OM eist 18 jaar tegen Monique B.
Tegen Monique B., de thuishulp die ervan wordt verdacht op 6 maart 2009 de 78-jarige Maria Schermer in haar woning te hebben afgeslacht, is dinsdag 18 jaar geëist. Het Openbaar Ministerie typeerde B. voor de Haagse rechtbank als ‘een moordenaar zoals wij die in de beste thrillers zien’. De thuiszorgster zelf hield haar lippen stijf op elkaar.
Razernij
Als agenten begin maart de woning van Maria Schermer aan de Haagse Laakkade binnengaan, treffen ze een tafereel aan dat ze niet snel zullen vergeten. De bejaarde vrouw ligt pal achter de voordeur, badend in het bloed. Ze is zo vaak gestoken, dat de forensisch arts na sectie niet precies kan vaststellen hoeveel messteken het zijn geweest. Maar dat de dader als een razende tekeer moest zijn gegaan is met het blote oog te zien.
Binnen drie weken wordt de voormalige thuishulp van Maria gearresteerd. De 38-jarige Monique B., die door haar chef wordt omschreven als een ‘toppertje’, blijkt kort daarvoor door slachtoffer Schermer de laan uit te zijn gestuurd omdat ze duizend euro achterover zou hebben gedrukt. Begin maart had B. echter weer aan de deur staan morrelen, haastig op zoek naar het bankpasje van haar oude werkgeefster. Volgens het OM heeft Maria haar hierbij op heterdaad betrapt, iets wat ze met de dood heeft moeten bekopen.
Bewijzen
Hoewel B. alles ontkent, denkt het OM genoeg bewijs tegen haar te hebben. Zo heeft de thuishulp op de dag van de moord naar de plaatselijke supermarkt gebeld met de mededeling dat het slachtoffer die dag niet thuis was en dat de bestelde boodschappen niet konden worden afgeleverd.
Ook komen vezelresten op het slachtoffer overeen met de rode trui die de verdachte op de dag van de moord droeg. In de woning van Maria werden daarnaast op enkele tasjes, een notitieblokje en een bureaulade met daarin twee geldkistjes dna-sporen van B. gevonden.
Gisteren werd in de rechtszaal een in de gevangenis afgeluisterd gesprek tussen B. en haar man afgespeeld, waarop fragmenten als “Als ik het terug kon draaien, zou ik het doen” en “Ik wilde kijken of ik het bankpasje kon vinden, ik raakte in paniek toen ze me betrapte” te horen waren.
De officier van justitie riep de verdachte vandaag op schoon schip te maken, maar B. bleef zwijgen als het graf. Wel geeft ze toe dat zij in februari kort voor de moord geld van het slachtoffer heeft gestolen. Overigens werd bij B., die diep in de schulden zat, tijdens een huiszoeking ook een bankpasje van een andere cliënte gevonden.
Uitspraak op 2 februari.
Marijke Kuin







