Als misdaadverslaggever word je soms geconfronteerd met merkwaardige doodsoorzaken. In de 23 jaar dat ik in dit vak actief ben heb ik heel wat lugubere verhalen gehoord. Raadselachtige zelfmoorden, fatale seksgerelateerde ongelukken, maar natuurlijk ook geraffineerde moorden, die er soms uitzagen als een natuurlijke dood of als een suïcide. De dood heeft vele gedaanten, zo weet ik, maar is wel onherroepelijk. Dat geldt echter niet altijd voor de doodsoorzaak. Die wordt soms, lang nadat de overledene ten grave is gedragen, nog bijgesteld. Wist u bijvoorbeeld dat er mensen zijn die zelfmoord plegen, maar de politie in de waan willen brengen dat zij zijn vermoord? Zelf zien ze niets meer in het leven, maar ze scheppen er wel behagen in de nabestaanden op te zadelen met een ‘moordmysterie’ waar nog lang over gepraat zal worden. En, wie weet, wordt een van de familieleden van dit nooit gepleegde misdrijf nog wel verdacht… Het is een gedachte waar de zelfmoordenaar in zijn laatste momenten misschien nog enige vreugde aan ontleent. Zo ken ik het verhaal van een man die dit heel sluw had gedaan. Hij woonde in een huis met een vliering, die je door een luik via een vlizotrap kon bereiken, u kent dat wel. Aan dat luik zat een veer en als je het losliet klapte het vanzelf dicht. Welnu, de man had een revolver en had die vastgemaakt aan een lang stuk elastiek, dat hij boven op de vliering aan een verwarmingspijp knoopte. Op de gang hield hij met een hand het luik open, in de andere hand hield hij het wapen en schoot zich daarmee door het hoofd. En wat gebeurde er? Hij viel dood neer, het vuurwapen schoot uit zijn hand en vloog door het uitgetrokken elastiek de vliering op, juist voordat het luik met een klap dichtsloeg en alle sporen onzichtbaar maakte. Moord, aldus de politie! Toen nabestaanden later het huis ontruimden vond men pas de revolver met het elastiek op zolder en werd alles duidelijk.
Dat laatste kan ik niet zeggen van de zaak waar ik met mijn medewerkers Evert Nijkamp en Godfried Hartkamp verleden week mee bezig ben geweest. Het gaat om de raadselachtige dood van de 33-jarige Jude Egeonu op 11 juni 1996 in een vreemdelingencentrum in Ter Apel. Jude werd ‘s morgens dood op zijn kamer gevonden, toen een medebewoner een flinke plas bloed onder zijn deur vandaan zag komen. De Nigereaan lag op de grond met doorgesneden keel en drie messteken in zijn buik. Een gekarteld broodmes lag vlak naast hem. Nu hoef je geen Sherlock Holmes te zijn om hier aan moord te denken. Maar ik zal u verrassen door te zeggen dat de gealarmeerde recherche de zaak binnen twee uur af deed als zelfmoord en een sectie niet eens nodig achtte. Aan een stevige snelheidsovertreding wordt meer tijd besteed. Waarom zelfmoord? De kamerdeur bleek op slot te zitten en de sleutel zat in de broek van Jude, die over een stoel hing. Bovendien werden er geen sporen van een worsteling gevonden. Later bleek dat behoorlijk wat mensen in het centrum over een loper beschikten en dat Jude nota bene een dag tevoren bij de politie de vrees had uitgesproken te zullen worden vermoord omdat hij de verblijfplaats van een mensensmokkelorganisatie had prijsgegeven. En er waren nog wel meer merkwaardigheden, nog afgezien van de even ongebruikelijke als weerzinwekkende methode om je zo van het leven te beroven. Justitie blijft echter vasthouden aan zelfmoord en omdat er geen sectie is gepleegd, is het tegendeel vrijwel niet aan te tonen. Los van de vraag of het nu wel of niet zelfmoord was, zeg ik wel: het was een blunder om geen sectie te verrichten. Mijn credo is in dit soort gevallen altijd: ‘liever tien onterechte secties, dan EEN perfecte moord!’.
Panorama nr. 49: december 2000




