Op 10 mei 1993 overkwam Lammi Luten uit Ruinen waar alle ouders bang voor zijn: haar enige, 15-jarige dochter Andrea kwam niet thuis uit school. Een dag later werd ze niet ver van huis in een bos gevonden, gewurgd. Ondanks intensief speurwerk, mede door Peter R. de Vries, is de dader nog altijd niet gevonden.
Ze is, 14,5 jaar na de dood van haar dochter, niet meer zo bezig met het vinden van de dader. Dat komt, zegt Lammi, omdat ze enkele jaren geleden een streep heeft gezet onder haar verdriet. In de zomer van 2002 diende de rechtszaak tegen Richard K., een dorpsgenoot van de Lutens. “Die jongen had vanalles op zijn kerfstok en iedereen om me heen zei zeker te weten dat hij veroordeeld zou worden. Ik twijfelde er zelf eigenlijk ook niet aan. Al tijdens de zitting zei Peter R. de Vries op een gegeven moment tegen me: ‘Ik geloof toch niet dat dit wat wordt, Lammi’. Maar dat ging er bij mij niet in, ik wist zeker dat Peter zich voor het eerst vergiste.”
Toen Richard K. uiteindelijk toch werd vrijgesproken, was de teleurstelling dan ook groot. Lammi verloor al haar vertrouwen in een goede afloop. “Juridisch gezien is het logisch dat hij is vrijgesproken en ik weet ook niet óf hij het gedaan heeft. Eigenlijk denk ik dat het iemand anders is geweest. Richard woont tegenwoordig in Groningen en studeert rechten, hoe toepasselijk. Maar ik wil er niet meer mee bezig zijn, dat heb ik sinds die rechtszaak besloten. Ik heb op dat moment de balans opgemaakt en geconstateerd dat ik alle paden heb bewandeld om de zaak op te lossen. Dat is niet gelukt, maar ik had het gehad. Ik wilde niet meer met verdrietige dingen bezig zijn, ik wilde me concentreren op plezier.”
“Je leest dagelijks in de krant over moorden en altijd is het ver weg bij iemand gebeurd die je niet kent. Mij is het op een dag overkomen, ik was opeens één van die mensen. Maar ik wist ook dat al die mensen er uiteindelijk bovenop zijn gekomen, ik dus ook. Mijn schoonmoeder heeft ooit tegen me gezegd: ‘Alles is menselijk, zelfs moord’. En dat is zo waar. Ik vergelijk het wel eens met angst voor spinnen. Je kunt er voor weglopen en altijd die fobie houden, maar je kunt je ook wat meer in het beestje verdiepen en je angst onder ogen komen. Je zult dan merken dat het allemaal niet zo eng is. Ik heb dat ook gedaan. Ik móest het verdriet van mezelf onder ogen zien. Nu lijkt het soms alsof het allemaal in een vorig leven is gebeurd, het is zo onwerkelijk. Maar ik weet één ding zeker: de tijd mét Andrea was wel de rijkste periode van mijn leven.”
De Lute
Lammie en haar man Roelof runnen in Ruinen het café De Dorpsherberg – ‘De Lute’, in de volksmond. De kroeg is achteraf gezien hun ‘redding’. “We hadden het café gesloten in verband met de crematie van Andrea, maar al na twee dagen zijn we weer open gegaan. Thuis hielden we het gewoon niet uit. Het was in het begin vreselijk moeilijk, maar ik heb mezelf echt gedwongen om mijn leven weer op te pakken, om gewoon onze kroeg te runnen. We hebben wel meteen een regel ingevoerd: in het café wordt niet over Andrea gepraat. Dat wilden we klanten – en onszelf – niet aandoen. Als mensen er over willen praten, komen ze maar bij ons thuis koffie drinken.”
“Over de dood van Andrea heb ik altijd goed kunnen praten. Het voordeel dat ik heb gehad, is dat de zaak voortdurend in de publiciteit is geweest. Ik kon mijn verhaal kwijt, dat heeft zeker bijgedragen aan een snellere verwerking. Maar ik ben nooit naar verenigingen als Ouders Van een Overleden Kind (OVOK) gegaan, dat kon ik dan weer níet. Ik merk nog dat ik het moeilijk vind om iets te horen of te lezen over andere vermoorde kinderen.
De enige met wie Lammi lange tijd niet over Andrea’s dood heeft gesproken, was haar vader. “Hij kon er niet over praten en ik respecteerde dat. Ik durfde hem eerst niet eens te vertellen dat ik een boek aan het schrijven was over Andrea (‘Thuiskomen’, red.). Pas toen het klaar was, heb ik het verteld en ik heb hem gevraagd of hij het wilde lezen. Dat heeft hij gedaan. Mijn moeder en hij hebben het allebei gelezen met een theedoek op schoot, zodat als ze huilden de tranen daar op konden vallen. Toen mijn vader het uit had, kwam hij naar me toe en zei dat hij nu eindelijk begreep wat het met mij gedaan had. Eindelijk kon hij er met me over spreken. Kort daarna overleed hij plotseling, aan leverkanker. Mijn vader was een geweldige kerel, ik ben zo blij dat we nog over Andrea gesproken hebben voordat hij stierf.”
Landgoed
Enige tijd geleden hebben Lammi en Roelof in Hongarije een landgoed gekocht met drie woningen, die ze via internet verhuren. “Een heerlijke plek. We zijn er bij toeval tegen aangelopen en wisten het meteen. Toen we zagen dat er drie bungalows waren, grapten we: ééntje is voor Andrea. Maar we gaan dus niet zo ver dat we haar naam op een van de huisjes zetten. We schreeuwen sowieso niet van de daken wat er met onze dochter is gebeurd. Als we nieuwe mensen ontmoeten, zeggen we in eerste instantie dat we geen kinderen hebben. Pas als we mensen beter leren kennen, leg ik uit wat er werkelijk aan de hand is. Ik doe het zo omdat ik vind dat niet iedereen, zeker vluchtige contacten niet, het hoeft te weten. Bovendien wil ik mensen niet in verlegenheid brengen, het drukt zo’n stempel op de situatie.”
Hoewel Lammi en Roelof het in Ruinen nog steeds naar hun zin hebben, denken ze er serieus over om gedeeltelijk in Hongarije te gaan wonen. “Ik wil niet emigreren, maar ik zou wel in de winter hier willen wonen en in de zomer daar. Er zitten nog wel wat haken en ogen aan zo’n beslissing. Verkopen we de kroeg of verhuren we hem alleen? Willen we echt helemaal stoppen met het café? We moeten dat allemaal uitzoeken, daar zijn we nu druk mee bezig. Daarbij speelt mee dat mijn moeder, die nu 87 is, onlangs twee hartaanvallen heeft gehad. Ze is nog heel vief en woont nog op zichzelf, dat willen we zo lang mogelijk zo houden. Ik wil er daarom nu zoveel mogelijk voor haar zijn.”




