Dertien jaar geleden – op tweede pinksterdag 1992 – werd in Zaandam in de vijver naast de Jozefkerk aan de Veldbloemenweg het lichaam van de 19-jarige Milica van Doorn aangetroffen. De dader is nooit gepakt en de zaak staat al jaren in mijn denkbeeldige top-tien van op te lossen moordzaken.
Begin dit jaar kreeg ik een brief van Milica’s zusters, Philine en Jirina. Zij vroegen mij of ik hen wilde helpen. De recherche had met man en macht aan de zaak gewerkt – alle complimenten – maar het klassieke speurwerk had na al die jaren geen dader opgeleverd en dus werd het tijd voor een nieuwe aanpak. Ze hadden ook het korps Zaanstreek Waterland benaderd met het verzoek ‘alles te doen wat in uw vermogen ligt om met het tv-programma mee te werken’.
Een week later werden collega Kees van der Spek en ik al uitgenodigd op het bureau door de rechercheleiding. Men had wel oren naar samenwerking. Dat de dader nog steeds vrij rond liep, knaagde ook bij hen. Een cold caseteam was bezig met een onderzoek. Het overleg was constructief en er werd met de recherche een stappenplan gemaakt dat via een aankondiging op onze website, een korte kijkersoproep in een van de komende uitzendingen moest resulteren in een uitzendingvullend dossier.
Milica’s zusters waren opgetogen en kregen weer hoop dat het recht alsnog zijn loop zou krijgen. Een paar weken geleden werden we gebeld door de recherche. Het zou goed uitkomen als er nu snel in ons programma een oproep met wat publieksvragen kon worden gedaan. Of we naar het bureau wilden komen om de inhoud te bespreken. Niet veel later volgde ineens een telefoontje dat bij dat overleg wel de officier van Justitie, mr. M. Beun uit Haarlem aanwezig zou zijn. Een beetje overdreven voor een oproep van vijf minuten, vonden we, maar oké.
Afgelopen dinsdag zaten Kees van der Spek en ik op de kamer bij Chris Kortland het hoofd van de Regionale Recherche en een paar van zijn teamleden. Het was het afgesproken tijdstip, maar de officier van justitie liet op zich wachten, terwijl ze wel in het bureau was. Vreemd. Er was wat aan de hand. Recherchechef Kortland werd op zijn gsm gebeld en uit zijn antwoorden werd me duidelijk dat er een probleem was.
Hoewel ‘alles van tevoren was afgesproken en afgestemd’, was officier van justitie mr. Beun toen de bespreking op punt van beginnen stond teruggefloten door haar baas, de Haarlemse hoofdofficier van justitie mr. J.H. Schlüssel. Deze verordonneerde dat er niet mocht worden samengewerkt, ook al was dat afgesproken. Na wat heen en weer getelefoneer kwam de officier van justitie alsnog – zichtbaar nerveus – de kamer in.
‘Wat wilt u precies?’, vroeg ze, op een toon alsof ik om een gunst had gevraagd. ‘Wat IK wil?’, repliceerde ik, ‘Wij zijn hier op uitnodiging van de politie, ZIJ willen graag iets en dat komen wij aanhoren. Bovendien is dat allemaal in onze vorige ontmoeting besproken. Inmiddels schoof ook de in der haast gealarmeerde plaatsvervangend korpschef aan tafel om te horen wat er ging gebeuren.
‘Bij dat gesprek ben ik niet geweest en daar is ook geen verslag van gemaakt’, bitste de officier alsof dat een verzuim van mij was. Ik legde daarom nog maar eens uit wat er was afgesproken. En terwijl het schaamrood op de kaken van de aanwezige politiemensen zichtbaar werd, sprak de officier: ‘Ik heb overleg met de hoofdofficier gehad en de enige informatie die u kunt gebruiken is wat eerder in Opsporing Verzocht is gezegd, meer niet’.
Er viel een pijnlijke stilte in de kamer. De recherchemensen wilden wel onder de tafel kruipen. Die uitzending van Opsporing Verzocht dateert van januari 2003. Die videoband hebben wij in de kast staan, moesten we voor die ouwe koek helemaal naar Zaanstad komen? Ik zei de officier dat deze gang van zaken gênant was en niet acceptabel. De afspraak vond plaats op hun initiatief en was al weken geleden gemaakt en juist op het moment dat we rond de tafel zitten, komt de hoofdofficier met zo’n oprisping?
De aanwezige voorlichtster van de politie Zaanstreek Waterland, Judith van Dijk, werd de justitiële poppenkast ook te machtig en zei uit de grond van haar hart: ‘Schan-da-lig wat hier gebeurt… echt een schande!’, waarmee ze ondiplomatiek verwoordde wat de rest aan tafel ook dacht. De vergadering werd abrupt opgeheven. De rechercheleiding putte zich in excuses, maar hief de armen machteloos in de lucht: Justitie is de baas.
En dus wordt er geen aandacht aan de moord op Milica besteed. ‘Ik vertel dit aan de nabestaanden’, zei ik tegen mr. Beun. ‘Ik meld hen hoe u zich opstelt en u mag hen uitleggen waarom… want ik kan dat niet’.
Afgelopen week kwam het rapport ‘Politie en Media. Feiten, Fictie en Imagopolitiek’ uit van de professoren Henri Beunders en Erwin Muller. Hun conclusie is dat de werkrelatie tussen pers en het openbaar ministerie is ‘verziekt’. Da’s helemaal waar en ik ben bang dat het ongeneeslijk is…
Telegraaf op zondag nr. 31: mei 2005



