
Nicky Verstappen
Het Openbaar Ministerie in Maastricht heeft dinsdagochtend in alle vroegte het stoffelijk overschot laten opgraven van kampoudste J.B., de man die leider en naamgever was van het kamp waar Nicky Verstappen in augustus 1998 verdween.
Justitie wil de DNA-sporen van de in 2003 overleden kampleider vergelijken met het DNA dat in april 2009 bij nieuw onderzoek op de kleding van Nicky werd aangetroffen. Het lichaam van B. moest worden opgegraven omdat hij geen familie meer heeft waarvan DNA kon worden afgenomen.
Zedenverleden
De naam van B. kwam veelvuldig voor in het onderzoek naar de dood van Nicky. De kampoudste had een zedenverleden met kinderen, maar dit stond een functie als jeugdleider en bestuurslid bij een voetbalclub vreemd genoeg niet in de weg. B. deed gedurende het onderzoek naar de dood van Nicky vreemde uitspraken en ook zijn gedrag op de dag van Nicky’s verdwijning riep bij het rechercheteam de nodige vragen op. De kampleider werd meerdere keren als getuige gehoord over de zaak, maar werd nooit officieel als verdachte bestempeld.

Het opgraven van B. maakt deel uit van een grootschalig DNA-onderzoek in de zaak Nicky Verstappen. Het onderzoek leverde eerder geen match op en liep voor de nabestaanden uit op een pijnlijk fiasco, toen duidelijk werd dat slechts tachtig van de 107 aangeschreven personen hun medewerking hadden verleend. Inmiddels zijn er nog twintig mensen die weigeren mee te werken aan het onderzoek. Justitie benadrukte dat alle kampleiders hun DNA ter beschikking hadden gesteld en dat vier van de weigeraars inmiddels bleken te zijn overleden. Een van hen was kampleider B.
De ouders van Nicky Verstappen hadden bij het OM al eerder aangedrongen op het opgraven van het stoffelijk overschot van B. Justitie verwacht binnen enkele dagen uitsluitsel te hebben.




