijk, antwoordde ik, maar de politie heeft het correct gedaan. Ze hebben zonder aanziens des persoons gehandeld – zoals ook bij een onbekende verdachte zou zijn gebeurd – en dat is prima. Zo hoort het en niet anders. (Maar hoe zou het zijn afgelopen als ik géén videobeelden had gehad…?)
Telegraaf op zondag nr. 34: september 2005



