Hoe de media met een wereldscoop omgaan…
Met dertig jaar ervaring als misdaadverslaggever heb ik een aardig beeld gekregen van de journalistieke mechanismen die in werking treden als je toevallig een keer een echte scoop hebt, zoals de bekentenissen van Joran van der Sloot. De manier waarop de pers daarover bericht voltrekt zich meestal volgens een vast, herkenbaar patroon.
“Een botje, een kluifje, alsjeblieft!”
Op het moment dat je zulk nieuws aankondigt – maar de uitzending zelf moet nog komen – beginnen de collega’s van andere media, die dus eigenlijk je concurrenten zijn, te bellen, alsof je altijd hun beste vriend bent geweest. Het is het startschot voor het gebedel om nieuws. Of je alsjeblieft vast een tipje van de sluier kan oplichten, hen misschien een ‘klein primeurtje’ kan geven. Collega Ton van Dijk verwoordde dat proces onlangs in een email naar mij treffend: ‘Het gehengel der collegae om een snippertje nieuws, om een botje, een kluifje, alsjeblieft!’. Zo is het ook exact gegaan.
Als de uitzending dan is geweest loopt men de deur plat en word je ook nog steeds ‘van harte’ gefeliciteerd met het succes, maar in het interview zelf is de vraagstelling ineens kritisch(er), om na afloop met een vriendschappelijke schouderklop te zeggen: ‘Ja, je begrijpt wel dat ik voor de vorm ook even tegenwicht moest bieden, toch?’.
Maar dan komt de fase dat je niet overal kunt zitten, niet aan elk verzoek kunt voldoen en niet iedereen te woord kunt staan. Dat is het moment waarop de reporter zich wendt tot de zogenaamde deskundigen, balorige advocaten en allerhande al dan niet verstrooide strafrechtdeskundigen, die vaak feitelijk verbijsterend slecht geïnformeerd zijn, maar dat door ferme – lees: vaak onjuiste – uitspraken goed weten te camoufleren. Ze weten intuïtief dat er pittige quotes worden verwacht, want voor hen natuurlijk tien anderen.
Afgunst en gemakzucht
Na een dag of twee, drie braaf achter de affaire te hebben aangelopen worden de meeste journalisten dat zat en beginnen om zich heen te kijken of zij niet zelf wat nieuws kunnen maken in de affaire, waarmee ze toch even in de warme gloed van de scoop kunnen staan. Dat is in de praktijk bijna altijd iets wat afbreuk doet aan het verhaal. Per slot van rekening is afgunst – naast gemakzucht – de best ontwikkelde karaktereigenschap van de meeste journalisten.
Gevolg is dat hoofdverdachte Joran van der Sloot, de man die op tape bekent dat Natalee in zijn armen is doodgegaan, waarna hij haar in de oceaan heeft laten dumpen, een soort van underdog wordt, terwijl undercover Patrick van der Eem door een aantal media op de grill wordt gelegd.
Koorknaap of man van de straat
De Panorama en de Nieuwe Revu komen deze week met coverstory’s over ‘het verleden’ van Patrick van der Eem. Nu had Van der Eem daar zelf al helemaal niet zo geheimzinnig over gedaan. In mijn programma, maar ook in andere media (bijvoorbeeld Pauw & Witteman) heeft hij toegegeven in het verleden veroordeeld te zijn voor drugsbezit (heroïne) en alle randverschijnselen die daarbij horen. Inmiddels heeft hij al jaren een eigen bedrijf en dateert zijn laatste veroordeling van lang geleden, maar Van der Eem zal nu niet van zichzelf zeggen dat hij een koorknaap is. Sterker nog, hij noemt zich ‘een man van de straat’ en dat was nu juist één van de redenen waarom Joran graag in zijn gezelschap vertoefde. De legendarische Amsterdamse oud-commissaris Gerard Toorenaar zei mij al toen ik zijn memoires schreef: ‘Boeven vang je niet met de dominee of de pastoor’. Met zijn verleden kon Patrick die rol goed spelen.



