Tiplijn:
0800 - 333 2 333

Ik geloof in feiten, niet in blauwe ogen
woensdag 10 september 2003, 12:00 uur
Ik geloof in feiten, niet in blauwe ogen

Het nieuwe televisieseizoen staat voor de deur en dat betekent dat mijn redactie weer op volle kracht een nieuwe reeks programma’s voorbereidt. Na de zomervakantie beginnen we altijd met een vergadering: welke onderwerpen – ‘dossiers’ in ons jargon – gaan we wel en niet doen? We inventariseren eerst welke ‘oude’ zaken nog voor een follow-up in aanmerking komen en schakelen dan snel over naar de nieuwe onderwerpen. De selectie is streng en best moeilijk. We krijgen honderden aanvragen om hulp, maar maken in feite een beperkt aantal afleveringen. Daarbij is ook enige variëteit een vereiste: geen tien moordzaken achter elkaar, maar liefst ook een of twee verborgen camera-acties, een zwendelaffaire, een mysterieuze verdwijning of een zedenzaak. Tijdens de vergadering dragen de redacteuren dossiers voor waar ze al even aan gesnuffeld hebben. De andere aanwezigen luisteren kritisch, zoeken zwakke plekken in het verhaal en zijn niet te beroerd een idee flink af te kraken.

Veel onderwerpen worden al pratende ‘afgeschoten’: omdat het relaas niet klopt, er dingen zijn verzwegen, men anderen een hak probeert te zetten of de rol van de aanbrenger zelf ook niet deugt. Tijdens zo’n onderwerpensessie realiseer ik me altijd weer dat een kwart eeuw misdaadverslaggeving er voor heeft gezorgd dat mijn mensbeeld niet bepaald rooskleurig meer is. Ik geloof niemand op zijn blauwe ogen. Ik heb te vaak meegemaakt dat mensen op het geluk van hun kinderen bezwoeren dat ze onschuldig waren, terwijl het tegendeel later onomstotelijk kwam vast te staan. Met de ‘goede inborst’ van mensen hoef je bij mij niet aan te komen. Ik weet dat ze elkaar om niks te vernieling in schoppen, dat ze hun (ex)geliefden de nek omdraaien, minderjarigen misbruiken en mishandelen, voor een paar honderd euro vrienden en buren verraden, bedriegen en ruïneren, dat ze zwendelen, frauderen en in heel veel omstandigheden over de simpelste dingen liegen dat het gedrukt staat. Slechte mensen zijn vaak fabelachtig goede acteurs, die anderen met hartstocht zand in de ogen strooien. Ik wil daarom altijd eerst feiten zien eer ik iemand geloof en dan nog blijf ik vaak op mijn hoede. U zult dit misschien overdreven en ietwat zwartgallig vinden, maar ik verzeker u dat deze opstelling mij vaak behoedt voor teleurstellingen. Met name jonge, nieuwe redacteuren hebben de neiging een zaak nogal eens op onzakelijke – en in feite onjournalistieke – gronden te beoordelen: op emoties, op intuïtie en de indruk die de verdachte wekt: “Hij was echt ontroerd, toen hij zijn verhaal vertelde, ik geloof niet dat hij dat kan spelen.” Nou, reken maar van yes, zeg ik dan.

Ik houd hun altijd voor dat er vaak niets zo bedrieglijk is als een gevoelsmatige beoordeling. Maar daarvoor moet je misschien eerst tegenover iemand hebben gezeten die met tranen in zijn ogen bezweert dat de – spoorloos verdwenen – levenspartner vrijwillig van huis is vertrokken en dat er echt geen ruzie heeft plaatsgevonden. Hij weet van niks, sterker nog, hij heeft onvermoeibaar meegedaan aan de zoekacties. Na een paar maanden blijkt dan dat het slachtoffer in zijn tuin begraven ligt met verbrijzelde schedel of samengesnoerde keel. Letterlijk tot de dood ons scheidt… Misschien moet je eerst tegenover een man hebben gezeten die heftig ontkent dat hij meer weet van de verdwijning van een 15-jarige zoon van kennissen, maar waarvan later komt vast te staan dat hij het dode lichaam van de jongen een poosje in de vriezer van zijn woning heeft bewaard en het vervolgens later in een zandverstuiving heeft begraven. Ja, misschien moet je eerst de gladde babbel van een beroepsoplichter eens hebben aangehoord die zonder scrupules tientallen mensen van hun spaargeld en toekomst berooft.

En wat ook helpt is als je voor de rechtbank hoort hoe een verdachte plechtig belooft dat het ‘écht nooit meer zal gebeuren’ en de betrokkene vervolgens nog ‘tig’ keer met dezelfde praatjes opnieuw voor het hekje staat. Of anders moet je eens met ‘eerlijke boeven’ praten die twee vingers in de lucht steken en claimen (‘erewoord Peter!’) dat ze alleen in hasj handelen, maar een halfjaar later met een trucklading vol cocaïne of heroïne worden gepakt. En dus laat ik me niet graag leiden door uiterlijkheden, tranen of een gloedvol verteld verhaal. Het gaat om feiten. Om bewijs. Wat dat betreft ben ik een aanhanger van special agent Dick Barton uit het beroemde programma Dragnet. De FBI-agent werd elke aflevering wel geconfronteerd met een getuige, slachtoffer of dader die z’n relaas opsmukte met niet ter zake doende omwegen en details. Barton maakte dan een bezwerend gebaar en knauwde in prachtig Amerikaans ongeduldig: ”Interesting story m’am… but I need facts. Just give me the facts… Jùùùùst give me the facts’. En zo is het.

Panorama nr. 38: september 2003

Laatste update: vrijdag 30 september 2011, 15:03 uur