Tiplijn:
0800 - 333 2 333

´Ons Bart heeft dat gedaan…´
woensdag 10 maart 2004, 12:00 uur
´Ons Bart heeft dat gedaan…´

Op maandag 3 februari van vorig jaar werd ik op kantoor gebeld door een man die volledig overstuur klonk. Een familielid van hem had de vrijdag er voor in Den Bosch zelfmoord gepleegd en hij wilde mij absoluut voor de begrafenis spreken. Mijn agenda liet dat eigenlijk niet toe, maar hij klonk zo wanhopig dat ik toch wat afspraken verzette. Op dinsdagochtend 4 februari om 11.00 zat hij tegenover mij. Zijn ogen rood omrand, nog steeds zwaar geëmotioneerd. Hij vertelde dat het om ‘ons Bart’ ging, die zelfmoord had gepleegd. Met trillende vingers schoof hij een handgeschreven briefje naar me toe, waar mijn telefoonnummer op stond en de nogal raadselachtige tekst: ‘Hoe meer je weet of denkt te weten… kom je er achter dat je steeds minder weet’. De zelfmoordenaar had dat voor mij opgeschreven. Ik keek de man vragend aan. En met horten en stoten vertelde hij zijn verhaal. ‘Ons Bart’ was Bart Heesbeen, een 37 jaar oud geworden beroepscrimineel uit Den Bosch. En hoewel hij alles had gedaan wat God had verboden, kon hij het leven niet meer aan. Daarom was hij er uitgestapt. Er was iets gebeurd dat hem blééf achtervolgen. ‘Ons Bart had het vaak over u’, zei de man tegenover mij. ‘Hij wilde u graag spreken. Hij wilde via u schoon schip maken…’. Hij zweeg even en vervolgde toen met: ‘Nu hij dood is, doe ik dat voor hem…’.

Mijn nieuwsgierigheid was gewekt. Ik voelde intuïtief dat het hier om iets ernstig ging. ‘Kent u die viervoudige moord bij Hilvarenbeek, van een jaar of vijf geleden?’, vroeg het familielid aarzelend. Ik knikte, natuurlijk kende ik die, dat was een van de meest geruchtmakende moorden van de laatste jaren. Op 16 juli 1998 waren op het landgoed De Blauwe Hoef in Hilvarenbeek vier personen doodgeschoten. Twee Limburgse criminelen, Rinus den Boer (45) en zijn handlanger Nico van Golde (39), maar ook twee volmaakt onschuldige jongens, de broers Polle (20) en Frank (18) Taminiau, die samen met hun ouders op het landgoed woonden. De twee knapen waren waarschijnlijk ongewild ergens getuige van geweest en waren ter plekke doodgeschoten toen ze terugkwamen van een autorijles. Sindsdien stond de zaak bekend als de Taminiau-moorden. ‘Ons Bart heeft dat gedaan… samen met een maat van hem, Pukkie Verspeek’, zei de man tegenover mij. ‘Hij kon er niet meer mee leven. Het feit dat hij twee onschuldige jongens had doodgeschoten, bleef aan hem knagen. Die ogen blijven me achtervolgen, zei hij steeds. Met die ogen bedoelde hij de ogen van die twee jongens, vlak voordat ze werden doodgeschoten. Bart wilde dat aan je opbiechten…’. In het uur dat volgde ontrolde het hele verhaal zich. Bart Heesbeen en Pukkie Verspeek hadden een afspraak gemaakt met de twee Limburgse criminelen en die had toevallig op het landgoed De Blauwe Hoef plaatsgevonden. Het ging om een cocaine-ripdeal, waarbij Puk en Bart definitief ‘afrekenden’ met Rinus den Boer en Nico van Golde en er toen tot hun ontzetting achter kwamen dat de twee jongens ooggetuige waren geweest. Heesbeen en Verspeek hadden elkaar even aangekeken en in die split-second was het vonnis geveld. ‘Zij moeten ook slapen…’ werd er gezegd en even later waren Polle en Frank geliquideerd. Bart had er voor zijn dood tegenover familie toespelingen over gemaakt en regelmatig gezegd dat ‘die ogen van die jongens’hem bleven achtervolgen. Na zijn dood was er een afscheidsbrief gevonden waarin de moorden door hem waren opgebiecht. Pukkie Verspeek was al kort na de viervoudige moord zelf bij ruzie in een kroeg doodgeschoten en nu Bart zelfmoord had gepleegd, waren beide daders dus niet meer in leven.

Het was een onthutsend verhaal. Het familielid vertelde me dat naast mij ook de politie was geïnformeerd en dat er een rechercheteam op was gezet. In de verwachting dat de viervoudige moord nu snel officieel opgelost zou zijn, vroeg hij mij niets te doen wat het onderzoek kon verstoren. Ik zegde dat toe, maar liet wel de begrafenis van Bart Heensbeen met een verborgen camera filmen en ook sprak ik met enkele betrokkenen om het verhaal te verifiëren.Ik stuurde bovendien een fax naar de officier van justitie in Breda en vroeg haar of het rechercheteam van de Taminiau-moorden inderdaad afwist van de zelfmoord van Bart Heesbeen. Een vraag die heel omzichtig positief werd beantwoord. Maar vervolgens werd het stil en zou het nog een jaar duren eer er duidelijkheid kwam. De door mij geplande uitzending schoof telkens op, van het voorseizoen naar het naseizoen en weer naar het voorseizoen…. En juist toen ik het familielid meldde dat mijn geduld op was, kwam Justitie verleden week met het nieuws dat de zaak was opgelost en dat nog twee andere medeplichtigen waren opgepakt. Toen de aanhoudingen bekend werden, werd ik door diverse media gebeld met de vraag of het nieuws van deze doorbraak mij – ruim vijf jaar na de moorden – verrast had…

Panorama nr. 12: maart 2004

Laatste update: vrijdag 30 september 2011, 14:58 uur