Er wordt wel eens gezegd dat als je de welvaart en beschaving van een land wilt peilen, je een kijkje moet gaan nemen in de gevangenissen. Daar zie je snel welke normen en waarden een land heeft. Gevangenissen zijn meestal een sluitpost, waarvoor de bevolking en politici liever de hand zo veel mogelijk op de knip houden. De behuizing, de medische verzorging, de hygiëne, de aan- of afwezigheid van sport- en recreatievoorzieningen en werkprojecten, de keukenkwaliteit, het niveau van de bewaarders en de celinrichting, vormen doorgaans een voortreffelijke graadmeter voor de leefsituatie in de rest van het land. Welvaartstaat Nederland is internationaal gezien regelmatig geprezen over het gevangeniswezen: het gold als humaan, met goede voorzieningen. Dit in weerwil van het feit dat volgens mij veel Nederlanders het liefst zouden zien dat criminelen op water en brood in koude kerkers worden opgesloten, waarvan men de sleutel is kwijtgeraakt…
De laatste jaren staat het beeld van een verzorgd gevangeniswezen behoorlijk onder druk. Er is een cellentekort en om te voorkomen dat gedetineerden voortijdig moeten worden vrijgelaten of, nog erger, helemaal niet worden opgesloten, verzint men alternatieven. De bouw van nieuwe gevangenissen gaat te langzaam en dus moeten er meer mensen op één cel en als dat niet genoeg is desnoods in een bezemkast. Niet omdat dit uit bijvoorbeeld resocialisatie-oogpunt beter is, maar eigenlijk alleen maar omdat men de zaken niet voor elkaar heeft en er bezuinigd moet worden. De bevolking is massaal voor. Dat bewaarders en gevangenisdirecties om veiligheidsredenen grote reserves hebben doet er niet toe. En wat de gedetineerden er zelf van denken is natuurlijk helemaal niet interessant. Er wordt mij vaak gevraagd wat ik er van vind. Ik houd mensen dan het volgende voor: stel, ik stop jou en je vrouw met twee van je beste vrienden in een vakantieappartement dat ietwat aan de kleine kant is, maar verder alles heeft. Je moet de badkamer en keuken delen. Je mag het zo gezellig maken als je wilt. Dat klinkt dan goed, maar toch verzeker ik hen dat reeds na drie weken de onderlinge spanningen om te snijden zullen zijn en de hechte vriendschap aan het eind vaak voorgoed voorbij is. En dan gaat het dus om vrienden in een vakantiestemming…. Bedenk dan eens hoe dat gaat met vreemden uit vaak verschillende culturen, die tegen hun wil worden opgesloten in een klein celletje. Niet drie weken, maar bijvoorbeeld drie jaar. En niet in alle gezelligheid, maar in een vijandige sfeer. Nu zult u zeggen: nou, dan hadden ze maar geen misdrijf moeten plegen, eigen schuld. Ik begrijp dat, maar zeg ook: de straf die men criminelen oplegt is dat zij hun vrijheid verliezen. Meer niet. En gelooft u mij, ook al heeft je cel twee kleurentelevisies en een douche met gouden kranen, dan nog is dat een maatregel die elk mens heel, heel zwaar valt. De straf is nièt: hoe maak ik het leven van zo’n gedetineerde tijdens zijn opsluiting zo zuur mogelijk. Nee, een gedetineerde komt ooit weer op straat en niemand heeft er iets aan als dit gefrustreerde, wraakzuchtige tijdbommen zijn geworden, die ieder moment kunnen afgaan.
In Nederland wordt de discussie over het wel en wee van het gevangeniswezen nog op bedaarde toon gevoerd. Dat het ook anders kan, merkte ik afgelopen week toen ik voor een jaarlijks voetbaluitje een weekeinde in Londen verbleef en daar de krant kocht. In de kiosk blokletterde de ‘Daily Express’, naar eigen zeggen de grootste krant van de wereld, verontwaardigd op de voorpagina: ‘NOW PRISONERS MUST BE CALLED MISTER’, ofwel: Gedetineerden moeten met ‘meneer’ worden aangesproken. Volgens de krant is er in het land een ‘uproar’is uitgebroken toen dit bekend werd. Het artikel noemt het ‘een krankjorum voorbeeld van politieke correctheid’. Binnenin de krant wordt er nog een pagina aan gewijd en zien we de ongebalkte foto’s van drie beruchte kindermoordenaars, met daarboven de kop: WEES BELEEFD TEGEN DEZE MOORDENAARS, JE MOET ZE MENEER NOEMEN’. Kennelijk zouden ze de betrokkenen liever aanspreken met ‘bloody bastard’In Nederland zie ik het niet zo gauw gebeuren dat over de ‘aanspreektitel’ van gedetineerden rumoer ontstaat. U kijkt er misschien van op, maar bewaarders en gedetineerden gaan over het algemeen tamelijk relaxt met elkaar om. Ze zijn letterlijk en figuurlijk tot elkaar veroordeeld en hebben er wijselijk voor gekozen normaal te doen, anders hebben beiden geen leven. Soms moet je jarenlang met elkaar optrekken, of je wilt of niet. Bewaarders noemen gedetineerden bij hun achternaam, maar vooral langgestraften worden meestal gewoon bij hun voornaam aangesproken. Verzoeken of mededelingen worden op normale toon gedaan en er wordt op gezette tijden ook gelachen of gesport met elkaar. De bewaarder is er om de zaken correct te laten verlopen, niet om de gedetineerde te sarren of constant zijn misse daden in te wrijven. En hoewel ik weet dat veel mensen er gevoelsmatig anders over denken, zeg ik: zo hoort het, ook al hebben de gedetineerden een strafblad waar je ‘U’ tegen zegt…
Panorama nr. 15: april 2004




