Iedereen in Nederland is bang voor Hells Angels. Het publiek, de pers, maar ook de politie. En dat is lastig als de motorclub in het nieuws is, zoals afgelopen week toen er drie leden van de Nomads uit het Limburgse Oirsbeek werden vermoord. In het water van de Geleensbeek werden de door kogels doorzeefde lichamen van ‘president’ Paul de Vries (54), Cor Peijnenburg (33) en Serge ‘Moon’ Wagener (34) geborgen. Zo’n drievoudige moord is natuurlijk nieuws, maar wel nieuws dat moeilijk is te ‘coveren’, want bijna niemand durft er iets over te zeggen. Sinds Frits Barend en Henk van Dorp in hun studio onaangekondigd bezoek van de Angels kregen – die niet werden opgepakt – en er nog wat andere incidenten plaatsvonden, staat men niet in rijen van drie opgesteld om de activiteiten van de motorclub te duiden. Ik ben de afgelopen week een aantal keren door media gebeld die ronduit zeiden dat ze niemand voor de microfoon konden krijgen en bijna smeekten of ik ‘alsjeblieft’ wat kon vertellen. Dat enkele Nomads afgelopen week bij hun clubhuis een paar camerateams molesteerden – zonder dat de politie optrad – heeft zegslieden niet bepaald gretiger gemaakt.
Ik heb wel commentaar gegeven, maar de reporters niet verteld wat ze graag wilden horen. Uit hun vraagstelling bleek dat ze hoopten dat ik de Angels (in de zin van: alle) tuig van de richel zou noemen en de club zelf een criminele organisatie die zich bedruipt met drugshandel en afpersing. Misschien is dat wel het imago van de Hells Angels, maar in mijn ogen wordt dat niet gedekt door hard bewijs. En iets wordt natuurlijk niet waar door het maar vaak te roepen. De keren dat er doden vielen, zoals in de seksclub ‘Esther’ in Haarlem in februari 2000, waren Hells Angels bovendien niet de moordenaars, maar de slachtoffers. Toch een nuanceverschil… En als een lid of ‘president’ van de motorclub een bankroof pleegt, een kroeg kort en klein slaat of iemand tijdens een ruzie naar de andere wereld helpt, zegt dat dan altijd iets over de Hells Angels? Zo ja, dan vindt u zeker ook dat als een Ajax-aanhanger of een bestuurslid van de voetbalclub een misdrijf pleegt dat Ajax dan een criminele organisatie is? Er worden ook elk jaar delicten gepleegd door Christenen, is de kerk dus een maffia-syndicaat? En enige tijd geleden is een bestuurslid van een politieke partij veroordeeld wegens incest… is die partij nu een genootschap van zedendelinquenten?
‘Je hebt zeker zèlf nooit met ze te maken gehad?’, vroeg een enigszins teleurgestelde verslaggever met hoorbaar cynisme. Ik had niet gedacht dat het me nog eens deugd zou doen dat ik volmondig kon zeggen: ‘O zeker wel… Sterker nog, ik heb het ooit met Paul de Vries, de nu doodgeschoten president, aan de stok gehad’. Dat zat zo… Op 20 februari 2002 deed ik met collega Kees van der Spek een onderzoek in een moordzaak. We wilden daarvoor een vrouw in het Brabantse Budel horen, die iets over de verdachte kon vertellen. Ze was niet thuis en dus informeerden we in een plaatselijke kroeg of men iets van haar wist. ‘Jawel’, zei de kroegbaas, ‘ze gaat met een Hells Angel, ene Paul de Vries, een beer van een kerel’. We haalden onze schouders op en Kees grapte: ‘Ach, dat zijn allemaal watjes’. Een uurtje later reden we terug naar de woning van de vrouw en wachtten daar in de auto voor de deur tot zij thuis kwam. Wat we niet beseften was dat onze komst als een lopend vuurtje door het dorp was gegaan en men door het ‘kroeggesprek’ ook wist voor wie wij kwamen. We zaten daar een kwartiertje, toen er twee auto’s langzaam naderden.Bij de woning sprongen er zes of zeven man uit: Hells Angels, gewapend met stokken en kettingen. Even keken ze zoekend om zich heen en dat was onze redding. Ik startte snel de auto en op dat moment sprintten de mannen op ons af. Met piepende banden reden we weg, maar een van de Angels slaagde er nog wel in een stuk betonijzer tegen mijn autoportier te gooien. Als we ze niet op tijd hadden gezien was mijn auto gesloopt… en wij er bij. Ik had een paar duizend euro schade en deed aangifte bij de politie in Maarheze van bedreiging, geweldpleging en vernieling. ‘Zou u dat wel doen?’, vroeg de politie op een ontmoedigende toon van begin-er-niet-aan. Natuurlijk, deed ik wél aangifte en ik noemde daarin ook de naam van Paul de Vries. Toen ik een paar maanden later informeerde of men al wat was opgeschoten met het onderzoek, sprak de recherchechef gewichtig dat men er ‘heel druk’ aan gewerkt had, maar dat de zaak ‘helaas niet was opgelost’. Op mijn vraag of zij Nomads-president Paul de Vries hadden gehoord en zijn vriendin, waar het allemaal voor de deur was gebeurd, schutterde hij: ‘Eh… eh.. nee, dat niet nee’. Er was gewoon niets gedaan! Kijk, dat bedoel ik nou. Zo is het dus niet verwonderlijk dat er een beeld rijst dat Hells Angels boven de wet staan. En het ergste is dat de politie ze daarbij behulpzaam is…!
Panorama nr. 10: februari 2004




