In het Nederlandse strafrecht kun je niet twee keer voor hetzelfde feit worden berecht. En in feite is dit een wereldwijd rechtsbeginsel. Het betekent dat als iemand ooit onherroepelijk is vrijgesproken voor een moord en jaren later komt aan het licht dat hij toch schuldig is, hij niet opnieuw terecht kan staan. Zelfs niet als hij de moord bekent. Juridisch heet dit ‘Ne bis in idem’ – niet twee keer voor hetzelfde. De regel vindt zijn oorsprong in de overtuiging dat er een keer definitief een punt achter een zaak gezet moet worden en een verdachte niet met de onzekerheid hoeft te leven dat hem steeds opnieuw vervolging boven het hoofd hangt, terwijl hij eerder is vrijgesproken. De laatste tijd rijst er verzet tegen dit principe, vooral ook door de opkomst van DNA-technieken die in oude, vastgelopen misdrijven alsnog voor verrassingen kunnen zorgen.
De discussie hierover viel toevallig samen met de bekendmaking van nieuwe feiten in wat de ‘Leidse balpenmoord’ is gaan heten, al moet je eigenlijk spreken van balpenzaak, want moord is uiteindelijk niet bewezen geacht. Het ging om de mysterieuze dood van een 53-jarige vrouw in Leiden, die in mei 1991 in haar woning werd gevonden. Bij sectie trof de patholoog-anatoom tot zijn verrassing een zwarte Bic-pen van ruim 14 centimeter in haar rechteroogkas aan, die van buitenaf niet zichtbaar was. De pen had haar hersenen verwoest. Deskundigen meenden dat het om een ‘valtrauma’ ging: de vrouw was waarschijnlijk gestruikeld terwijl ze de pen in haar hand had en ze was zo ongelukkig terechtgekomen dat deze haar oogkas had doorboord. Justitie twijfelde echter en hield rekening met een misdrijf. En in 1995, vier jaar later, werd de toen 25-jarige zoon van de vrouw aangehouden. Hij zou met een kruisboog de pen in het oog van zijn moeder hebben geschoten. De jongen had daar toen hij in behandeling was bij een psychotherapeute ook toespelingen op gemaakt. In oktober 1995 werd de zoon door de rechtbank in Den Haag inderdaad veroordeeld wegens moord tot twaalf jaar cel. Volgens de rechters had hij met voorbedachten rade zijn moeder de pen door het oog geschoten in een poging de perfecte moord te plegen. Hoe het hem gelukt zou zijn die pen vrijwel onzichtbaar precies door haar oogpupil te schieten bleef onvermeld. In hoger beroep kreeg de zaak echter een wending. Er waren toen uitgebreide (schiet)proeven gedaan die het onaannemelijk maakten dat de vrouw met een kruisboog en een Bic-pen-als-pijl van het leven was beroofd. Andere tests toonden aan dat een valtrauma zeer wel tot de mogelijkheden behoorde. Het resultaat was vrijspraak en de ‘Leidse balpenmoord’ werd gesloten.
Tot voorkort tenminste, want de gepensioneerde neurochirurg dr. M. van Duinen werd zo door de kwestie geïntrigeerd dat hij er nader onderzoek naar deed. Tot zijn verbazing was er destijds geen neurochirurg bijgehaald en bestond er in de medische wereld nauwelijks expertise over ‘penetrerend hersenletsel’. En dus schreef hij er zelf maar een standaardwerk over met opzienbarende conclusies. De belangrijkste is dat een ‘ongeluk’ totaal niet waarschijnlijk is. Het einde van de 14 centimeter lange pen bevond zich namelijk halverwege de oogbol van het slachtoffer. ‘En dat sluit een valtrauma uit’, aldus de neurochirurg. Want bij een val zal altijd nog een stukje uit de oogkas steken, ‘omdat de val wordt gestopt door de voor de oogkas liggende benige uitstekels, zoals de neus en het voorhoofd’. De chirurg kraakt ook de schietproeven die destijds zijn gehouden als ondeugdelijk. Bestudering van het dossier leerde hem bovendien dat de gewraakte Bic-pen hoogstwaarschijnlijkleeg was. En waarom loopt een vrouw met een lege pen in haar hand? En waarover zou ze in haar eigen woning zo fataal gestruikeld moeten zijn? Er was niets gevonden wat dit verklaart. En zo waren er nog wel meer ‘feiten’ en veronderstellingen die in Van Duinen’s studie geen stand hielden. Is de Leidse balpenzaak dan toch een balpenmoord? De in het vakblad Modus gepubliceerde bevindingen van dr. Van Duinen zijn door niemand weersproken, zo bevestigde hij mij afgelopen week. Maar er is verder ook niets mee gedaan. Waarom niet? Ach, wellicht had men geen zin in ‘twee keer hetzelfde…’.
Panorama nr. 32: augustus 2001




