Er is half februari 2004 een (voorlopig?) einde gekomen aan de Deventer moordzaak. Ernst L., de financieel adviseur van slachtoffer Jacqueline Wittenberg, is door het Gerechtshof in Den Bosch veroordeeld tot 12 jaar gevangenisstraf. Hij is volgens het Hof degene die de gefortuneerde weduwe op 23 september 1999 in haar woning aan de Zwolseweg in Deventer heeft gewurgd en doodgestoken. Aanvankelijk was L., die altijd heeft ontkend, door de rechtbank in Zutphen vrijgesproken van dit misdrijf. Later – in hoger beroep – werd hij door het Gerechtshof in Arnhem wel schuldig bevonden en tot twaalf jaar veroordeeld. Dit arrest bleef ook bij de Hoge Raad in stand. In de jaren die volgden rees er zoveel twijfel over de schuldvraag dat een herzieningsverzoek – op basis van enkele nieuwe feiten – door de Hoge Raad gegrond werd verklaard en de zaak door het Gerechtshof in Den Bosch helemaal opnieuw moest worden behandeld. En dat is eind 2003 en begin 2004 gedurende een aantal zittingsdagen uitputtend gebeurd. Er viel tijdens de behandeling bewijs af (een mes dat eerder was aangemerkt als het moordwapen), maar er kwam ook nieuw bewijs (DNA) bij en dat zorgde er voor dat iedere zitting spannend was.
Ik heb me enige jaren daarvoor ook met de zaak bezig gehouden. Ik heb toen het complete politiedossier gelezen, ik ben op de plaats delict geweest, heb getuigen en betrokkenen gesproken en heb ook Ernst L. geinterviewd toen die in de gevangenis vast zat. Ik was toen van oordeel dat het bewijs tegen hem wankel was, maar ik meldde ook dat er wel degelijk belastende feiten en verdachte omstandigheden tegen hem waren. Ik durf niet te zeggen dat hij de dader is, maar ook niet dat hij het niet is, formuleerde ik het steeds voorzichtig. Het lijkt mij een gezonde, kritische houding, zeker als je er zelf niet bij bent geweest op de plaats delict. Niettemin ben ik er op aangevallen door andere media, die kennelijk zozeer wensten dat zij met de Deventer moordzaak een gerechtelijke dwaling in handen hadden, dat zij voortaan alles wat tegen L. pleitte behoedzaam weglieten of naar de marge van de kantlijn bagatelliseerden. Voor hun leed het geen enkele twijfel dat de financieel adviseur onschuldig was en dat werd ook met zoveel woorden geschreven. Sterker nog, voor zijn onschuld was aangetoond, schroomden zij er niet voor iemand anders in deze moordzaak met naam en toenaam als dader aan te wijzen – over zorgvuldige journalistiek gesproken. In HP/De Tijd werd ik er begin 2003 in een artikel onder de kop ‘DUBIEUZE TV-JOURNALISTIEK IN DE DEVENTER MOORDZAAK, zelfs van beschuldigd dat ik er ‘op gebrand was’om Ernst L. in de gevangenis te houden, omdat ik het niet zou kunnen verkroppen dat een ander na de Puttense moordzaak ook een gerechtelijke dwaling aan het licht zou brengen. Om dat doel te bereiken, zou ik volgens De Jong de inhoud van mijn uitzendingen bewust ten nadele van Ernst L. hebben gemanipuleerd. Je vraagt je of hoe iemand het verzint, maar het stond er werkelijk.
Toen de zaak in Den Bosch opnieuw moest worden behandeld, deden HP/De Tijd en enkele andere media voorkomen alsof de vrijspraak daar alleen nog even moest worden opgehaald en de zitting slechts een hamerstuk was. Ook toen er in de herzieningszaak nieuw en sterk (DNA) bewijs tegen L. boven water kwam was er volgens hen geen vuiltje aan de lucht en speelde justitie ‘blufpoker’. Soms vroeg ik me in af of zij wel eens de moeite hadden genomen om het complete dossier te lezen, als ik las en zag hoe gemakkelijk zij over de feiten en omstandigheden van de Deventer moord heen walsten. Het dagblad Trouw, de actualiteitenrubriek Netwerk, (in mindere mate) het Algemeen Dagblad en voorop het weekblad HP/De Tijd liepen aan de leiband van een omstreden schriftkundig bureau uit Almere, dat zich op de zaak had gestort en daar een rapport over had geschreven. Dit verslag bevatte – naast een aantal behartenswaardige zaken – ook wetenschappelijke apekool, anders kan ik het niet kwalificeren. Zo verklaarde men dat een eenvoudige schrijftest – ze noemden het zelf een ‘waarheidstest’- had uitgewezen dat L. de dader niet kon zijn. Nou, dat is makkelijk… voortaan laten we moordverdachten een briefje schrijven en dan weten of ze het gedaan hebben of niet. Dat je een vervalser of fraudeur op deze manier kunt ontmaskeren (handschriftvergelijking) is een aanvaard gegeven, maar als je met een paar krabbels de schuld of onschuld van een moordenaar, verkrachter of geweldpleger kunt aantonen, zou dat het juridische novum van de eeuw zijn, een Nobelprijs waard!! Maar in een interview met het AD ging één van de schriftkundigen nog verder en beklemtoonde de onschuld van Ernst L. als volgt: ‘Ik zag het gewoon in zijn ogen, een kleine flikkering die niet onecht kòn zijn’. En vervolgens vroeg ze zich nog of waarom anderen toch niet zagen, wat zij wel zag. Een kleine flikkering die niet onecht kon zijn…Om te gillen gewoon! Maar het werd klakkeloos opgetikt. Zonder een kritische noot. Dat een van de schriftkundigen ook geen brandschoon strafrechtelijk verleden had en daarover in een uitzending mijn programma eind 2002 aantoonbaar zat te liegen, vormde voor deze media ook nooit een waarschuwing het echtpaar wat minder te bewieroken en wat meer feitelijk tegemoet te treden. Integendeel, vooral HP/De Tijd ‘journalist’ Stan de Jong is in de Deventerzaak – vind ik – op werkelijk schaamteloos partijdige wijze te werk gegaan. De recherche wordt wel eens ‘tunnelvisie’en ‘scoringsdrift’ verweten in onderzoeken, maar de tendentieuze en soms ook feitelijk onvolledige en op sommige punten aantoonbaar onjuiste artikelen van De Jong zijn in mijn ogen wat dat betreft ongeëvenaard. In zijn opinie bestaat zelfs de theoretische mogelijkheid niet dat L. toch de dader is. Voor elk feit, hoe belastend ook, heeft hij een verklaring paraat.
Vlak voor de uitspraak – toen bekend was dat er behoorlijk wat DNA en een bloedspoortje van L. op de blouse van het slachtoffer Jacqueline Wittenberg was gevonden – schamperde hij in zijn blad nog dat het bewijs ‘allesbehalve overtuigend’ is. Moet u eens raden wat hij had gezegd als het DNA en het bloed nièt van Ernst L. was geweest, maar van een andere, onbekende man. O la la…Dan waren het over-dui-de-lijk dadersporen geweest – dat kan een kind begrijpen! – en dan had De Jong triomfantelijk geroepen dat nu de onschuld van L. definitief en onomstotelijk vaststond en de politie maar snel de donor van het DNA en bloedspoortje moest opsporen, want dan was de moordzaak opgelost! Maar nu het DNA wél van Ernst L. is, heeft het natuurlijk weinig tot niets te betekenen… Heerlijk als je zo misdaadjournalistiek kunt bedrijven.
Ook schreef De Jong de week voordat het Hof met het eindoordeel kwam: ‘We gaan er vanuit dat de raadsheren van het Hof Den Bosch onafhankelijk en deskundig zijn, en gezegend met een boerenverstand. Dan hebben we er alle vertrouwen in dat zij komende maandag de enige juiste uitspraak doen: vrijspraak’. Wel, bij de uitspraak bleek maar weer eens hoezeer zijn beoordelingsvermogen tekort schiet. In tegenstelling tot wat Stan de Jong beweert, is er tegen Ernst L. meer bewijs dan in menig andere moordzaak (waar we nooit een regel over lezen in HP/De Tijd en andere media) en echt niet alleen een druppeltje bloed, zoals ik in bepaalde media las. Eerder durfde ik niet te zeggen of L. nu schuldig was of niet. Die helderheid kan ik nu wel verschaffen. Op basis van het voorliggende bewijs is, om met De Jong te spreken, ‘de enige juiste uitspraak gedaan’: een veroordeling. Als op basis van dit bewijs aan de schuld van Ernst L. wordt getwijfeld, dan dienen we de zaken van naar zo’n schatting 100 tot 150 andere moordenaars ook onmiddellijk te heropenen. Ik heb het arrest van het Hof in Den Bosch uiteraard nauwkeurig gelezen en uit het oordeel spreekt inderdaad ‘onafhankelijkheid, deskundigheid en boerenverstand’. Precies de drie kwaliteiten die De Jong en HP/De Tijd missen….
Panorama nr. 9: februari 2004




