Tiplijn:
0800 - 333 2 333

En wéér was er een Baarnse moordzaak
woensdag 21 januari 2004, 12:00 uur
En wéér was er een Baarnse moordzaak

Op vrijdag 27 oktober 1961 werd er in de tuin van een kapitale Gooise villa door een werkman bij toeval het lijk, of beter gezegd de skeletresten, gevonden de 14-jarige Theo Mastwijk. De jongen was enige tijd vermist geweest en werd nu op de bodem van een oude put gevonden. Hij was vermoord en daarna was zijn stoffelijk overschot bedekt met ongebluste kalk, waardoor het ontbindingsproces snel was gegaan. De moordenaars waren – zo bleek later – twee rijkeluiszoontjes die in de villa woonden. Zij hadden Mastwijk enige tijd in hun huis verstopt nadat de jongen van huis was weggelopen. Het misdrijf zou een ’cause célèbre’ worden, een van de weinige crimeklassiekers die ons land kent en die in de volksmond bekend werd als: De Baarnse Moordzaak. Ooit heb ik nog eens overwogen er een boek over te schrijven.

Ik moest daar automatisch aan denken toen collega Kees van der Spek eind november naar me toe kwam met de mededeling dat er op de redactie een interessant telefoontje uit Baarn was binnengekomen. Een bewoner had gemeld dat een bejaard echtpaar – Hans (69) en Ria (63) Müller bij hem in de straat al vier jaar niet meer gezien was, maar dat hun huishouden bestierd werd door een wat zonderlinge oppas, ene Paul de R.. Deze man maaide jarenlang het gras, deed kleine klusjes en reed rond in de auto van de Müllers, maar wist naar zijn zeggen niet waar het echtpaar uithing als de buren daar naar informeerden. Hij kon geen adres of telefoonnummer geven en beweerde alleen dat ze ‘ergens in België’ zaten, waarschijnlijk bij een religieuze sekte. Wie houdt er nu vier jaar lang een woning bij zonder te weten waar de bewoners zijn en wanneer ze terugkomen? Da’s vreemd. Een paar buurtbewoners hadden zich al eens verontrust bij de politie in Baarn vervoegd, maar daar was men telkens afgepoeierd zonder dat er ook maar iets gebeurde.

Kees had echter snel wat telefoontjes gepleegd en aanvullend onderzoek gedaan. ‘Peet, ik denk dat dit een gekke zaak is’, zei hij, ‘Niemand heeft die mensen de afgelopen vier jaar nog gezien, de huisarts niet, de garagehouder niet, de bank niet… daar moeten we echt even naar kijken’. Ik was het met hem eens. ‘Laten we er maar op af gaan’, antwoordde ik, ‘misschien kunnen we het verhaal in één dag ontzenuwen als we dat stel ergens te pakken krijgen en wie weet waar we anders op stuiten…’. En dus togen Kees en ik naar Baarn. Een halve dag later hadden we het verhaal echter niet doorgeprikt, integendeel: de argwaan en verdenkingen waren alleen maar toegenomen. In de woning van Hans en Ria Müller hadden we die bewuste oppas Paul de R. aangetroffen, die zich daar geriefelijk had ingekwartierd. Er hing wasgoed te drogen en zijn administratie en pc stond er ook. De man maakte een nerveuze indruk. Hij beweerde dat hij geen telefoonnummer of adres van de Müllers had, omdat ze dat uit privacy-overwegingen niet wilden. ‘Maar wat doet u dan als het huis afbrandt?’, vroeg ik. ‘Dan moet u hen toch kunnen waarschuwen?’. De R. haalde zijn schouders op. ‘En het is toch ook niet normaal dat u 4 jaar lang dit huis verzorgt zonder te weten hoelang dat nog gaat duren, dat kan toch van niemand worden verwacht?’. Ach.. mompelde De R. Hij beweerde dat Hans Müller regelmatig langs kwam om post te halen. Alleen had niemand dat ooit gezien. En… Kees en ik zagen in een hoek een stapel post liggen, gericht aan Hans Müller en sommige stukken waren meer dan twee jaar oud! Uit ons onderzoek bleek dat de meeste betalingen via automatische incasso’s gingen en dat Paul de R. via een briefje van de Müllers bij de bank gemachtigd was om alles te regelen. Het merkwaardige was dat hij dit tegenover ons keihard ontkende. Waarom? De R. had een raar verhaal en loog op een aantal punten. Je hoefde geen Sherlock Holmes te zijn om te vermoeden dat er iets niet pluis was. Na nog een paar dagen onderzoek hadden Kees en ik geen twijfel meer: de Müllers waren vrijwel zeker dood, waarschijnlijk vermoord. En Paul de R. wist er meer van. Ik nam contact op met de recherche van het regiokorps Utrecht en zette tijdens een bespreking op mijn kantoor de zaak uiteen. Er werd nu direct een groot rechercheteam geformeerd. Afgelopen week vond dit de stoffelijke overschotten van Hans en Ria Müller in de grond van de kinderboerderij waar De R. de beheerder van was. Hij werd zelf gearresteerd. Nieuwsgierigheid en gezond verstand van twee journalisten wonnen het uiteindelijk van gemakzucht en desinteresse van de plaatselijke politie. En in de volksmond is er ruim veertig jaar na dato weer sprake van een roemruchte ‘Baarnse Moordzaak…’.

Panorama nr. 5: januari 2004

Laatste update: vrijdag 30 september 2011, 15:03 uur