Joop Westhof wordt in de vroege ochtend van 11 januari 2002 in zijn woning aan de Sara Cornelia Molen in Rotterdam-Kralingen dood aangetroffen. De 50-jarige productiemedewerker van de Heinekenbrouwerij in Zoeterwoude, ligt op de grond in een grote plas bloed. Zijn schedel is ingeslagen. Westhof is gevonden door Hennie B., de zoon van zijn vriendin Anneke, die sedert vier maanden in verband met een scheiding bij hem inwoont. B. heeft na een nacht stappen om 06.12 uur in de ochtend 112 gebeld. De politie staat voor een raadsel: Joop was een harde werker, een aimabele vent zonder vijanden. Wie wil deze man nu dood hebben? Uit technisch onderzoek blijkt evenwel dat het om een bekende moet gaan. Er zijn geen braaksporen en uit een reconstructie van de gevonden bloedspatten komt naar voren dat de Kralinger zittend in zijn televisiestoel moet zijn neergeslagen met een stomp voorwerp. Buren verklaren dat zij even na 24.00 uur in de woning lawaai hebben gehoord, gevolgd door schoonmaakgeluiden.
De politie neemt daarom de 33-jarige Hennie B. nader onder de loep en doet verrassende vondsten. Op de onderkant van zijn sok vindt men bloed dat van Joop Westhof afkomstig is. B. kan de herkomst er van niet verklaren. Ook treft men tussen de benen van het slachtoffer een schoenspoor aan dat gelijkenis vertoont met het schoenenprofiel van B. Als men zijn verdere gangen nagaat blijkt dat B. die nacht om ongeveer kwart voor één nogal bezweet in een kroeg is binnen gekomen. Ook had hij duidelijk meer geld bij zich dan voor hem gebruikelijk was. Na terugkeer claimde B. direct 112 te hebben gebeld, maar als de politie alles terugrekent komt uit dat B. minstens tien minuten eerst nog iets anders heeft gedaan. De vraag is wat precies. Het moordwapen wordt aanvankelijk niet gevonden, maar anderhalve maand na de moord krijgt de politie een anonieme tip dat Hennie B. de moordenaar is en dat hij Westhof heeft doodgeslagen met een massief glazen asbak die in de hal stond. De politie doorzoekt opnieuw de woning en in de meterkast wordt dan inderdaad een glazen asbak gevonden, die zorgvuldig is schoongemaakt. Toch weet men in het laboratorium nog wat DNA materiaal te vinden. Dit is afkomstig van Hennie B. en kan er alleen opgekomen zijn als hij kracht op de asbak heeft uitgeoefend.
Niet veel later – in mei 2002 – ontvang ik een brief van Dini, de zus van Joop. Zij vraagt mij of ik haar misschien kan helpen met het achterhalen van de toedracht, want van de politie hoort ze weinig tot niets. Ze krijgt weliswaar een paar contactpersonen op, maar als ze belt zijn de heren op vakantie, op cursus, vrij, ziek of onderweg. Als er eindelijk afspraken staan, worden deze telkens weer verzet. Wat ze weet, heeft ze uit de krant, waar de zaak wordt aangeduid als de ‘Kralingse asbak-moord’. Het is het oude liedje. Vervelend was ook dat zij het verzegelde huis van Joop niet in mocht – ‘in het belang van het onderzoek’ – en zodoende veel zaken niet af kon handelen. Ruim een half jaar (!) na de moord krijgt Dini pas de sleutels. Als ze de deur open maakt slaat de stank van geronnen bloed haar tegemoet. De woning ziet er verschrikkelijk uit. Op de grond van de woonkamer is het lichaam van Joop uitgetekend, zoals het daar dood had gelegen. Op de plek van zijn hoofd ligt nog steeds de plas bloed, ingedroogd tot een zwarte koek, compleet met wattenstokjes en schrapertjes. De hele woning zit verder onder Luminolsporen (om bloedsporen te ontdekken) en grafietpoeder (om vingerafdrukken veilig te stellen). ‘Is dit normaal dat de politie dat zo overdraagt?’, vraagt Dini mij geschokt. In het huis vindt ze overigens nog een jasje met bloed en schoenen met bloedsporen. Justitie reageert geschrokken en belooft dit snel te komen halen.
Hennie B. komt ondertussen voor de rechtbank. Het lijkt een ronde zaak. De bloedsporen kan hij niet verklaren, zijn alibi rammelt en hij is de laatste die Joop in leven heeft gezien en ook degene die hem heeft gevonden. De officier van Justitie eist 8 jaar cel. Volgens hem heeft B. de moord uit geld- en drankzucht gepleegd en wilde hij de pinpas van het slachtoffer hebben. B. ontkent en wordt tot veler verrassing door de rechtbank vrijgesproken.’Ik word gek’, schrijft Dini mij ontzet. ‘Hij wordt vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs, maar de schoen en het jasje zijn ze nooit komen halen…’.
Er komt echter nog een hoger beroep. En hoewel het om dezelfde feiten gaat, worden deze door het Hof in Den Haag nu anders beoordeeld. Heel anders. De ontkennende Hennie B. wordt alsnog schuldig bevonden en veroordeeld tot maar liefst veertien jaar cel. Maar omdat hij in cassatie gaat bij de Hoge Raad blijft hij in afwachting van deze uitspraak tot ongenoegen van de nabestaanden op vrije voeten.
Een dikke week geleden, ruim drie jaar na de moord, krijg ik Dini weer aan de lijn. Er is een wonder gebeurd! De politie is aan de deur gekomen en bericht dat Hennie B. zich plotseling bij de politie heeft gemeld en heeft verklaard dat hij inderdaad de moordenaar is. Hij heeft Westhof met de asbak doodgeslagen na een ruzie. Het cassatieberoep trekt hij na zijn bekentenis in, waardoor de 14 jaar cel van kracht wordt. De zaak is nu écht opgelost, ondanks alles. En wat zei B. – volgens Dini – voordat hij in de cel verdwijnt? ‘Als ik geen advocaat had gehad, had ik al veel eerder bekend…’. Tja, soms is je geweten de beste raadsman!
Panorama nr. 21: mei 2004




