Tiplijn:
0800 - 333 2 333

zondag 30 oktober 2005, 12:00 uur
Een nachtmerrie en geen excuses

De Puttense moordzaak en de Schiedammer Parkmoord zijn de klassieke voorbeelden van dwalingen van ons rechtssysteem, maar als u wilt weten wat in mijn ogen het toppunt van onrechtvaardigheid en tegelijkertijd het summum van justitiële stijfkoppigheid is, dan moet u dit verhaal over de bizarre lotgevallen van de Amsterdamse zakenman Kenneth Ehigiene even lezen. In een kwart eeuw misdaadverslaggeving heb ik het zelden zo zout gegeten…

Op 18 december 2002 werd de toen 33-jarige eigenaar van een fotozaak in zijn hoofdstedelijke woning door een flinke politiemacht gearresteerd en geboeid afgevoerd. Ehigiene, die nooit eerder met de politie in aanraking was geweest, werd er van beschuldigd deel uit te maken van een internationale bende, die drugs smokkelde naar Turkije. Zijn aanhouding was gevraagd door Duitsland, dat bij Nederland een uitleveringsverzoek indiende. Daar stond in dat de verdachte Michael heette, dat hij meermalen als drugskoerier in Turkije was geweest en dat een medeplichtige hem had geïdentificeerd aan de hand van een in dat land gemaakt vakantiefotootje.

Kenneth Ehigiene reageerde verbluft. Hij werd door niemand Michael genoemd, hij was nooit van zijn leven in Turkije geweest en zijn paspoort bevatte ook geen enkele stempel van dat land. Bovendien kon Kenneth aantonen dat hij op enkele van de door Duitsland aangegeven data niet in Antalya zat, maar op kantoor bij zijn advocaat in Amsterdam en zelfs in de zittingzaal bij de kantonrechter in verband met een ontslagzaak. Maar het belangrijkste was nog dat Kenneth direct zei dat hij helemaal niet de gezochte man op het vage vakantiekiekje was. Hij leek er misschien wat op, maar het was heel iemand anders.

Vanaf dat moment begon een nachtmerrie voor Ehigiene die ruim zeven maanden zou duren. Om te beginnen verzuimde de politie Amsterdam-Amstelland om – zoals gebruikelijk is – na de arrestatie professionele identificatiefoto’s te maken en die aan de Duitse Justitie te sturen. Gevolg was dat men zich tijdens de uitleveringsprocedure bleef baseren op het vakantiefotootje. Tijdens de zittingen voor de Amsterdamse rechtbank betoogden Kenneth en zijn advocaat dat er sprake moest zijn van een verschrikkelijke vergissing: hij was helemaal niet de gezochte Mike.

Een paar keer probeerde de zakenman de vakantiefoto van deze Mike en een pasfoto van zichzelf onder de ogen van de aanklagers en rechters te brengen, maar deze maakten afwerende gebaren: nee, nee, zo werkt dat niet! Ze weigerden te kijken. Een uitleveringsverzoek wordt slechts marginaal op bewijslast getoetst en de magistraten vonden het tot wanhoop van Kenneth Ehigiene kennelijk zelfs niet nodig zich er echt van te vergewissen of de juiste man wel voor hen stond.

De tijd verstreek en de uitlevering van Kenneth aan Duitsland werd ondanks alle contra-indicaties toelaatbaar verklaard en in hoger beroep ook nog door de Hoge Raad bekrachtigd. Kenneth zat al die tijd in de Bijlmerbajes en werd daar gek van radeloosheid. Toen er, na ruim zeven maanden hechtenis, toch eindelijk politiefoto’s werden gemaakt bleek zonneklaar wat Kenneth Ehigiene steeds had geroepen: dat hij absoluut nièt de persoon op de Turkse vakantiefoto was.

Meer dan een half jaar was een volkomen onschuldige man vastgehouden, naar wie men geen enkele keer had willen luisteren. Als er direct politiefoto’s waren gemaakt was de vergissing meteen ontdekt. Maar nu, na maandenlang geblunder, was justitie niet van plan dat toe te geven. Kenneth Ehigiene werd weliswaar prompt vrijgelaten, maar zonder één woord van excuus en zonder enige vorm van financiële compensatie.

En toen ik later bij de Amsterdamse persofficier mr. D. Kruimel om opheldering vroeg, bestond zij het om te zeggen: ‘We hebben geen spijt van de manier waarop het is gegaan, want dat is zoals het gaat…’. En ook de persrechter stelde zonder met haar ogen te knipperen dat hen ‘geen verwijt’ kon worden gemaakt, hoewel men maanden lang had verzuimd te controleren of de juiste man wel was aangehouden. Kafka in het kwadraat!

De advocaat van Kenneth Ehigiene, mr. Maurice Veldman, diende bij rechtbank en gerechtshof dit jaar een schadeclaim in, maar de juridische verschrikkingen waren nog niet ten einde. De claim werd onlangs botweg afgewezen onder de motivering dat onze hoogste rechtscollege – de Hoge Raad – de uitlevering immers ‘toelaatbaar’ had geacht (voordat dat persoonsverwisseling was ontdekt!) en schadevergoedingen alleen worden toegekend als deze ‘ontoelaatbaar’ is verklaard en dat was dus niet het geval. Zeven maanden voor niets gezeten, geen enkele verontschuldiging en geen dubbeltje schadevergoeding, terwijl Kenneth nog niet het kleinste verwijt kan worden gemaakt. Maar nog is het rechtsgevoel van onze magistraten niet getart…

Telegraaf op zondag nr. 38: oktober 2005

Laatste update: donderdag 18 maart 2010, 14:45 uur