Zo’n jaar of vijf, zes geleden kreeg ik regelmatig post van een zekere Gerrit Visser uit Anloo. Het waren hanepoterig geschreven brieven, meestal van een paar kantjes, zonder één witregel beschreven en vol met toevoegingen en verwijzingen in de kantlijn. De eerste keer dat ik een brief van hem kreeg, was ik oprecht geïnteresseerd. Zijn schrijven begon veelbelovend: ‘Ik weet hoe de Puttense moordzaak in elkaar steekt. U heeft gelijk dat de twee veroordeelden onschuldig zijn, maar verder zit u op een verkeerd spoor. Bij de moord zijn vooraanstaande personen betrokken, die voor niets terugdeinzen…’. Maar in de dichtbeschreven alinea’s die volgden verslapte mijn interesse per regel, want de heer Visser spiegelde mij een complot voor waar Koningin Beatrix, officieren van justitie en andere hoogwaardigheidsbekleders bij betrokken waren. En in het vervolg van zijn brief sleepte hij er nog een aantal moorden bij, waarvan hij óók de oplossing wist: Marianne Vaatstra uit Zwaagwesteinde en Nicky Verstappen uit Heibloem. En realiseerde ik mij wel dat hij ook de sleutel had voor de oplossing van het verdwijningmysterie rond Cheryl Morriën in IJmuiden in 1986? Ja zeker… die zaak had heel veel te maken met de moord op Nicole van den Hurk in 1995 in Eindhoven. Had ik nooit begrepen dat dit een gevolg was van de moord op Jessica Richel uit Etten-Leur in 1991? Nou, bij deze dan! Het merkwaardige was alleen, zo schreef hij, dat niemand die verbanden zag… Maar nu hij een aantal uitzendingen van mijn programma had gevolgd, had Gerrit Visser er alle vertrouwen in dat ik het hele complot zou ontrafelen.
De brieven volgden elkaar in een hoog tempo op. Zodra er een nieuwe moord was gepleegd die een beetje aandacht in de pers kreeg, schreef Gerrit Visser mij de aanleiding en achtergronden, die uiteraard allemaal verband hielden met andere onopgeloste levensdelicten. Toen ik begin 2000 een programma maakte over de moord op de 18-jarige Sabrina Pelizzon op Schouwen Duiveland, stuurde hij me prompt weer een brief. Hij kon me alles vertellen over het motief. Er volgde een relaas waaruit bleek dat de moord was veroorzaakt door een kleine advertentie in de Telegraaf, een zogenoemd ‘speurdertje’, waarin een woning werd aangeboden in Almere en waar Visser zelf op had gereageerd. Welnu, die advertentie was doorgestoken kaart had hij ontdekt…. De hoofdofficier van Alkmaar had daar alles mee te maken en ook de Koningin was er weer van op de hoogte. Als ‘hard bewijs’ had hij een kopie van het advertentietje bijgevoegd. Hij sloot af met: ‘De moord op Sabrina is gepleegd in opdracht van Beatrix, de politie en de hoofdofficier van Justitie om tegenover mij het geknoei met de woning in Almere te camoufleren. Deze beschuldiging trek ik NOOIT terug. Naar waarheid opgemaakt – G. Visser in Anloo’.
De brieven bleven komen, soms wel een paar in de week en altijd met ‘hard bewijs’ bijgevoegd in de vorm van nietszeggende krantenartikeltjes, hele of halve kentekens, advertenties, aanmaningen en bankafschriften. Meestal kon ik het aan het handschrift op de enveloppe al zien dat het een bericht uit Anloo was en maakte hem dan zuchtend open. Vaak was ik te druk om van de door hem ontdekte intriges kennis te nemen, maar soms liet ik me een paar minuten halfgeamuseerd meenemen in zijn complottheorien voor ik weer echt aan het werk ging.
Op een gegeven moment hield de brievenschrijverij op en werd het stil in Anloo, overigens zonder dat ik dat bewust besefte. Een onaangekondigde brief die niet komt, mis je ook nietIk was Gerrit Visser in feite langzamerhand vergeten. Maar een paar weken geleden las ik een bericht in de krant waardoor ik ineens weer aan hem moest denken. Er werd gemeld dat de 94-jarige Coba Visser uit het Drentse Anloo werd vermist. Voor een misdrijf werd gevreesd. Visser uit Anloo…? Het bleek dat de bejaarde vrouw al op 15 september van vorig jaar was verdwenen, maar dat haar 57-jarige zoon, met wie ze samenwoonde, geen alarm had geslagen. En wie was die zoon? Jawel, ‘onze’ Gerrit Visser uit Anloo. Hij was gearresteerd op de verdenking de hand te hebben gehad in de verdwijning van zijn moeder. Justitie moest hem wegens gebrek aan bewijs na een paar dagen weer vrijlaten. Hij zei niet te weten waar zijn moeder was gebleven: ‘Ik denk dat ze dood is. Er zijn wel eens mensen aan de deur geweest die iets van haar wilden. Misschien hebben zij haar wel meegenomen. Ik heb geen idee’. Hoewel het een ernstige zaak is, moest ik glimlachen. De man die jarenlang de oplossing van élke moord in Nederland wist, had nu het uitgerekend de verdwijning van zijn moeder betrof ‘geen idee’. Of heeft hij met alle door hem opgedane ‘kennis’ nu soms zelf de perfecte moord gepleegd?
Panorama nr. 13: maart 2004




