Tiplijn:
0800 - 333 2 333

De val van Viviënne
woensdag 28 april 2004, 12:00 uur
De val van Viviënne

Op 12 december 1997 werd in het Brabantse Best in de hal van een woning het stoffelijk overschot aangetroffen van de toen 34-jarige Jeanette Kluijtmans. Een doodsoorzaak kon niet echt worden gegeven. Er werd geconcludeerd dat de jonge vrouw op de trap was gestruikeld en een dodelijke smak had gemaakt. Pas toen haar man en erfgenaam Rob H. zes jaar later – maart 2003 – werd gearresteerd voor de moord op haar 62-jarige moeder Hanny Kluijtmans, vroeg men zich af of Jeanette misschien was geduwd in plaats van gestruikeld. Haar resten werden opgegraven, er werden inderdaad wat belastende sporen gevonden, maar het bewijs kon niet meer worden geleverd. En zo zijn er meer gevallen bekend van een ongeluk dat net zo goed een misdrijf kan zijn.

Op vrijdag 28 november 2003 werd in een woning aan de Alberdingk Thijmstraat in Cuijk het lichaam van de 36-jarige Vivienne Plant gevonden. Ze lag onderaan de trap, in een plas bloed. Ze had diverse schedelbreuken, maar ademde nog wel. Kort na aankomst in het ziekenhuis overleed zij. Een ongelukkige val van de trap, of was er meer aan de hand? Vivienne woonde in huis bij de 38-jarige C., een kapitein op de grote vaart. Omdat hij maar weinig thuis was, mocht Vivienne van zijn woning gebruik maken. De twee hadden geen verhouding met elkaar. C. had haar onder aan de trap gevonden, nadat ze de avond daarvoor wel behoorlijk met elkaar geboemeld hadden. Ze hadden tot diep in de nacht met elkaar gekletst en er waren 23 pijpjes bier doorheen gegaan, zo leerden de lege flessen. Aanvankelijk was de dood van Vivienne ook als een ongeluk beschouwd, maar de ambulancemedewerkers was opgevallen dat C. niet bepaald ‘aangedaan’ was. En de schouwarts en een specialist van het ziekenhuis vonden de schedelbreuken wel erg zwaar voor een val van een trap. De recherche werd ingeschakeld, maar eigenlijk net iets te laat. C. had nadat Vivienne naar het ziekenhuis was gebracht alle sporen inmiddels opgeruimd. Het bloed in de gang was opgedweild. De kapitein werd niettemin aangehouden op verdenking van zware mishandeling de dood ten gevolge hebbend.

De sectie wees vervolgens uit dat Vivienne was overleden als gevolg van ‘heftig uitwendig mechanisch botsend geweld op het hoofd, zoals bijvoorbeeld ten gevolge van de val van een trap’. Kennelijk werd het letsel door de forensische deskundigen anders beoordeeld dan de schouwarts en de ziekenhuisspecialist. C. werd uitvoerig verhoord en werkte volledig mee aan het onderzoek. Hij meldde dat er die avond niets bijzonders was voorgevallen. Ze hadden gekletst, een flinke slok gedronken en hij was tussen vier uur en half vijf beschonken naar bed gegaan. Toen hij opstond was het ongeveer half twaalf en had hij Vivienne onder aan de trap gevonden. Nee, hij had niets gemerkt die nacht. En ook de buren hadden geen geruzie, gestommel of noodkreten gehoord. De vriend van Vivienne attendeerde de politie er op dat C. volgens het slachtoffer wel wat toenadering had gezocht toen hij van zijn laatste zeereis in Cuijk terugkeerde. Een sms-je aan haar had hij bijvoorbeeld met XXX-jes ondertekend. C. wees er op dat dit niets betekende en kon bewijzen dat Vivienne dat omgekeerd naar hem ook wel deed. Alles wat C. verklaarde klopte, voor zover dat tenminste te controleren viel. Justitie liet hem na een paar dagen gaan en stelde in het dossier: ‘Met betrekking tot de dood van Vivienne Plant is van enig strafbaar feit niets gebleken’. Een tragisch ongeluk, maar geen misdrijf.

Henk Plant, de vader van Vivienne, was minder overtuigd. Hij is bewaarder in een penitentiaire inrichting en heeft gaandeweg inzicht in de materie opgebouwd en naar zijn zeggen ook psychologisch inzicht in dadergedrag. Hij vond de handelswijze van C. verdacht. Hij wijst erop dat C. snel alle sporen heeft opgeruimd, dat de schedelbreuken voor een val van de trap nogal zwaar zijn en C. ook niet geschokt leek na het overlijden van zijn dochter. En het motief? Misschien had de kapitein – net terug van een verblijf op zee – avances gemaakt, die niet beantwoord werden? Tussen justitie en de vader is nu onenigheid ontstaan over de afdoening van de zaak: het seponeren van de aanklacht tegen C. Henk Plant heeft mij gevraagd of ik me in het dossier wil verdiepen. Hij wil het sepot bij het gerechtshof aanvechten. De vraag is nu of er sprake is van een redelijke verdenking, of dat vader Plant, de tragische en onnodige dood van zijn dochter niet kan verwerken en daar nu hoe dan ook een zondebok voor zoekt. Het is een moeilijke kwestie. C. heeft de sporen uitgewist. Een dader doet dat, maar een onschuldige kan dat ook heel goed doen als er inderdaad sprake is van een noodlottig ongeval. Want waarom zou je het bloed dan in je gang laten liggen? Vivienne had een behoorlijke slok op, bovendien slikte ze ook nog spierverslappers. Er is niets gebleken van een handgemeen of ruzie. Een echt motief lijkt te ontbreken. Maar ja, dat leek bij Jeanette Kluijtmans in Best in 1997 ook het geval. En justitie maakte het bij vader Plant toch al geknakte vertrouwen in de afhandeling niet groter toen het parket in Den Bosch op 4 februari 2004 een brief aan hem schreef om uit te leggen dat het toch echt een ONGEVAL was. En wat schreef de officier van justitie toen abusievelijk? ‘Van de politie heb ik een proces-verbaal ontvangen waaruit blijkt dat Vivienne slachtoffer is geworden van een TRAGISCH MISDRIJF’. Een pijnlijke verschrijving, moest Justitie achteraf toegeven.

Boven zijn brief aan mij schreef vader Plant: ‘Inzake de DOODSLAG/MOORD op onze dochter Vivienne’.

‘Nee, dàt is geen vergissing’, beklemtoonde hij me afgelopen week…

Panorama nr. 19: april 2004

Laatste update: vrijdag 30 september 2011, 14:58 uur