Marian Kusters zoveelste slachtoffer prostitutiemoorden?
In Groningen is de politie al enkele weken op zoek naar de 43-jarige straatprostituee Marian Kusters. De vrouw werkte al ruim tien jaar op de tippelzone aan de Bornholmstraat en werd begin december vorig jaar voor het laatst gezien. Er is volgens de politie “reden voor ongerustheid”, want het gebeurde eigenlijk nooit dat Marian langer dan twee weken niets van zich liet horen. Ze mocht dan wel verslaafd zijn en gebukt gaan onder psychische stoornissen, Marian was beslist weerbaar en op haar manier redelijk stipt in haar levenspatroon. Inmiddels is ze echter al zo’n drie maanden weg en neemt de vrees toe dat haar hetzelfde is overkomen als de Groningse straatprostituee Jolanda Meijer, een oude bekende van Marian, die in februari 1998 voor het laatst werd gezien en voor wier leven wordt gevreesd.
Reeks moorden
De Groningse zaak doet onwillekeurig denken aan een reeks onopgeloste prostitutiemoorden in de jaren tachtig en negentig in Rotterdam. Je hoort er vreemd genoeg zelden nog iemand over, maar omdat ik de zaak destijds op de voet heb gevolgd (eerst als politieman, later als journalist) weet ik dat er zeker nog zo’n vijftien zaken op de plank moeten liggen. Coby Toet, Daphne Kielman, Jeanette Sip, Jacqueline Antes, Francis Garcia Hofland, Mirjam Möller; het zijn zomaar wat namen van slachtoffers die me spontaan te binnen schieten. Er zijn in de loop der jaren wel wat verdachten in beeld geweest, onder wie (de overleden) Dick van T. en Rob “Saab” ‘t H., maar meer dan dat in beeld is er eigenlijk nooit uitgekomen. Ook is het eigenlijk nooit duidelijk geworden of er een verband is tussen de zaken, of dat de moorden door verschillende daders werden gepleegd.
Keurige heren
Hét probleem waar de politie bij dergelijk onderzoeken tegenaan loopt – en daar zullen ze in Groningen over kunnen meepraten – is dat men in het wereldje van pooiers en prostituees nauwelijks besef heeft van tijd en plaats. “Sommige hoertjes weten werkelijk niet of het woensdag of zondag is”, heb ik een Rotterdamse recherchechef ooit horen verzuchten, “dus waar blijf je dan met je vraag of ze Jantje in die en die nacht op dat en dat uur nog hebben gezien?” Als het gaat om het horen van klanten is het volgens de inspecteur zo mogelijk nóg lastiger. “Vaak gaat het om “keurige” heren met huwelijk, hypotheek en maatschappelijke status. Hoe benader je die, zonder dat vrouwlief achter de escapes van haar man komt? En als je eenmaal een voet tussen de deur hebt, dan nóg blijft het lastig. Want nee hoor, de getuige komt nooit op de tippelzone, hoe komt de rechercheur erbij?”
Betaald gesprekje
Zelf ben ik wat het journalistieke veldwerk onder hoertjes en pooiers betreft ook door schade en schande wijs geworden. Begin jaren negentig wilde ik als beginnend verslaggever nog wel eens zo’n meisje op de G.J. de Jonghweg oppikken voor een betaald gesprekje. Ik vond nu eenmaal dat ik zo’n prostituee op z’n minst schadeloos moest stellen voor de tijd die ze evengoed met een betalende klant had kunnen doorbrengen. Doorgaans waren de meiden van de tippelzone daar wel voor te porren. Liever twee tientjes verdienen met een kwartiertje praten dan met een bezigheid waar ze diep in hun hart van walgden. De verhalen bleken echter niet altijd zo bruikbaar als mij in de eerste contacten waren voorgespiegeld. De geïnterviewde bleek het nieuwe slachtoffer eigenlijk niet of nauwelijks te hebben gekend, in elke klant een potentiële verdachte te zien of bij nader inzien pas te willen praten als er nóg wat werd gelapt. Volgens een oud-collega bij de politie mag ik van geluk spreken dat ik nooit ben beroofd.
Dochter
Toch heb ik mijn beeld van de “gemiddelde” heroïneprostituee in die jaren behoorlijk moeten bijstellen. Als ex-diender was het in hokjes plaatsen van mensen een tweede natuur geworden en het hokje van het heroïnehoertje zag er beroerd uit. Toch gloeiden er in die bleke gezichten vaak sympathieke ogen, zo ontdekte ik, en klopte er in de uitgemergelde lichamen een warm hart. Er zaten meiden bij uit een keurig milieu, met keurige ouders en een universitaire achtergrond. Door een fout vriendje, liefdesverdriet of herrie thuis was het dan misgelopen. “Dat mijn lichaam wordt gebruikt vind ik ergste niet”, zo vertrouwde een hoertje me ooit toe. “Het is het totale gebrek aan respect voor de persoon de ik ooit was en die ik ooit weer hoop te zijn wat me vreselijk stoort. Het is waar: ik ben verslaafd, hoer, mager en ziek. Maar ook een mens en iemands dochter.”
Tips over de verblijfplaats van de Groningse Marian Kusters zijn welkom op het algemene nummer van de politie 0900-8844 of via Meld Misdaad Anoniem op 0800-7000.
Henk Strootman
Redacteur Peter R. de Vries








