Op 12 oktober 1983 vond in de Amsterdamse Uiterwaardenstraat een liquidatie plaats die de misdaadgeschiedenis in zou gaan als de ‘haringkarmoord’. De 29-jarige Chileen E. Astudillo werd door twee kogels getroffen toen hij bij een viskraam stond. Het slachtoffer was niet helemaal onvoorbereid, want hij droeg een kogelvrij vest toen hij zijn harinkie bestelde, maar werd niettemin toch fataal geraakt. De schutter reed op een motor en wist te ontkomen, maar werd later toch gepakt.
Het was de toen 27-jarige Chileen Charlie da Silva, die op deze rigoureuze manier een drugsoorlog wilde beslechten. Da Silva werd tot acht jaar cel veroordeeld en toen hij anderhalf jaar vastzat, werd ik in mei 1985 benaderd door zijn jonge en toen nog onbekende advocaat Oscar Hammerstein. Het 3-jarig zoontje Christopher van Da Silva was onverwachts overleden en justitie gaf hem geen toestemming de begrafenis bij te wonen. Ik schreef er in De Telegraaf een artikel over en dat was mijn eerste contact met de Chileen. Een dag later besliste de kortgedingrechter dat hij alsnog de plechtigheid mocht bijwonen: zoveel hardvochtigheid was nu ook weer niet nodig.
Zo nu en dan ving ik een glimp op van Da Silva. In de Scheveningse gevangenis zat hij onder meer met Heineken-ontvoerder Cor van Hout, bij wie ik regelmatig op bezoek kwam. Hij kwam dan altijd even gedag zeggen. Later, na zijn vrijlating, hoorde ik dat hij de bodyguard van maffiabaas Klaas Bruinsma was geworden, die zo’n onverschrokken schutter goed kon gebruiken. Toen in een onder mijn verantwoordelijkheid verschenen artikel een keer werd gesteld dat Bruinsma niet alleen in softdrugs dealde, maar ook in harddrugs en de maffiabaas in woede onstak, regelde Da Silva een ‘sussend’ gesprek tussen ons. En toen Bruinsma in 1991 voor het Amsterdamse Hiltonhotel werd geliquideerd, vertelde de Chileen mij dat hij via hem twee gestolen oude meesters in bezit had – een Frans Hals en een Jacob van Ruijsdael – en dat hij deze voor 500.000 gulden cash aan justitie wilde ‘terugverkopen’. Ik kon nauwelijks geloven dat het waar was, justitie zou toch geen gestolen waar van een veroordeelde moordenaar afnemen? Dat zou volledig haaks staan op het beleid dat altijd werd verkondigd. Da Silva was echter geen man van loze praatjes en hij liet mij bij een bespreking zijn waar ik met eigen oren hoorde dat justitie hem inderdaad een half miljoen voor de schilderijen ging betalen. Niet lang daarna verdween hij – met dat geld – naar zijn geboorteland en in de elf jaar die volgden had ik maar heel weinig contact met hem. Hij belde eens in de paar jaar op om te informeren hoe het ging en wat de stand in de onderwereld was. In Chili dreef hij een bonafide handel, de georganiseerde misdaad was voor hem voorbij en ik was Charlie da Silva zodoende bijna vergeten.
Maar niet helemaal… want toen in Nederland bekend werd dat Mabel Wisse Smit, de verloofde van onze reserve-kroonprins Friso, een vriendschappelijk contact met Klaas Bruinsma had gehad, moest ik ogenblikkelijk weer aan hem denken. Volgens Mabel stelde het contact met Bruinsma niet veel voor en had zij ogenblikkelijk de banden verbroken toen haar duidelijk werd dat de Amsterdammer crimineel was. Er doken – anonieme – geruchten op dat dit zeer bezijden de waarheid was, maar bewijs ontbrak. Charlie da Silva was de laatste jaren de rechterhand van Bruinsma en week nooit van diens zijde: als er iemand is die wat over deze vriendschap kan zeggen, is hij het, zo realiseerde ik me. Met veel moeite wist ik weer met hem in contact te komen en polste hem voorzichtig over het verleden: “Bedoel je soms die deftige, blonde vrouw?” vroeg Charlie al snel, “die een stuk jonger was dan Klaas?” Een paar dagen later zat ik met collega Kees van der Spek en cameraman Marco Hoogenboom in het vliegtuig naar Santiago voor een weerzien met Da Silva.
Hij vertelde ons daar een onthullend verhaal, waaruit helder naar voren komt dat Mabel Wisse Smit en Klaas Bruinsma véél dikker bevriend waren dan zij wil doen geloven en dat ze bepaald niet is weggelopen van wat wapengekletter. Ze was gewoon een gangsterliefje… dat daar nu nog over liegt ook. Als u dit leest heeft Nederland kennis kunnen nemen van het verhaal van Charlie da Silva en ben ik benieuwd hoe daarop gereageerd wordt. Wat zal bijvoorbeeld de Amsterdamse politie doen? Weigert men nu voortaan ook om te verschijnen bij koninklijke ontvangsten waar Mabel Wisse Smit bij is? Worden allerlei faciliteiten bij een werkbezoek van haar aan Amsterdam nu ingetrokken? Wordt de nieuwjaarsbijeenkomst in het paleis op de Dam geboycot? De keuze is simpel: óf je bent consequent, óf je bent hypocriet…
Panorama nr. 41: oktober 2003




