Door PETER R. DE VRIES
Het ‘terreur-nieuws’ is na de moord op Theo van Gogh zo overheersend dat ik enige schroom voel om het over ‘gewone’ misdaad te hebben. Als misdaadverslaggever met meer dan 25 jaar ervaring voel ik me de laatste weken als een kat in een vreemd pakhuis, nu mijn werkterrein zich van obscure kroegen naar moskeeën lijkt te verplaatsen en de Koran zo langzamerhand tot de verplichte vakliteratuur gerekend moet worden. Nooit gedacht dat een criminele afrekening, een stevige bankoverval of een crime passionelle bijna een vertrouwd gevoel kunnen oproepen…
De verschuiving in het nieuws bevestigt overigens een oude theorie van mij. Ik heb altijd verkondigd dat de vele aandacht voor misdaad een – ietwat ongerijmd – bewijs was dat het ons land voor de wind ging: geen hongersnood, geen natuurrampen, geen volksziekten of epidemieën en geen burgeroorlogen of terrorisme. Het ontbreken van echte problemen zorgde er voor dat we ons konden focussen op misdaad, zeg maar bij gebrek aan erger. En het is waar: de afgelopen weken is het doorgaans nogal opgepompte misdaadnieuws verschrompeld tot éénkolommertjes op de binnenpagina’s. Daar tegenover staat een explosie van (anti)terreurnieuws. Ik heb op mijn redactie na de moord op Theo van Gogh een extra documentalist moeten inschakelen om de nieuwsstroom te kunnen kanaliseren.
En toch is die ‘gewone’ misdaad natuurlijk niet verdwenen nu we er een poosje minder oog voor hebben. Ons land is niet als bij toverslag minder crimineel en meer terroristisch geworden. Ik merk bovendien dat die ‘overkill’ aan terreurnieuws juist de slachtoffers van de klassieke misdaad behoorlijk steekt. Zij constateren met lede ogen dat bij politie en justitie nu ineens alles kan, geld geen rol meer speelt, wetten worden aangepast en geen moeite teveel is. Natuurlijk, zij hebben met afschuw kennis genomen van het drama rond Theo van Gogh, maar zij constateren ook scherp dat de aandacht voor hun eigen leed daar soms wel heel schril tegen afsteekt. Dat er soms met twee maten wordt gemeten. Afgelopen week sprak ik met Berthie Verstappen, de moeder van de 11-jarige Nicky, die jaren geleden tijdens een zomerkamp op de hei bij Brunssum werd vermoord. De zaak is nog steeds onopgelost. Zij moest de afgelopen jaren hemel en aarde bewegen om te voorkomen dat het politieonderzoek werd gestaakt. Na de moord op hun zoontje is er geen persconferentie van de ‘driehoek’ (burgemeester, hoofdofficier van justitie en korpschef) gehouden. Nicky is ook niet vermoord om wat hij zei. Het is nog erger: hij heeft niet eens iets kunnen zeggen…
‘Waarom zijn er twéé officieren van justitie benoemd in de zaak van Theo van Gogh?’, vroeg Berthie mij. ‘De dader is toch meteen gepakt?’. Ik begreep de bittere ondertoon. Een paar weken na de moord op hun zoontje schreven Berthie en haar man Peter een wanhopige brief aan de hoofdofficier van justitie in Maastricht. Een hartverscheurend relaas, vol met vragen, maar bovenal was het een noodkreet om hulp van ouders die het ergste was aangedaan wat een mens kan overkomen. De hoofdofficier vond het twee maanden lang niet nodig de brief te beantwoorden. Pas na mijn tussenkomst kwam er een reactie. Inmiddels zit de vierde of vijfde officier van justitie op de zaak van Nicky. De anderen zijn steeds tussentijds overgeplaatst, vertrokken, ziek thuis of gepromoveerd. En bij elke nieuwe officier van justitie (‘sorry, ik moet me eerst inlezen…’) zakte Peter en Berthie de moed verder in de schoenen. Nee, zij werden niet direct teruggebeld als er iets was, ook al was dat vaak plechtig beloofd. En als ze dan zelf maar weer contact zochten klonk er regelmatig een diepe zucht aan de andere kant van de lijn. Deze maand nog vroeg Berthie telefonisch aan de officier van justitie of zij eens op het parket konden worden bijgepraat over wat het rechercheonderzoek de afgelopen twee jaar had behelsd.Een heel redelijk verzoek. De officier van justitie nodigde haar echter niet meteen uit, maar stelde dat ze eerst een schriftelijk verzoek moest doen, ondanks dat ze haar vraag al duidelijk mondeling had overgebracht. Ambtenarij? Ontmoedigingstactiek? Hoe dan ook, de volgende dag ging de brief de deur uit. En vervolgens bleef het weer weken stil. Teruggebeld werd er uiteraard niet. Pas toen Berthie zelf een flink aantal keren reclameerde en vroeg of het voor de kerst misschien nog kon gebeuren, kreeg ze eindelijk te horen dat het verzoek zou worden ingewilligd. Duwen, trekken en sjorren eer er iets gebeurt.
De aandacht voor terreur is heel begrijpelijk…de aandacht voor gewone misdaad blijft hard nodig.
Telegraaf op zondag nr. 19: november 2004



