Tiplijn:
0800 - 333 2 333

De hongerdood in een Baarnse politiecel
woensdag 26 mei 2004, 12:00 uur
De hongerdood in een Baarnse politiecel

Een poosje geleden berichtte ik op deze plaats dat in de gemeente Baarn twee roemruchte moordzaken hebben plaatsgevonden, die misdaadklassiekers zijn geworden. Om te beginnen was er de moord op de 14-jarige Theo Mastwijk. Zijn lichaam werd op vrijdag 27 oktober 1961 in de tuin van een kapitale Gooise villa bij toeval door een werkman gevonden die een oude waterput leegschepte. Mastwijk was ongeveer een jaar daarvoor vermoord en daarna was zijn lichaam in de put met ongebluste kalk bedekt, waardoor het ontbindingsproces werd versneld. De daders waren twee vriendjes van de jongen, die in de villa woonden en uit een vooraanstaande familie kwamen. Deze eerste Baarnse moordzaak beheerste ruim veertig jaar geleden maandenlang het nieuws, mede omdat er een zweem van klassenjustitie omheen hing: rijkeluisdaders die zich moesten verantwoorden voor de moord op een sloeber die niemand echt had gemist.

De tweede Baarnse moordzaak is eind vorig jaar door toedoen van mijn tv-programma aan het licht gekomen. Collega Kees van der Spek en ik reageerden toen op een melding van een verontrustte buurtbewoner die vertelde dat het echtpaar Hans (69) en Ria (63) Müller bij hem in de straat al vier jaar niet meer was gezien. Dit terwijl hun huishoudelijke beslommeringen al die tijd werd waargenomen door een ietwat zonderlinge oppas, Paul de R. Hij had min of meer zijn intrek in het huis genomen, maar beweerde niet te weten waar het echtpaar verbleef en wanneer zij terug zouden komen. Omwonenden hadden een paar keer de politie attent gemaakt op de vreemde gang van zaken, maar werden telkens afgepoeierd. Kees en ik hadden na een middagje snuffelen al door dat het geen zuivere koffie was en verzamelden vervolgens zoveel belastend materiaal dat de onwillige politie er niet meer omheen kon. In januari werden de stoffelijke overschotten van Hans en Ria Müller in de grond van de kinderboerderij gevonden, waar Paul de R. beheerder van was.

Een poosje nadat ik over deze twee zaken had geschreven, ontving ik een e-mailtje van iemand die mij er op wees dat er in Baarn nog een derde roemruchte zaak heeft plaatsgevonden, die qua ernst zeker kan wedijveren met de andere twee. Er zijn niet veel mensen meer die zich deze derde kwestie kunnen herinneren, maar dat komt omdat deze zich op de kop af tachtig jaar geleden – in 1924 – heeft afgespeeld, maar hij is huiveringwekkend gruwelijk. De derde Baarnse zaak is feitelijk dus de eerste, maar dat terzijde. Kon de Baarnse recherche in de tweede Baarnse moordzaak beticht worden van ernstig tekortschieten; in de zaak van 1924 was de dood van de hoofdpersoon zelfs voor 100 procent veroorzaakt door pure nalatigheid van de plaatselijke politie: Een zwerver was in een politiecel vergeten (!) en daar van uitputting, honger en dorst gestorven… Mijn interesse was op slag gewekt en dus probeerde ik er achter te komen wat er precies was gebeurd. Via oude krantenartikelen en internet* kreeg ik meer inzicht in deze schokkende affaire. Op 15 april 1924 meldde de Gooi- en Eemlander, in een één-kolomsbericht: ‘EEN VREESELIJK VERZUIM! OPGESLOTEN ZWERVER DOOR DE POLITIE VERGETEN – DEN HONGERDOOD GESTORVEN’. In het artikel werd bericht dat op 25 maart 1924 de 56-jarige zwerver Pieter Rigters uit Vlaardingen zich bij het politiebureau in Baarn had gemeld en daar om een slaapplaats had gevraagd. De man werd naar een cel in het nachtverblijf gebracht, dat geheel los stond van het politiebureau. Volgens voorschrift werd ‘den ongelukkige zwervende tobber’ in het nachtverblijfregister ingeschreven. Maar bij de wisseling van de wacht werd verzuimd dit ook mondeling aan de nieuwe wachtcommandant mede te delen en omdat deze op zijn beurt weer niet in het register keek, werd de arme zwerver glad vergeten. Een dag, twee dagen, een week… nog langer. In die tijd was er kennelijk nog zo weinig criminaliteit in ‘t Gooi dat het arrestantenverblijf wekenlang leeg stond en er niemand kwam. Pas op 11 maart, twee en halve week nadat Rigters in het bijgebouwtje was opgesloten, moest er opnieuw iemand worden ondergebracht en vond men het lijk van de ongelukkige, die volgens de krant ‘den vreeselijken hongerdood gestorven moest zijn’. Dagenlang heeft de toch al uitgemergelde zwerver waarschijnlijk achter de massieve deur van zijn cel tevergeefs om hulp geroepen, zonder dat iemand hem hoorde.De man had niets gedaan en had gewoon de volgende dag op vrije voeten moeten worden gesteld, maar in plaats daarvan stierf hij in de ruim twee weken die volgden een marteldood. Ook toen bracht de tragedie Nederland wel in beroering, maar opvallend is hoe onderdanig de pers over de kwestie berichtte. ‘De justitie heeft de zaak in handen en wij onthouden ons dus van verder commentaar’, schreef men letterlijk. Nou, dat had vandaag de dag eens moeten gebeuren! Wel werd er aan toegevoegd dat men hoopte dat dit ‘schandaal dat aan de middeleeuwen herinnert niet in den doofpot gestopt wordt’. Daar was ik ook wel nieuwsgierig naar. Hoe werd zo’n afgrijselijke blunder strafrechterlijk afgedaan? Ook daar gaven de kranten antwoord op. De rechtbank in Utrecht sprak op 10 juni 1924 ‘Den Baarnschen politieagent’ W. Huisman vrij van dood door schuld, nadat één maand cel tegen hem was geëist. De rechtbank achtte niet bewezen dat de diender ‘met veeljarigen diensttijd’ in deze kwestie ‘hoogst onvoorzichtig, nalatig en onnadenkend zoude hebben gehandeld’. Men wil ons soms wel eens doen geloven dat dit ‘de goede, oude tijd’ is, maar als u het niet erg vindt, prefereer ik 2004…

* Met dank aan: www.oud-baarn.nl

Panorama nr. 23: mei 2004

Laatste update: vrijdag 30 september 2011, 14:57 uur