Begin augustus 1996 vond een Franse wegwerker, achter een vangrail in de buurt van Parijs, bij toeval het stoffelijk overschot van de toen 25-jarige Caroline Pino uit Beuningen. Haar lichaam zat in een slaapzak en kon maar met moeite worden geïdentificeerd. Uit sectie bleek dat ze was gewurgd, waarschijnlijk slachtoffer van een zedendelict. De moord op Caroline is nooit opgelost en dat houdt nauw verband met de soms hemeltergende wijze waarop de Franse Justitie deze zaak heeft aangepakt.
En u zou vermoedelijk nooit meer van deze zaak hebben gehoord, als Caroline niet toevallig Wil Vreeburg als moeder had gehad. Want direct na de moord op haar dochter begon zij een onvermoeibare speurtocht naar de dader die tot op de dag van vandaag voortduurt en telkens jut zij politiefunctionarissen, instanties en journalisten op om achter de oplossing aan te blijven jagen. Kort na de moord heb ik Wil leren kennen en sindsdien is er een bijzonder contact gegroeid. Caroline behoort al vier jaar tot de zaken die ik in mijn programma niet los laat: een bijzondere ‘familie’ waar ook Marianne Vaatstra, Nicky Verstappen, Marion en Romy van Buuren, Christel Ambrosius, Jessica Richel en Andrea Luten deel van uit maken. Samen met mijn collega Kees van der Spek ben ik er zodoende getuige van geweest hoe Wil Vreeburg in Frankrijk niet als een mens, maar als een dossier met een nummer werd behandeld. Hoe ze heeft moeten vechten om Caroline überhaupt in Nederland te kunnen begraven. We hebben geconstateerd dat de Franse recherche aanvankelijk weinig wist, nog minder deed en Wil volkomen in het ongewisse liet. We stuitten op een contactgestoorde, krijsende onderzoeksrechter die Wil behandelde alsof ze de dader was. We zagen diplomaten die niets mogen en ambtenaren die niets willen. We legden de vinger op grove blunders. We merkten dat bewijsmateriaal door laksheid was verdwenen. Het was om gek van te worden. En bij wie kon Wil haar beklag daar over doen, haar teleurstelling kwijt of haar woedde uiten? Eigenlijk bij niemand.
Misschien is het wel daarom geweest dat Wil zich aan het schrijven zette en haar verdriet en machteloosheid aan het papier toevertrouwde. Daar is een mooi, aangrijpend boek uit ontstaan onder de titel ‘Caroline’. En toen Wil mij vroeg of ik afgelopen week bij de presentatie daarvan een toespraak wilde houden, aarzelde ik geen moment. Het boek is een tastbaar monumentje, een indrukwekkende getuigenis van echte moederliefde, waarin Wil treffend onder woorden heeft gebracht waar wij met z’n allen eigenlijk niet aan durven denken: wat er allemaal gebeurt als je kind wordt vermoord.
Bij de presentatie bleek overigens wel dat Wil’s bittere ervaringen niet beperkt blijven tot tekortschietende rechercheurs, diplomaten of ambtenaren. Ook journalisten kunnen er wat van. Vele media vonden het boek van Wil een ‘aardig item’ waar ze wel wat mee wilden. En zonder dat zij de afgelopen vier jaar ook maar een keer een poot hebben uitgestoken in deze zaak, claimden zij nu ongegeneerd dat zij de ‘primeur’ van het boek moesten hebben, want anders zouden zij er geen aandacht aan besteden! Of dat maar even door de uitgever zwart op wit kon worden gezet. Ook tegen een moeder die op de barricaden staat omdat haar dochter is vermoord moet je je als journalist natuurlijk ferm opstellen! U kent ze vast wel, het zijn dezelfde omroepen en media die in hun programma’s mij altijd misprijzend voorhouden dat ik bij een commerciële zender werk en suggereren dat ik alles alleen voor de kijkcijfers doe. Nooit zie je ze als onderzoeken zijn vastgelopen, of als ouders zich geen raad meer weten. Alleen als er weer een nieuwtje is, duiken ze uit het niets op en storten zich hongerig op het onderwerp. Inderdaad, journalistieke aasgieren…
Caroline – Wil Vreeburg, uitgeverij De Vijver
Panorama nr. 40: oktober 2000




