Tiplijn:
0800 - 333 2 333

Moordhistorie tegen wil en dank
maandag 27 september 2010, 16:41 uur
Moordhistorie tegen wil en dank

De achterzijde van het pand waar de dubbele moord werd gepleegd

In de Rotterdamse editie van het huis-aan-huisblad De Echo stond vorige week een artikel over de dubbele moord aan het Brekelsveld. Het is bepaald niet de eerste keer dat er stof van dit oude dossier wordt geblazen, want de moord blijft de gemoederen bezig houden. Zelfs nu nog, bijna een halve eeuw na dato. Zo werkt literair productiebureau Ram Horna momenteel aan een project over de Brekelsveldmoorden, was er vorig jaar nog een thema-avond over de zaak in restaurant Engels, schreven de Amazing Stroopwafels er ooit een lied over (“En ieder stond versteld, van de moord op ’t Brekelsveld, naar een spoor werd in de hele buurt gezocht, de krant was in een oogwenk uitverkocht”) en druppelt er op de redactie van ons programma nog wel eens een enkele tip over binnen.

Mevrouw van der Hoff met haar drie jongens Johannes (links), Marcel (rechts) en Roel (voor)

Huilend kind

En dat allemaal om een zaak uit… 1963. Alleen de zestigplussers onder ons zullen zich dan ook nog iets van de moord aan het Brekelsveld nummer 3 in Rotterdam-Zuidwijk kunnen herinneren. Het was de nacht van 8 op 9 februari van dat jaar, toen een nachtwaker als eerste ontdekte dat er iets mis was in de sigarenwinkel van de 38-jarige weduwe Barbara van der Hoff-Van Heck. Tijdens het voelen aan de deur was zijn aandacht getrokken door een kind, dat gekleed in zijn pyjama midden in de winkel hartverscheurend stond te huilen. Enkele minuten later, toen de politie polshoogte kwam nemen, werd duidelijk waarom de kleine Hans zo overstuur was; een inbreker had zijn moeder en broertje Marcel (8) vermoord. De politie vond hen met ingeslagen schedel in de woning. De twee andere kinderen, Roel en Gerard, hadden net als Hans geluk gehad dat ze niet eerder op het gestommel beneden af waren gegaan.

Jan Blaauw blijft de Brekelsveldmoorden met zich meedragen

Wrede misdaad

Onder leiding van oud-hoofdcommissaris Jan Blaauw volgde een onderzoek dat nog altijd zijn weerga niet kent in de Nederlandse misdaadgeschiedenis. Er werden duizenden mensen gehoord en voor die tijd onorthodoxe opsporingsmiddelen toegepast. Anatoom-patholoog dr. Jan Zeldenrust sprak over “één van de wreedste misdaden” uit zijn loopbaan, toen hij vaststelde dat moeder Barbara dertien keer en zoontje Marcel twintig keer met dodelijke kracht op het hoofd waren geslagen. Maar omdat het de dader stomtoevallig nogal mee zat en de recherche juist tegen (het was volgens Blaauw “een ruw, breed en lomp uitgevoerd misdrijf”) werd de dubbele moord nooit opgelost.

Afgesloten hoofdstuk

In de daarop volgende decennia kwam de oud-hoofdcommissaris nog regelmatig aan het woord over de zaak, graag zelfs, want natuurlijk zat het hem dwars dat ze die “rotmoord” nooit hadden kunnen oplossen. Ook schreef hij er een uitgebreid hoofdstuk over in zijn boek “De laatste rit van een taxichauffeur en andere moordzaken”. Maar voor medewerking aan kunstprojecten of andere onduidelijke initiatieven rond de Brekelsveldmoorden hoeven ze hem vandaag de dag niet meer te bellen. “Begrijp me niet verkeerd“, zegt hij, “natuurlijk draag ik de Brekelsveldmoorden met me mee. Maar ik heb er vaak genoeg van wakker gelegen en het inmiddels voor mezelf af kunnen sluiten. Als je me vraagt of ik nu, bijna vijftig jaar later, nog geloof in een oplossing van de zaak moet ik helaas nee zeggen, maar vergeten doe ik het natuurlijk nooit.”

Henk Strootman
Redactie Peter R. de Vries

Laatste update: vrijdag 1 oktober 2010, 13:52 uur