Op 9 november 1983 had ik ‘s avonds juist 10 kilometer hard gelopen en wiste ik in de keuken met een handdoek het zweet van mijn gezicht, toen om een paar minuten voor half acht de telefoon rinkelde… Hoe ik dat nu, op de kop af twintig jaar later, nog zo goed weet? Wel, degene die belde was mijn baas, de chef nieuwsdienst van de Telegraaf, die opgewonden meldde dat rond zeven uur in het centrum van Amsterdam bierbrouwer Alfred Heineken en diens chauffeur Ab Doderer waren ontvoerd en dat ik direct naar de krant moest komen. Het was een mededeling die de loop van mijn journalistieke carrière – maar eigenlijk ook wel mijn persoonlijke leven – enorm heeft beïnvloed. Er is geen misdaad – zelfs de Puttense moordzaak niet – waar mijn naam zo mee wordt geassocieerd als de Heinekenontvoering. Ook nu, twintig jaar later, gaat er geen week voorbij zonder dat ik met die gebeurtenis word geconfronteerd. De Heineken-ontvoering is de story of my life geworden, zoals de Amerikanen dat zo mooi zeggen. Ik schreef honderden onthullende reportages in de krant, publiceerde er twee boeken over en Neerlands meest geruchtmakende misdrijf aller tijden bracht mij in contact met Cor van Hout, de primus inter pares van de vijf kidnappers. Na de ontknoping van de ontvoering wilde ik dolgraag weten hoe Van Hout en zijn kompanen alles precies hadden beraamd en uitgevoerd. Ik schreef hem begin 1984 een brief toen hij in Parijs in de beruchte Santé-gevangenis zat, in afwachting van zijn uitlevering aan Nederland. We waren even oud, beiden Amsterdammers, sportliefhebbers, Ajax-fan en niet-roker. We hadden dus bepaalde dingen gemeen, maar waren ook – dacht ik – onverenigbaar verschillend: hij was ontvoerder en ik was journalist.
Deze week las ik de correspondentie met hem in de Santé nog eens terug. In zijn eerste brief vroeg hij mij of ik elke week misschien de maandag-Telegraaf kon opsturen, zodat hij de voetbaluitslagen kon volgen. Ik ging er vanuit dat de uitlevering aan Nederland hooguit een paar weken kon duren en stuurde hem vanaf dat moment elke dag in een enveloppe de krant: Maison d’ Arrêt, Rue de la Santé 42 Cel 309 Cedex 14 – 75014 Paris. De reden dat ik dit nog zo makkelijk reproduceer is dat de uitlevering helemaal niet snel verliep, maar door juridische touwtrekkerij ruim twee jaar (!) duurde en ik al die tijd – ook in mijn vakanties – dagelijks dit adres op een enveloppe met krant er in krabbelde: beloofd is beloofd… In de sombere Santé-gevangenis was het een dagelijks lichtpuntje dat Cor van Hout nooit is vergeten. Een kleine geste, met grote gevolgen. Het legde in feite de basis voor ons latere contact, wat me in staat stelde de inside story van de kidnap in een dik boek vast te leggen. Tijdens en na zijn gevangenisstraf bleef ik contact met Van Hout houden en ontstond er ondanks onze ‘onverenigbare’ achtergronden toch een heel bijzondere vriendschap. Een vriendschap die voortduurde tot hij op 24 januari van dit jaar in Amstelveen op straat werd geliquideerd.
Kort voor zijn dood ontdekte ik bij toeval dat de loods aan De Heining in het Westelijk Havengebied, waar de ontvoerders Alfred Heineken en Ab Doderer drie weken gevangen hielden, door de nieuwe eigenaar helemaal in ‘ongerepte’ staat is gehouden. De speciaal gemetselde celletjes staan er nog, compleet met matras, een chemisch toilet, een intercommetje, geluidswerend schuimrubber langs de muren en een kaal peertje aan het plafond. Deze week ging ik er opnieuw een kijkje nemen. Terug naar november 1983. Terug naar het misdrijf dat zo bepalend voor mijn toekomst is geweest. De loods zag eruit alsof de tijd had stilgestaan. Alleen spinrag, stof en vuil maakten duidelijk dat dit niet zo is. Toen ik weer in mijn auto stapte, reed ik door naar de laatste rustplaats van Cor van Hout. De loods op De Heining en de begraafplaats worden nagenoeg met één rechte weg – de Haarlemmerweg – met elkaar verbonden, als een symbolische navelstreng tussen het begin en het einde van een misdaadcarrière. Hemelsbreed een stukje van 7 kilometer, dat ik in een enkele minuten aflegde, maar waarin ik in feite een tijdperk van twintig bewogen jaren overbrugde. Er scheen die dag een mooi herfstzonnetje en de bomen op de begraafplaats hadden prachtige kleuren. Het was er aangenaam stil en zittend op een bankje bij het graf van Cor van Hout mijmerde ik waarom de dingen in het leven gaan zoals ze gaan…
Noot: belangstellenden kunnen de loods op De Heining bezichtigen. Vanaf volgende week worden er rondleidingen gegeven. Zie daarvoor: www.Heinekenkidnapping.com
Panorama nr. 46: november 2003




