Mr. Joan de Wijkerslooth is als voorzitter van het college van procureurs-generaal de machtigste justitiebaas van Nederland. Zijn wil is wet, zou je kunnen zeggen. Hij is superieur op de twee vierkante meter van zijn bureaublad, maar jammer is dat hij nooit de kruitdampen van het slagveld heeft opgesnoven. In een vorig leven was hij landsadvocaat bij een chique Haags kantoor en stond ver van de dagelijkse opsporingspraktijk af, een terrein waarop hij nu juist de lijnen uit moet zetten. Onlangs lag De Wijkerslooth een weekje in het ziekenhuis en schreef daar een column over in het justitievakblad ‘Opportuun’. De super-pg had vanuit zijn bed goed om zich heen gekeken en meent dat de ziekenhuisorganisatie nog heel wat kan leren van zijn eigen openbaar ministerie.
Volgens De Wijkerslooth gaat het er erg bureaucratisch toe. Hij schrijft: ‘Ik heb meegemaakt dat men bij mij in een nacht de nodige keren bloed kwam prikken. Dezelfde laborant vroeg mij – bij wijze van controle – steeds weer naar mijn geboortedatum. Zouden wij dat verstandiger doen? Ik denk het wel. De kans dat wij vijf keer een brief naar het slachtoffer sturen, is niet denkbeeldig, maar bij het OM duikt op enig moment toch een denkende geest op die hardop de vraag stelt of twee brieven niet genoeg zijn’.
De vraag rijst in hoeverre De Wijkerslooth helder zicht heeft op wat er in zijn eigen organisatie gebeurt – en wordt nagelaten! – want ik zal hem een ding vertellen: als je van Justitie iets wil weten hoor je meestal helemaal niets. Laat staan twee brieven! En als je al binnen een paar maanden (…) een reactie ontvangt, is dit vaak een antwoord op een vraag die je helemaal niet hebt gesteld! De Wijkerslooth beklaagt zich er voorts over dat veel ziekenhuispersoneel niet weet waarom bepaalde handelingen worden verricht en dat op de automatische piloot doen. ‘Ik hoop en denk dat het bij ons anders werkt. Bij ons weten mensen die iets moeten doen, waarom het moet gebeuren. Zij kunnen zelf nadenken en het initiatief nemen om een proces te veranderen’, aldus de super-pg. Nou, ik moet hem teleurstellen: ik ken geen organisatie waarin de medewerkers zich zo vaak en zo rigide beroepen op het feit dat ‘de regels nu eenmaal zo zijn’ en ‘we dit al vijftien jaar zo doen’, zonder dat ze weten waarom, als justitie! Goeiedag zeg!En dat het echt geen kwaad kan om dikwijls de personalia van iemand te checken, meneer De Wijkerslooth, bleek mij afgelopen week wel weer, toen ik met Sandra van der Meulen uit Utrecht sprak. Zij woont daar in de Sparstraat en kreeg op woensdag 21 januari onverwachts bezoek van de politie. Zeven man sterk. Met een busje en een politiehond. De straat werd afgezet. Ze hadden een ‘machtiging binnentreden’ bij zich die ze de verbouwereerde Sandra onder de neus duwden. Zij zag toen dat deze op naam stond gesteld van H. Vermeulen. Niet VAN DER MEULEN dus, maar VERMEULEN. Ze protesteerde en zei meteen dat zij dat helemaal niet was, dat er een vergissing in het spel was. De politiemensen verzuimden naar haar legitimatie te vragen en gingen onverdroten door (u weet wel, op die automatische piloot, meneer De Wijkerslooth!). Men was op zoek naar een voortvluchtige gedetineerde, die verdacht werd van een aantal inbraken. Buurtbewoners schoolden buiten nieuwsgierig samen: Zo, die Sandra zeg,… dat moet wel ernstig zijn als zelfs de straat wordt afgezet, was de teneur. Er werd in huis uiteraard geen voortvluchtige gedetineerde gevonden en de politie vertrok, Sandra in verwarring achterlatend. Op het bureau ontdekte men vervolgens pas dat zij volkomen gelijk had. Er was een blunder gemaakt. Je zou zeggen, meneer De Wijkerslooth, minimaal twee excuusbrieven, waarin ook voor de buurt duidelijk wordt gemaakt dat Sandra volkomen onschuldig is. Maar nee, er werd alleen even naar Sandra zelf gebeld, waarbij er kort en karig excuus werd gemaakt.Prettige dag nog hoor… Toen ik hierover aan de bel trok bij de politie Utrecht, zei men: ‘Wat jammer dat ze daarvoor u benadert en niet ons… want volgens de betrokken politieman was het telefoongesprek juist heel goed verlopen’. Kijk, dat bedoel ik dus. Niet de moeite nemen er zelf even naar toe te gaan (de huiszoeking gebeurde toch ook niet telefonisch!?) en ruiterlijk excuus te maken… Nee, in plaats daarvan blijft men halsstarrig van de eigen – verkeerde – denkbeelden uitgaan dat een telefoontje wel genoeg was en is men verbaasd dat het door hen niet serieus genomen slachtoffer dan maar met mij contact op neemt. Ik weet één ding: Als mr. De Wijkerslooth in het ziekenhuis door zijn eigen mensen was verzorgd, dan was nu zijn verkeerde been er af gezet en zouden ze dat nog steeds niet in de gaten hebben gehad…
Panorama nr. 6: januari 2004




