Criminologe Marieke Liem schreef proefschrift over familiedrama’s
Huib van O. (31) uit Melissant had er in financieel opzicht en rommeltje van gemaakt. Maar ondanks een schuld van ruim 50.000 euro gingen de uitgaven maar door. Een nieuw huis, een nieuwe keuken, een nieuwe auto, een reis naar Amerika, een weekje Center Parcs in Sauerland. In zijn omgeving besefte niemand hoe binnenvetter Huib eronder leed. Hij was immers altijd de rust zelve, toonde nauwelijks emoties en leek vooral zo verschrikkelijk gewoon.
Aanmaningen
Op maandag 31 december 2007, na het weekendje Sauerland, ging het mis. Bij thuiskomst liep voordeur bijna vast op de stapel post die op de mat lag. Op een enkel kaartje en krantje na waren het aanmaningen, aanmaningen en nog eens aanmaningen. Dat was het moment waarop er iets knapte bij Huib. Was hij er in de voorgaande maanden nog in geslaagd zichzelf wijs te maken dat er vroeg of laat een oplossing zou komen, nu was het duidelijk over en uit. Hoe moest het in vredesnaam verder met zijn gezin, met vrouw Renate (31) en dochtertje Elisa (3)?
Dat antwoord kwam in de nacht van 4 op 5 september. Het was voor iedereen misschien het beste, zo had Huib al eens overwogen, dat het gezin Van O. verder lijden werd bespaard door het als het ware op te heffen. In de vroege ochtend van woensdag 5 september moest het maar gebeuren. Huib wachtte Renate onderaan de trap op en meteen nadat ze beneden was gekomen sloeg hij de nietsvermoedende vrouw met een hamer de hersens in en wurgde hij haar.
Nieuw shirtje
Vervolgens ging hij de trap op, naar de slaapkamer van de kleine Elisa. Huib probeerde het kind te wurgen, maar toen ze weer bijkwam liep hij naar beneden om een mes te pakken. Na het kind eerst nog een verhaaltje te hebben voorgelezen begon hij haar te steken. Toen het meisje het bloed op haar pyjamaatje zag, zei ze: “Papa, heeft u een nieuw shirtje voor me?” Vervolgens sneed hij haar de keel door.
Eén ding liet Huib van O. achterwege. In tegenstelling tot de daders van veel andere gezinsdrama’s deed hij geen serieuze poging tot zelfmoord, maar pakte hij de draad van zijn leven op en gedroeg hij zich alsof er niets aan de hand was. Hij slaagde daar redelijk in; terwijl in zijn huis twee lijken lagen bracht Huib nog een “gezellige avond” door met zijn ouders, die een paar huizen verder woonden. Drie dagen later kwam hij enigszins tot inkeer en reed hij naar het politiebureau in Hellevoetsluis, waar hij vertelde dat hij “iets heel ergs had gedaan.” Van O. werd uiteindelijk veroordeeld tot vijftien jaar cel en TBS.
Proefschrift
Een drama zoals hierboven omschreven is voor een normaal mens niet te bevatten. Maar wat is “normaal”? Kenmerkend voor gezinsdrama’s is doorgaans dat ook de meeste daders als normaal bekend staan. In krantenberichten over familiedrama’s tref je dan ook steeds dezelfde getuigenissen van buurtbewoners: “Het was nog wel zo’n normaal gezinnetje. Niemand heeft dit zien aankomen. Onbegrijpelijk.”
Dat laatste is zeker waar. Maar desondanks – of juist daarom – proberen criminologen en psychologen al jaren inzicht te krijgen in de belevingswereld van de daders, de achtergronden, de voorgeschiedenissen en de overeenkomsten. Onlangs nog promoveerde criminologe Marieke Liem op dit onderwerp aan de Universiteit van Utrecht. Haar proefschrift zal wetenschappelijk prima onderbouwd zijn, maar al lezende bekruipt je hier en daar een licht ongemakkelijk gevoel. Liem presenteert haar bevindingen soms op een manier die exacte wetenschap doen vermoeden. Ze verdeelt graag in categorieën en ook die blijk je dan weer te kunnen onderverdelen in categorieën. Verder weet ze de verschillende typen moordenaars trefzeker te definiëren. “Type één maakt een eind aan zijn leven als reactie op het doden van andere slachtoffers”, zo stelt zij, “terwijl type twee zijn slachtoffers mee de dood in neemt omdat hij hoopt de band met hen te kunnen voortzetten. Type drie ziet in het doden van zijn slachtoffers en zichzelf de enige oplossing voor de problemen waarin het gezin verkeert.”
Preventie
Hoewel buren en familieleden het onheil vaak niet zien aankomen, zijn er volgens de nieuwbakken doctor wel degelijk mogelijkheden op het preventieve vlak. “Maar dan is het wel zaak dat hulpverleners alerter zijn op signalen die potentiële daders afgeven of het gedrag dat ze vertonen.” Liem nuanceert haar uitspraak zelf door te stellen dat preventie slechts “in een aantal gevallen” mogelijk is. Aan sommige gezinsdrama’s gaan namelijk totaal géén signalen vooraf. Vrienden of familie komen dan na lang nadenken niet verder dan dat de dader “net zijn baan was kwijtgeraakt”, “recent een dipje heeft gehad” of “de laatste tijd wel eens wat stil kon zijn.” Maar zijn dat werkelijk signalen? Lopen er vandaag de dag niet honderdduizenden Nederlanders rond met vergelijkbaar geestelijk leed? Wat maakt van de één een moordenaar en van de ander iemand die gewoon doorgaat?
Publiciteit
We zullen er vermoedelijk mee moeten leren leven dat er elk jaar ongeveer zeven gezinsdrama’s zullen plaatsvinden. Want gezinsdrama’s zijn van alle tijden, al zijn veel mensen geneigd te beweren “dat het steeds vaker gebeurt.”. Het verschil is dat er tegenwoordig uitvoerig over wordt bericht, terwijl het in vroeger een paar regels in de plaatselijke bazuin waren. Ik weet niet wat beter is.
Het proefschrift van dr. Marieke Liem is hier te lezen.
Henk Strootman











