Tiplijn:
0800 - 333 2 333

Een soort Balkenende?
woensdag 7 januari 2004, 12:00 uur
Een soort Balkenende?

Het waren slechts een paar – schijnbaar onbeduidende – regeltjes in een groot interview. Maar wat een gevolgen! In het kerstnummer van Elsevier werd aan de hand van een interview met mij vier pagina’s lang teruggeblikt op het afgelopen jaar. Aan het eind daarvan werd ook even naar mijn toekomst gekeken. In niet meer dan vier regeltjes opperde ik misschien wel een landelijke politieke partij te beginnen, die zich richt op veiligheid. Meer niet. Het idee speelde de laatste anderhalf, twee jaar inderdaad wel eens in mijn gedachten. Met een paar mensen had ik wat ruwe ideeën besproken. Na een korte opleving onder Fortuyn zag ik de politiek weer verzanden in het gebruikelijke gekissebis en handjeklap. Om niet tot de stuurlui aan de wal te behoren moest ik misschien zelf eens iets aan doen, dacht ik. Ideeën genoeg. Met name op politie- en justitiegebied weet ik na 25 jaar misdaadverslaggeving wel waar de schoen wringt.

Enfin, het Elsevier-interview verscheen en van allerlei kanten kreeg ik aardige reacties op het verhaal. Maar niemand begon over de ‘politieke’ slotalinea. En toen belde Joost de Haas van De Telegraaf: ‘Klopt de quote in Elsevier dat je overweegt om iets in de politiek te gaan doen?’ Ja, dat klopt, maar een beslissing daarover is nog niet genomen, antwoordde ik. Joost kondigde aan dat hij er ‘misschien toch een stukje aan zou wijden’. En inderdaad, de volgende ochtend stond het groot op de voorpagina van De Telegraaf (‘PETER R.DE VRIES GAAT LANDELIJKE POLITIEK IN’) en de hel barstte los. Om kwart over acht stonden er al 32 gemiste oproepen in het schermpje van mijn telefoon en de hele landelijke pers wilde verhaal halen. Ik zette snel de tv aan en viel in het RTL-nieuwsoverzicht dat meldde dat ik de politiek in ging. Het radiojournaal even later idem dito. Elk radioprogramma hing aan de lijn, kranten en televisierubrieken wilden interviews. Het NOS-journaal vroeg wanneer zij langs konden komen. De eindredacteur van NOVA vroeg of ik die avond in zijn programma ‘de aftrap van mijn campagne’ wilde nemen. Goeie genade! Ik werd gebeld door parlementaire verslaggevers die vroegen of ik minister van justitie wilde worden of – ja heus – minister president? Had ik al namen van andere kandidaat ministers misschien? Op hoeveel zetels rekende ik? Dertig of veertig? In radioprogramma’s werd ik die middag aangekondigd met de introductie ‘van misdaadverslaggever tot minister-president’. Een paar van mijn redactieleden, die net rustig met kerstreces waren gegaan, belden geschrokken op: wat gebeurt er allemaal? Je hebt toch net je contract verlengd?

Opiniepeiler Maurice de Hond becijferde in een snelle peiling dat ik direct – zonder een dag campagne te voeren – aanspraak kon maken op tien zetels. En als de campagne zonder incidenten op stoom zou komen, tja, dan lag er nog veel meer in het verschiet. De kranten kwamen die avond en de volgende morgen met koppen als ‘PETER R. DE VRIES IS SERIEUZE BEDREIGING’ en ‘PETER R. DE VRIES BESTORMT BINNENHOF’. En ik moest mijn ogen even uitwrijven toen ik teksten las als: ‘De kans bestaat dat Nederland aan de vooravond staat van een nieuwe politieke omwenteling, nu Peter R. de Vries overweegt serieus de politieke arena te betreden . Zijn komst zou de bestaande verhoudingen overhoop kunnen halen’. Mat Herben van de LPF liet in een reactie weten dat ik meer dan welkom was bij zijn partij en dat hij als fractieleider eventueel een stapje opzij wilde doen… en zo reeg het nieuws zich aan elkaar. Dat ik zelf een nadrukkelijk voorbehoud maakte en keer op keer zei dat het niet meer dan een overweging was en dat de beslissing nog absoluut niet was gevallen, raakte in de berichtgeving ondergesneeuwd.Via de e-mail en de fax kwamen berichten binnen van bekende en onbekende Nederlanders die mijn voornemen enthousiast begroetten en vervolgens aanboden om eens ‘vrijblijvend te filosoferen’ over wat plannetjes en standpunten die zij zelf hadden. In telefonische interviews probeerde men te achterhalen wat mijn ideeën waren over de hypotheekrenteaftrek, het pelsdierenfokbeleid en de code-Tabaksblat voor de topinkomens binnen het bedrijfsleven. En wat er verder gebeurt als je de politiek in gaat, bleek me wel toen ik die avond in Nova zat om alles toe te lichten. Het was een goed gesprek, maar na afloop hoorde ik van een redacteur dat er tijdens de uitzending een oud-klasgenoot van me – anoniem – had opgebeld naar de redactie. Die De Vries heeft het zo over veiligheid en preventie, zei hij, maar wist Nova wel dat De Vries zelf op de middelbare school uit de lerarenkamer regelmatig tentamenvragen pikte als de leraren er niet waren? ‘Klopt dat?’, vroeg de redacteur. ‘Natuurlijk!’, antwoordde ik. ‘Als ik dat niet had gedaan, was ik nu een soort Balkenende geweest…’.

Panorama nr. 3: januari 2004

Laatste update: vrijdag 30 september 2011, 15:03 uur