Tiplijn:
0800 - 333 2 333

De moord op Petra: na 18 jaar een nieuwe tip
woensdag 11 oktober 2000, 12:00 uur
De moord op Petra: na 18 jaar een nieuwe tip

Het eerste wat ik altijd doe als ik op de redactie kom, is het bekijken van de post. Mijn medewerkers weten inmiddels dat ik tijdens dat werkje beter niet gestoord kan worden, omdat ik dan toch maar half luister. Ik moet eerst weten wat er allemaal op mijn bureau ligt. Vaak zie ik al aan de enveloppe en het handschrift wat voor soort brief het is. Voor het openen kijk ik ook altijd even snel naar het poststempel en denk dan bij mezelf: ‘hmmm… Heythuysen….Limburg…. dat kon wel eens een tip in de zaak van Nicky Verstappen uit Heibloem zijn’ En meestal klopt dat dan ook. De beste brieven, zo weet ik uit ervaring, zijn niet de dozijn tweezijdig handgeschreven schoolschriftblaadjes, maar de korte getypte van nog geen eens één A-viertje. Afgelopen week zat er weer zo een tussen, die direct mijn aandacht trok. Hij was anoniem. Het was een brief van een vrouw, die informatie had over een onopgeloste moord. De naam van het slachtoffer werd niet genoemd, maar was makkelijk traceerbaar.

De brief ging over de Rotterdamse ‘nieuwjaarsnachtmoord’ in de eerste uren van 1982. Het slachtoffer was de knappe 17-jarige Havo-scholiere Petra van de Berg. Een paar minuten na drie uur ‘s nachts werd zij, op weg naar een nieuwjaarfeestje, in de buurt van haar ouderlijk huis aan de Oostzeedijk in de Maasstad doodgestoken door een onbekende jongeman. Een gruwelijke moord, ogenschijnlijk zonder motief. En ondanks enorme inspanningen van de Rotterdamse recherche is de zaak nooit opgelost. Jammer genoeg is hij begin dit jaar juridisch verjaard. Het is zo’n moord die de rechercheurs echter levenslang bijblijft.

Maar kennelijk is er nog iemand die de moord op Petra niet kan vergeten, want de briefschrijfster liet mij weten dat haar geweten nog steeds knaagde. Zij schreef mij dat ‘een vriendin’ haar jaren geleden ooit iets had opgebiecht over de moord. Die bewuste nacht vierde zij met een andere vriendin en een paar vrienden oud en nieuw, schuin tegenover de plek waar Petra later die nacht werd doodgestoken. De briefschrijfster stelt nu: ‘Op het moment dat ze die nacht met z’n allen buiten stonden, misten ze ineens een van hun vrienden. En toen iedereen weer naar binnen kwam, omdat het nieuws van de moord zich verspreidde en de politie arriveerde, was hij er nog steeds niet. Kort daarna kwam hij ineens binnen. Smerig en verward. Op vragen waar hij was geweest en hoe hij binnen was gekomen, antwoordde hij dat ze zijn gebel niet hadden gehoord en dus via de achterkant door een steeg over hekken en door tuinen zijn weg naar binnen had gevonden. Hoe was een raadsel’. Maar daar bleef het niet bij, aldus de anonieme briefschrijfster. De politie begon een buurtonderzoek. Moesten zij iets vertellen over hun vriend? Nee, luidde het besluit. ‘Het was immers een goede vriend en die verraad je niet. Mede omdat je je niet kunt voorstellen dat hij tot iets dergelijks in staat zou zijn. Bang om een onschuldige te beschuldigen. Hij had het immers al zo moeilijk, zijn relatie met zijn vriendin was verbroken. En ach, zij hadden natuurlijk allemaal ook een slok op’.

Maar toen zij weer nuchter waren, kwam de schok. De schok der herkenning mag ik wel zeggen, want: ‘het vermoorde meisje leek sprekend op zijn ex-vriendin, die de relatie met hem kort daarvoor had verbroken’.

De brief besluit met: ‘Ik wil het u toch laten weten’. Dat is mooi – en ik wil er graag MEER van weten. Ik verzoek de briefschrijfster daarom dringend opnieuw contact met mij op te nemen. U blijft anoniem, maar ik wil graag meer informatie over de identiteit van de ‘dader’. Laat van u horen: ik herken de enveloppe en het poststempel wel…

Panorama nr. 41: oktober 2000

Laatste update: donderdag 18 maart 2010, 14:22 uur