Echtgenote van vermiste Martin Verfondern vreest ongeluk
“Wat weet de boze buurman?” schreven we begin deze week boven een stukje over de verdwijning van de 52-jarige Nederlander Martin Verfondern uit het Spaanse Santa Eulalia. Het antwoord luidt: vermoedelijk niets. Volgens Martins partner Margo Pool klopt het op zich wel dat er behoorlijk ruzie was tussen de Nederlandse importboeren en hun overburen, maar of dat allemaal echt tot moord heeft geleid? “Het zou natuurlijk best een misdrijf kunnen zijn”, zegt Margot vanuit de bar in het Spaanse dorp Pétin, waar haar man voor het laatst werd gezien. “Maar eerlijk gezegd denk ik toch eerder aan een ongeluk.”
Martin Verfondern was op dinsdag 19 januari vanuit Santa Eulalia naar Pétin gereden om boodschappen te doen. Daarna was hij nog even een bar ingelopen om te internetten en een kop koffie te drinken. “De politie heeft het barmeisje gehoord”, weet Margo, “maar er was haar niets bijzonders opgevallen. Vervolgens is hij in onze groene Chevrolet Blazer gestapt en naar huis gereden.”
De weg van Pétin naar de biologische boerderij in Santa Eulalia is ongeveer zeventien kilometer lang en voert langs scherpe bochten en diepe ravijnen. “Ik was die dag zelf wegens familieomstandigheden in Duitsland”, zegt Margot, “maar heb later gehoord dat het in Galicië nogal regenachtig was. Ik sluit dat ook niet uit dat Martin onderweg een ongeluk heeft gehad en van de weg is geraakt. Niet dat hij een onvoorzichtige chauffeur was, maar hij kan bijvoorbeeld onwel zijn geworden. Martin was corpulent en boven de vijftig, dus dan weet je het natuurlijk nooit.”
Er is in de afgelopen weken uitvoerig naar de Nederlander gezocht. Met honden, door vrijwilligers en vanuit helikopters. “Het is eigenlijk raar dat er niets is gevonden. Aan de andere kant; de auto was groen met bruine roestplekken. De perfecte camouflagekleur dus eigenlijk. Hoe groot is de kans dat je zo’n auto vanuit de lucht opmerkt tussen al het groen? Om eerlijk te zijn begin ik de hoop dat Martin nog leeft te verliezen. Maar dat we niet weten waar hij is knaagt natuurlijk heel erg. Dus we blijven zoeken.”
Henk Strootman







