Afgelopen week heb ik u een kijkje gegeven in mijn archief vol misdaadzaken. Ik legde u uit dat dit archief, opgebouwd in 23 jaar misdaadverslaggeving, voor mij een soort van schatkamer is, waar ik veel tijd in doorbreng. Zoals een ander postzegels of munten verzamelt, of puzzelt, ben ik graag bezig met het rubriceren van misdaadgegevens. Ik heb alles overzichtelijk gekopieerd en op onderwerp gebundeld in plastic mapjes, die weer in genummerde ordners en archiefdozen verdwijnen. Meest bijzondere element van dit archief zijn de ruim 300 dossiers van geruchtmakende moordzaken en verdwijningen die ik heb bijgehouden. Uiteraard heb ik de inhoud van mijn archief ook in een computerprogramma staan en daar zit ik graag een beetje mee te experimenteren. Zo heb ik de gegevens van de 300 moordzaken bijvoorbeeld ingevoerd op naam, plaats, datum en waar ik het allemaal precies terug kan vinden. Van A tot Z. Beginnend bij Aalst-Waalre (waarin 1974 de vijfjarige Carolientje Pessers werd ontvoerd en vermoord) en eindigend bij de gewelddadige dood van de 24-jarige Marco Ros in Zwolle (die ooit zelf van een moord werd verdacht en toen mijn hulp inriep). En zo vertelt ieder dossier een bijzonder verhaal over gruwelijke misdrijven, persoonlijke tragedies en soms interessante contacten met nabestaanden, slachtoffers en daders. In mijn nieuwste computeruitdraai turfde ik dat van de ruim 300 door mij onderzochte moorden er 79 nog maar kinderen (!) waren. Nu zitten er wel een aantal gedateerde zaken bij, zoals bijvoorbeeld een moord uit 1948 en een paar uit de vijftiger jaren, maar toch 79 kindermoorden! Overigens, zo wijst mijn archief ook uit, zijn deze niet door 79 daders vermoord. Een groot aantal van hen heeft meermalen toegeslagen eer zij gepakt werden (Michel S., Gerard S., Harke J., Koos H., Ludo de B., Theo van B.) en daarbij is bijna de helft – 35! – van deze kindermoorden nog helemaal nooit opgelost.
Opvallend is dat er in de jaren zeventig veel kindermoorden zijn gepleegd, die toen relatief weinig publiciteit kregen, maar zeker zo schokkend waren als de zedendelicten waar nu wel – terecht – alle aandacht voor is. En hoewel mijn archief van ruim 300 door mij geselecteerde moorden misschien niet wetenschappelijk representatief is, komt er wel uit naar voren dat de meeste kindermoorden absoluut in de zomermaanden plaatsvinden: 41 moorden in de maanden mei, juni, juli, augustus. En dat terwijl er in januari en februari in totaal maar zes waren en in december zelfs maar EEN! Dat is te frappant om puur toeval te zijn, temeer ook omdat mijn archief op het gebied van kindermoorden tamelijk volledig is. Er ligt een verklaring voor de hand: in de zomer spelen kinderen meer en langer buiten, zijn ze ook ‘luchtiger’ gekleed en zitten ze bovendien niet de hele dag op school. Er zijn bovendien theorieën dat warm weer de plegers van (zeden)delicten ‘hitsiger’ maakt. Maar waarom in december slechts EEN kindermoord? Heeft dat misschien iets met de feestmaand te maken, het feit dat het de donkerste maand van het jaar is? Of heeft het meer met de persoonlijke omstandigheden van de moordenaar zelf te maken? Het merkwaardige is dat ouders hun kinderen juist altijd waarschuwen niet alleen in het donker op pad te gaan. Terwijl uit mijn archiefstatistieken nu blijkt dat dit juist de periode is dat er verreweg het minste gebeurt. Of vormt de winterdaling in kindermoorden misschien het – preventieve – gelijk van de ouders die er op toezien dat hun kroost in die donkere maanden niet alleen op straat is? Het zijn vragen en inzichten die mij bezig houden als ik dit soort gegevens uit mijn archief trek. De moord op de 13-jarige Sybine Jansons uit Maarn, op 19 januari 1999, is statisch gezien zeer uitzonderlijk. Ik heb in een halve eeuw slechts een andere echte kindermoord in januari gevonden, die op de 15-jarige Anoeschka Weezenbeek uit Budel in 1990 (die nog steeds onopgelost is). Ik vind dat interessant en ook wel belangwekkend, maar ik realiseer me heel goed dat dit een vaststelling is waar de bedroefde nabestaanden van deze meisjes natuurlijk helemaal niets aan hebben. Ik blijf echter kijken en zoeken naar dit soort feiten en achtergronden. Wie weet, zit er ooit misschien een ‘sleutel’ in…
Panorama nr. 34: augustus 2001




