Deze week kreeg ik een aangrijpende brief van Ilone Meijer, een 58-jarige weduwe die zich eigenlijk had voorgenomen mij nooit te schrijven. Twaalf jaar geleden, op 23 juli 1990, was haar dochter, de toen 21-jarige Natascha Meijer vermoord en de dader daarvan was nooit gepakt. Ze wilde graag dat de recherche dat misdrijf nog eens onder de loep nam, nu er tegenwoordig met behulp van DNA zoveel meer mogelijk is. Ze wilde dat ‘netjes’ doen, in alle stilte en niet via de media. Dat laatste wilde ze de nu 15-jarige dochter van Natascha niet aandoen, die 3 jaar was toen haar moeder werd vermoord. Sindsdien voedt Ilone haar kleinkind op, in betrekkelijke anonimiteit en die moet zoveel mogelijk gewaarborgd blijven. Media-aandacht draagt daar niet aan bij. Ze nam daarom twee jaar geleden, in april 2000, contact op met de politie Rotterdam-Rijnmond en legde nog eens uit wat er twaalf jaar geleden was gebeurd. Ze had Natascha zelf gevonden in haar woning aan de Rotterdamse Beukelsdijk. Ze had onraad geroken toen haar dochter niet belde om even te informeren hoe het met de kleine ging die een weekeindje bij oma logeerde. Natascha was gewurgd, een vreselijke aanblik, maar toch was Ilone blij dat zij zelf haar dochter had gevonden en het niet van een rechercheur aan de deur hoefde te horen. Er is ooit een verdachte aangehouden, maar deze is wegens gebrek aan bewijs weer vrijgelaten. Het dossier werd na verloop van tijd gesloten. Ilone Meijer vond echter dat ze de plicht had hier niet in de berusten. Tegen Natascha’s dochter moest ze kunnen zeggen dat oma er alles, maar dan ook alles aan had gedaan om de moord op te lossen. Om die reden vroeg ze het korps dan ook nog eens alle sporen na te lopen en met name nog eens goed te kijken naar de mogelijkheden die nieuwe DNA-technieken boden. In juli 2000 kreeg ze van de korpsleiding een verheugend bericht. Men schreef dat het dossier van Natascha ‘opnieuw bestudeerd zal worden’ en dat de bevindingen naar de hoofdofficier van justitie zouden worden gezonden. Daarna bleef het lang stil. Maanden verstreken. En toen Ilone Meijer op 18 januari 2001, zeven maanden nadat het onderzoek was toegezegd, een gesprek had met de Rotterdamse politie, kreeg ze een enorme klap te verwerken. Ja, er waren zeker dna-sporen, vertelde men haar, waar men nog iets mee kon, maar nee, er was voorlopig geen recherchecapaciteit om daar mee aan de slag te gaan. En dus had de korpsleiding ‘besloten het onderzoek naar Natascha’s dood niet te heropenen’. In een brief werd haar toegelicht dat het ‘grote werkaanbod enerzijds en het krappe aantal rechercheurs anderzijds’ dit hadden veroorzaakt.
Ilone Meijer schreef boos en teleurgesteld een brief aan Groen Links en D’66, waarin ze vroeg of het klopt dat je in Nederland als slachtoffer geen gehoor vindt als je je keurig bij het juiste loket meldt. ‘Dan krijg je te horen dat ze geen tijd hebben voor oude zaken: nummer trekken en op je beurt wachten. Moet dat zo? Ik wil geen sensatie, ik wil niet zielig doen, ik wil niet alle media over me heen trekken. Ik wil gewoon een eerlijke kans. Maar dan sta je dus gewoon voor een dichte deur’. De politici schreven terug dat haar brief hun ‘geraakt’ had en dat ze goed begrepen dat het voor nabestaanden ‘niet te verkroppen is’ dat er een tekort aan recherchecapaciteit is. Maar daarna volgden lange alinea’s waarin werd uitgelegd dat het nu eenmaal niet anders kan en dat er ‘op termijn echt wel verandering komt in deze onbevredigende situatie’. Geen spoeddebat. Geen kamervragen. Geen actie. In Nederland maken politici zich nu eenmaal liever druk om een paar vrijgelaten bolletjesslikkers die met 300 gram cocaïne in hun maag ons land binnenkomen, dan over een moeder wier dochter is vermoord. Dat is de bittere werkelijkheid.
Inmiddels zijn er twee jaar verstreken en is er niets gebeurd. Ilone Meijer wordt er ‘helemaal gek’ van. In een vriesvak van het Forensisch Instituut liggen dna-sporen van een moord geduldig te wachten tot deze verjaart. Haar begrip is nu op. Haar geduld ook. En dus zette ze zich op 29 mei 2002 opnieuw aan tafel voor het schrijven van een brief. Een brief die ze nooit hadden willen schrijven. Haar eerste regel luidde: Geachte heer De Vries, na twee jaar van wachten op een adequaat antwoord van justitie wend ik me nu tot u. Misschien, heel misschien, kunt u iets voor mij doen…’.
Panorama nr. 25: juni 2002




