Tiplijn:
0800 - 333 2 333

Bij de dood van Nico van U.
woensdag 22 oktober 2003, 12:00 uur
Bij de dood van Nico van U.

Het was een klein bericht in de krant: VROUW SCHIET ECHTGENOOT DOOD. Een 37-jarige Amsterdamse had na een heftige woordenwisseling in hun woning aan de Visseringstraat haar 45-jarige partner met zes schoten om het leven gebracht. De naam van de man kwam niet in het bericht voor. Wel werd er melding van gemaakt dat hij na het uitzitten van een langdurige celstraf voor geweldsdelicten pas onlangs weer op vrije voeten was gekomen. Ik las het berichtje wel in de krant, maar besteedde er verder geen aandacht aan. Pas weken later hoorde ik wie het slachtoffer was: één van Nederlands meest roemruchte onderwereldfiguren. Zijn naam – Nico van U. – zegt u waarschijnlijk niets, maar hij was in zijn leven betrokken bij maar liefst drie geruchtmakende moordzaken. Ik heb hem een aantal keren ontmoet en opgezocht in de gevangenis, omdat hij beweerde onschuldig te zijn. Later werd mij duidelijk dat Van U. altijd alles ontkende, onder het aloude onderwereldmotto: bekennen is om straf vragen. Welnu, ook zonder te bekennen heeft Van U., stoffeerder van beroep, meer dan de helft van zijn leven vastgezeten: 23 van de in totaal 45 jaar.

Het begon in 1977, toen de 20-jarige Van U. samen met een aantal vrienden de illegaal in ons land verblijvende Turk Ibrahim Usal zomaar, ‘voor de grap’, in het water van de Singel gooide. Ze hadden dat soort ‘geintjes’ wel vaker uitgehaald en dat was altijd goed afgelopen. Maar Usal, vader van vier jonge kinderen, kon niet zwemmen en verdronk. De tragische en volstrekt onnodige dood van de Turk deed veel stof opwaaien. Er werd via De Telegraaf 250.000 gulden ingezameld, waarmee in Turkije voor zijn nabestaanden een huis werd gebouwd. Van U. en zijn vrienden werden veroordeeld tot 2 jaar cel. Daarna bleef het even stil rond Nico van U., maar in 1986 haalde hij weer het nieuws met de zogenoemde ‘Pinkstermoord’. In dat weekeinde werd in het Westelijk Havengebied in Amsterdam de 39-jarige Johan Meller met een riotgun door het hoofd geschoten, terwijl hij in zijn blauwe Citroen zat. Er was dwars door de autodeur heen geknald. Van U. werd de volgende dag gearresteerd, maar ontkende als vanouds hardnekkig. Het bewijs tegen hem was flinterdun en justitie stond op het punt hem vrij te laten. Maar op dat moment presenteerde het Gerechtelijk Laboratorium een onthullend rapport: Op een trui van de stoffeerder, die nota bene al was gewassen, had men minuscule blauwe lakschilfertjes van de Citroen aangetroffen. Toen Van U. van dichtbij met een riotgun door de deur heen schoot, waren deze op zijn trui gesprongen. Ontkennen hielp nu niet meer en Nico werd weer veroordeeld.

Begin 1993 was hij weer op vrije voeten en deed al snel opnieuw van zich spreken. Op 15 maart van dat jaar werd na een ruzie in een bordeel aan de Binnenhaven in Den Helder brandgesticht, waarbij een prostituee om het leven kwam. Nico van U., inmiddels 36 jaar oud, werd gearresteerd. Ook nu ontkende hij alle schuld en vanuit de penitentiaire inrichting in Scheveningen ontving ik van hem een noodkreet: Ik zit nu écht met een groot probleem, Peter… Ik ben absoluut onschuldig en word er ingeluisd. Help me alsjeblieft! Ik ben daarop bij hem op bezoek gegaan, maar vond eerlijk gezegd geen aanknopingspunten om iets met de zaak te doen. Van U. werd door het gerechtshof tot negen jaar cel veroordeeld en verdween voor de zoveelste keer van lange tijd achter de tralies. Ik zag of hoorde jarenlang niets meer van hem, zijn laatste brief aan mij dateert van 1996, zo zag ik in m’n dossier. Pas begin dit jaar, op de begrafenis van Heineken-ontvoerder Cor van Hout, zag ik hem opnieuw, toen hij na afloop op mij afstapte. Hij droeg een keurig pak, zag er uit als een boekhouder en aanvankelijk herkende ik hem niet eens. Hij was net als Cor van Hout in de Amsterdamse Staatsliedenbuurt opgegroeid en had tijdens zijn lange detentie ook een paar keer met hem vastgezeten. Nico begon met mij over een moordzaak waar ik in mijn programma aandacht aan had besteed. Hij had met de verdachte vastgezeten en liet doorschemeren er meer van te weten. ‘Ben je bereid dat aan de politie te vertellen?’, vroeg ik. Van U. glimlachte: Weet je nou nóg niet dat ik nooit beken en nooit met de politie praat? Hij veranderde van onderwerp en sprak zijn verontrusting uit over de reeks van liquidaties in de hoofdstad: Het gaat hard… de een na de ander. Je kan niet eens meer zonder risico over straat. Een half jaar later was hij zelf doodgeschoten. Thuis. Door zijn eigen vrouw.

Panorama nr. 44: oktober 2003

Laatste update: vrijdag 30 september 2011, 15:03 uur