Het nieuws dat paters van het vroegere Don Rua klooster in ’s-Heerenberg zich in de jaren zestig en zeventig hebben schuldig gemaakt aan seksueel misbruik van kinderen is in die omgeving ingeslagen als een bom. Niet dat er nooit eerder aanwijzingen waren geweest – veel slachtoffers hielden uit schaamte hun mond, de leiding van het klooster bedekte de incidenten met de mantel der liefde – maar uit onderzoek van de Wereldomroep en NRC Handelsblad is gebleken dat het allemaal nog erger was dan men dacht. De paters maakten slachtoffers onder leerlingen van een rooms-katholiek internaat en een middelbare school in Doetinchem.
In een artikel over de zedenzaak in dagblad De Gelderlander viel mijn oog op een lezersreactie, waarin de schrijver verwees naar de onopgeloste moord op de 12-jarige Rinie Wielheesen uit Gaanderen. Hoewel het om een veertig jaar oude zaak gaat is het niet zo vreemd dat de discussie over de toedracht van de moord opnieuw is opgelaaid. Want ook in die zaak doet al decennia het gerucht de ronde dat er mogelijk een pater in het spel is geweest.
Het is de avond van 5 februari 1970, even na 19.30 uur, als Rinie Wielheesen vanaf de gymclub Prinses Beatrix naar haar ouderlijke woning aan de Kloosterlaan in Gaanderen fietst. Het is koud en het waait hard. Rinie heeft nog maar een paar honderd meter te gaan, als ze ter hoogte van buurtschap De Wrange van haar fiets wordt gesleurd. Nog geen minuut later ligt het kind dood tussen de bosjes naast het fietspad. Ze is misbruikt en gewurgd met haar eigen sjaal. Nog diezelfde avond wordt ze door een oom gevonden. Het is dan 21.00 uur.
Bij het rechercheonderzoek gaat veel fout. Leden van de rijkspolitie en gemeentepolitie beconcurreren elkaar en stapelen in hun blinde scoringsdrift fout op fout. Toch lijkt de politie met de aanhouding van de 22-jarige Jan S. de zaak verrassend snel te hebben opgelost. De man past precies in het plaatje en bekent uiteindelijk de moord te hebben gepleegd. Maar dan blijkt dat S. onder druk van de verhorende rechercheurs heeft gelogen (“Om van het gezeur af te zijn”) en de moord niet eens kán hebben gepleegd, omdat hij die avond bij vrienden was geweest. Na vijf maanden in voorarrest te hebben gezeten moet justitie de man laten gaan. Het is niet de laatste miskleun in het onderzoek. Niet lang na de vrijlating van S. arresteert de politie een 17-jarige bouwvakker. Maar ook die blijkt onschuldig te zijn.
En zo kan het gebeuren dat de moord op Rinie Wielheesen als onopgelost in de boeken verdwijnt. Maar daarmee is de zaak nog niet uit het collectieve geheugen van de Achterhoekers verdwenen. Zelfs veertig jaar later valt de naam Rinie Wielheesen nog regelmatig. Zo ook nu weer, deze keer naar aanleiding van de berichtgeving over het zedenschandaal in ’s-Heerenberg. Opeens zijn daar weer de verhalen over de man op de fiets, naar wie de recherche al dan niet op last van hun bazen zouden hebben verzuimd een onderzoek in te stellen. Het zou gaan om een pater van klooster Sint Willibrordes die bekend stond als de sokkenpater, omdat hij op zijn fiets bij huismoeders langs ging om kapotte sokken op te halen en door hem gestopte exemplaren terug te bezorgen. Het leek zo’n beminnelijke man, als je hem met zijn tassen door de landerijen zag fietsen. Het was dan ook bijna niet voor te stellen dat de man zich in het verleden meerdere malen had vergrepen aan jonge meisjes.
Hoewel het onzedelijke gedrag van de pater niet onopgemerkt blijft, wordt de kwestie door het bisdom intern afgehandeld. En niet lang daarna zou de sokkenpater naar Rome zijn overgeplaatst. Of de man ooit is gehoord in de zaak Rinie Wielheesen is tot op de dag van vandaag onduidelijk. Maar te laat voor nader onderzoek is het nooit. Ook in ’s-Heerenberg heeft het veertig jaar moeten duren voordat het deksel van de doofpot werd gelicht. Nu Gaanderen nog.
Weet u iets over de moord op Rinie Wielheesen? Bedenk dan dat u nooit een alibi heeft om te zwijgen. U kunt uw tips (eventueel anoniem) hier doorgeven.
Henk Strootman
Redacteur Peter R. de Vries
Gistermiddag was ik in Amsterdam bij de lancering van het boek ‘Reizen met mijn Rechter’, dat is samengesteld door Peter van Koppen, Harald Merckelbach, Marko Jelicic en Jan W. de Keijser, coryfeeën uit de rechtspsychologie. Met het boek kan je een moord plegen, het is een ‘bijbel’ van maar liefst 1300 bladzijden geworden. Ik ben benieuwd of er mensen zijn – zoals ik – die het van A tot Z zullen lezen. Waar het over gaat? In het boek wordt de vraag gesteld hoe betrouwbaar (oog)getuigen zijn, hoe valse bekentenissen ontstaan, wat de waarde van bewijs is, hoe gerechtelijke dwalingen tot stand komen, hoe de leugendetector werkt, of we aan iemand kunnen zien of hij liegt, hoe kinderen moeten worden gehoord etc. etc. Volgens de samenstellers kan het boek door iedereen worden gelezen, van rechters tot advocaten en journalisten, maar ook door het ‘gajes in de bajes’, al vermoed ik dat veel van hen toch enigszins afgeschrikt zullen worden door de 1300 bladzijden en 57 hoofdstukken. Je moet tot een behoorlijke straf zijn veroordeeld om het boek uit te krijgen.
Met Peter van Koppen heb ik al zo’n twintig jaar te maken, we komen elkaar bij veel grote zaken tegen en op gezette tijden spreken we af om over bepaalde kwesties wat te filosoferen. Van Koppen wordt veelvuldig gevraagd om in belangrijke rechtszaken als deskundige op te treden. Grappig is wel dat wij het over de schuldvraag in een aantal grote misdaaddossiers niet eens zijn, terwijl we allebei het dossier hebben gelezen en de feiten en omstandigheden goed kennen. Bewijs is dus kennelijk nooit absoluut, maar afhankelijk van wie er naar kijkt. Ons verschil van inzicht zorgt vaak voor onderhoudend ‘gekibbel’ tussen ons, waarbij we elkaar proberen af te troeven met de wetenswaardigheden uit zo’n zaak.
Gisteren waren er heel wat ‘zware jongens’ op de presentatie afgekomen en het was voor mij daarom een nuttig moment om wat te netwerken en bij te praten. Professor Willem Albert Wagenaar was er, die onlangs ook weer van zich deed spreken met het boek ‘Broddelwerk’, wat slaat op een uitspraak in het Holleeder-proces. Maar ook Harm Brouwer, de voorzitter van het college van procureurs-generaal was aanwezig en nam samen met advocaat mr. Geert Jan Knoops deel aan een panel dat de stand van zaken in de rechtspsychologie besprak. Brouwer stelde onder meer dat de deskundigen vaak doen alsof zij de wijsheid in pacht hebben en er een handje van hebben het OM en de politie af te schilderen als een stelletje naïeve dilettanten. De conclusie was uiteindelijk echter toch, kort samengevat, dat de kennis op dit gebied enorm is uitgebreid en dat dit de strafrechtspleging ten goede komt.
Haat en nijdTijdens de discussie die daarna met het aanwezige publiek ontstond wierp ik op dat ik me als frequent bezoeker van rechtszaken wel eens afvraag of de toegenomen kennis ook tot een beter inzicht leidt, want dat mijn ervaring is dat het steeds vaker voorkomt dat deskundigen die als getuigen worden gehoord het niet met elkaar eens zijn en dat zij elkaar soms letterlijk de tent uitvechten. Er is sprake van haat en nijd tussen de deskundigen, die dat tijdens hun verhoren soms maar met moeite kunnen onderdrukken. Ik heb al dikwijls meegemaakt dat deskundigen na afloop van zo’n verhoor op de gang triomfantelijk meldden dat zij de deskundige van het NFI of een andere instantie mooi op hun nummer hadden gezet. Dit heeft uiteindelijk weinig te maken met een professioneel verschil van inzicht, maar meer met persoonlijke afkeer en oud zeer. En dat komt een goed verloop van een strafzaak natuurlijk niet ten goede. Probeer als rechter dan maar een goed zicht op de zaak te houden.
BelastingfraudeDan nog even de arrestatie van Jan des Bouvrie en onroerendgoed magnaat Evert Kroon, wegens belastingfraude. Gisteren werd ik al door diverse media gebeld met de vraag: ‘Jij kent Kroon toch?’ Ja, inderdaad, we hebben samen een jaar of zes, zeven geleden de prestigieuze Dakar rally gereden en toen heb ik hem heel goed leren kennen. Kroon deed in het jaar daarvoor een beroep op mijn programma. Er werd bij hem een poging tot afpersing gedaan door twee criminelen en wij hebben toen een verborgen camera-actie opgezet. Het viel me toen op dat Kroon alles behalve bang was uitgevallen. Hoewel er een paar als Hells Angels uitgedoste figuren bij hem aan de deur waren geweest om de eisen kracht bij te zetten, piekerde hij er niet over om te betalen en had hij er geen enkele moeite mee om in mijn programma zijn verhaal te doen.
Uiteindelijk kwam het niet tot een uitzending, de afpersers haakten af. Kroon bood toen een etentje aan om ons te bedanken. En tijdens dat diner kwam het gesprek op de Dakar rally. Kroon zocht nog een bijrijder/navigator en zei: ‘jij bent ook niet bang uitgevallen, is het niks voor jou?’ Binnen vijf minuten was het met een handdruk beklonken en een maand of negen later maakte ik met hem een geweldig woestijnavontuur mee. We strandden uiteindelijk in een ravijn, beleefden spannende uren samen en dat schept een band voor altijd.
Van zijn zaken weet ik niet veel af, alleen dat hij enorm succesvol is geweest. Evert is een bijzondere selfmade man, die van autohandelaar is opgeklommen tot vastgoedtycoon. Een eigenzinnig man, die keihard werkt, maar ook weet wat levensgenieten is. Hij beweerde zelf altijd dat hij met types als Willem Endstra nooit zaken had gedaan. Of justitie een zaak tegen hem heeft kan ik nu niet beoordelen. Ik hoop voor hem van niet, maar als het wel zo is zal hij op de blaren moeten zitten. In zijn algemeenheid heb ik geen waardering voor mensen die de fiscus belazeren. Dat is gewoon een vorm van oplichting. We wonen met zijn allen in dit land en dus moeten we ook met zijn allen gewoon belasting betalen. Zo simpel is het.
Peter R. de Vries
]]>“Indien u per auto reist, is het voor uw veiligheid raadzaam gebruik te maken van de grotere doorgaande wegen en alleen stops te maken bij benzinestations en wegrestaurants. Aangeraden wordt om voorzichtig te rijden, zich te houden aan de snelheidslimieten en rekening te houden het gevaarlijke rijgedrag van andere weggebruikers. Afgeraden wordt om lifters mee te nemen en na zonsondergang te reizen. Met name in en rond de grote steden is er sprake van gewelddadige criminaliteit, waarbij seksueel geweld niet wordt geschuwd. Geadviseerd wordt om waakzaamheid te betrachten en om foto- en videocamera’s, juwelen, laptops en mobiele telefoons niet zichtbaar op straat te dragen.”
Echt een wervende kracht gaat er van bovenstaande woorden niet uit. Maar mooier kan het Ministerie van Buitenlandse Zaken het reisadvies voor Zuid-Afrika kennelijk niet maken. Toch zijn de raadgevingen nog mild ten opzichte van de vele horrorverhalen over de Kaap die in de media circuleren. Wie bijvoorbeeld de reportage van BBC-reporter Louis Theroux heeft gezien over “misdaadhoofdstad” Johannesburg moet de lust om ooit naar deze metropool af te reizen onmiddellijk zijn ontnomen. En talrijk zijn ook de waarschuwingen op internetsites en –forums, waarin wordt gewezen op bloedige roofovervallen, gruwelijke verkrachtingen, gewetenloze carjackers en hondsbrutale woninginbrekers.
Toch gaat uitgerekend in dit omstreden land straks het wereldkampioenschap voetbal plaatsvinden. Een waar volksfeest moet het worden, zonder noemenswaardige incidenten en een boost van jewelste voor het toerisme. Maar gaat dit lukken? Zullen al die kaarten die zijn blijven liggen, simpelweg omdat veel voetballiefhebbers niet naar Johannesburg of Kaapstad dúrven, uiteindelijk toch nog worden verkocht? En hoe gevaarlijk is Zuid-Afrika nu werkelijk?
Het antwoord op die laatste vraag is niet eenvoudig te geven. Het is een vaststaand feit dat veel (blanke) Zuid-Afrikanen de criminaliteit ontvluchten om zich te vestigen in Australië of Nieuw-Zeeland. Maar volgens degenen die blijven is de massale vlucht toe te schrijven aan paranoia, zoals ook de metershoge muren en driedubbele deursloten zouden zijn ingegeven door overdreven angstgevoelens. Bovendien zouden die muren een kwestie zijn van niet achter kunnen blijven bij de buren. Je wilt in je straat immers niet als enige in een onbeveiligd huis wonen. Ook toeristen zitten als het gaat om het inschatten van risico’s niet echt op één lijn; terwijl de één kiest voor een veilige georganiseerde groepsreis, trekt de ander ongestoord in z’n uppie van oost naar west.
Eén van die daredevils is de Nederlandse journalist/schrijver Dylan van Eijkeren. Voor de totstandkoming van zijn reisboek Ik zag een aap reisde hij ruim een half jaar moederziel alleen door Zuid-Afrika. Hij bezocht townships, zakte door in schimmige pubs, wandelde op z’n gemak door de straten van Johannesburg en doorkruiste gebieden die met borden waren aangeduid als Crimezone, waar uitstappen voor het maken van foto’s ten stelligste werd afgeraden. “En toch is me in al die tijd niets overkomen”, zegt van Eijkeren. “Ik ben er inmiddels al een paar keer voor langere tijd teruggeweest en vind het er allesbehalve levensgevaarlijk.”
Volgens de schrijver is het van groot belang om de misdaadcijfers goed te interpreteren. “Er is op zich veel criminaliteit in Zuid-Afrika, de cijfers spreken voor zich, maar zeker negentig procent daarvan vindt plaats in de townships. Dat geldt voor de berovingen, de burenruzies, de moorden en zeker ook het enorme aantal verkrachtingen. Als je vervolgens kijkt naar wat er aan misdaad is in de rest van het land, denk ik dat het er niet veel anders aan toe gaat dan in Nederland. Wie gewoon z’n gezonde verstand gebruikt loopt in principe weinig risico. Een vriend van mij deed dat trouwens niet en liep met zijn blonde haar, witte broek en roze poloshirt dronken een kroeg uit. Toen hij vervolgens midden op straat heel opzichtig met zijn Blackberry naar z’n vriendin in Nederland ging sms’en werd hij beroofd. Tja. Dat zou hem waarschijnlijk in elke wereldstad zijn overkomen, ook in Amsterdam.”
Om puur uit angst niet naar het WK gaan is volgens Van Eijkeren dan ook zwaar overdreven. “Als je maar rekening houdt met een paar basisregels. Niet je rijkdom etaleren, niet in het holst van de nacht pinnen en niet naar de townships. Maar de belangrijkste tip die ik wil geven is deze: laat je vooral niet gek maken.”
Henk Strootman
Redacteur Peter R. de Vries

Geert Wilders
De afgelopen week zat ik voor een reportage bijna tienduizend kilometer hier vandaan, maar dat kon niet verhinderen dat ik toch met de politieke strapatsen van Geert W. werd geconfronteerd. Om te beginnen viel ons oog in de hotellobby op een plaatselijke krant, waarin in een stevig artikel met als kop ‘ANTI-ISLAM PARTIJ WINT TERREIN IN NEDERLAND’, de winst van W. in de gemeenteraadsverkiezingen met de nodige verontrusting werd becommentarieerd. En ook de uitspraken van W. in Engeland (Profeet Mohammed is een barbaar, een massamoordenaar en een pedofiel…. de Turkse leider Erdogan is een mafkees) drongen hier door. Een dag later, toen ik in de hoofdstad arriveerde, werd er op televisie een in Engeland opgenomen interview met W. uitgezonden, waarin hij al als ‘PM’ (Prime Minister) werd ondertiteld. Iedereen die in het buitenland dit gesprek heeft gezien, denkt nu dus dat onze minister president er zulke abjecte denkbeelden op na houdt – in plaats van een kamerlid. Dat soort onjuiste beeldvorming kan ons nog wel eens lelijk opbreken.
In dit gesprek brak W. een lans voor de mogelijkheid om ‘potentiële verdachten’ van terroristische misdrijven zonder vorm van proces vast te zetten. Grappig dat dit uit de mond komt van de politicus die zichzelf er juist luidkeels over beklaagt dat hij voor de Amsterdamse rechtbank ‘geen eerlijk proces krijgt’. En let op: Potentiële verdachten zijn dus mensen die helemaal (nog) niet verdacht zijn, maar op grond van subjectieve, oncontroleerbare criteria toch als potentieel terrorist bestempeld worden. Het dragen van een hoofddoekje is in de optiek van W. waarschijnlijk voldoende om deze status te krijgen.
Na London vraag ik me meer dan ooit af wanneer Nederland eens echt onderkent dat deze man ‘knettergek’ is, om maar een van zijn geliefkoosde eigen kwalificaties te gebruiken. Je zou zeggen dat W. zich met plannen als de ‘kopvoddentax’ inmiddels genoeg heeft gediskwalificeerd, om nooit meer een poot aan de grond te krijgen, maar zolang hij kan rekenen op de subtiele en minder subtiele support van grote media in Nederland, is dat kennelijk een illusie. Deze media zijn bang dat zij – zoals ooit bij Pim Fortuyn gebeurde – er op worden afgerekend dat zij de tijdgeest niet aanvoelen en stellen zich daarom welwillend en faciliterend (lees: kruiperig) op.
Ik las dat W. zodra hij aan de macht is in Nederland Islamitische scholen wil sluiten, dat er een bouwverbod komt voor nieuwe moskeeën en dat allochtonen met een dubbel paspoort die een misdrijf hebben gepleegd het land uit worden gezet. Dit, gevoegd bij de kopvoddentax, doet mij afvragen wanneer W. met het plan komt dat Islamieten bepaalde functies en banen niet meer mogen bekleden, zij achterin het openbaar vervoer moeten zitten en zij uiteindelijk zelfs verplicht worden een kenmerk te moeten dragen zodat wij hen op straat meteen kunnen herkennen, dat is wel zo overzichtelijk in de maatschappij die W. nastreeft. Wie denkt dat dit nog ver van ons afstaat, vergist zich in mijn ogen. De tendens die ik beschrijf tekent zich haarscherp af in de publieke optredens van W. En dus is het de hoogste tijd om wakker de worden. Voor het te laat is. Voor er verkiezingen zijn. Voordat we spijt hebben. Voordat Geert W. werkelijk ‘PM’ is.
Als u het bovenstaande heeft gelezen, zult u begrijpen dat ik weer terug ben van mijn verre buitenlandse trip. Helaas kan ik u niet zeggen waar ik ben geweest en waarvoor precies, want de reis maakte deel uit van een verborgen camera-actie die nog loopt en als ik al te open ben over de details daarvan, wordt het gewoon een ‘camera-actie’ en is erg weinig verborgen meer aan. Nog even geduld dus, op termijn wordt het allemaal duidelijk. Voor de mensen die toch willen gokken: het heeft niets met Joran van der Sloot te maken.
Peter R. de Vries
]]>In Groningen is de politie al enkele weken op zoek naar de 43-jarige straatprostituee Marian Kusters. De vrouw werkte al ruim tien jaar op de tippelzone aan de Bornholmstraat en werd begin december vorig jaar voor het laatst gezien. Er is volgens de politie “reden voor ongerustheid”, want het gebeurde eigenlijk nooit dat Marian langer dan twee weken niets van zich liet horen. Ze mocht dan wel verslaafd zijn en gebukt gaan onder psychische stoornissen, Marian was beslist weerbaar en op haar manier redelijk stipt in haar levenspatroon. Inmiddels is ze echter al zo’n drie maanden weg en neemt de vrees toe dat haar hetzelfde is overkomen als de Groningse straatprostituee Jolanda Meijer, een oude bekende van Marian, die in februari 1998 voor het laatst werd gezien en voor wier leven wordt gevreesd.
De Groningse zaak doet onwillekeurig denken aan een reeks onopgeloste prostitutiemoorden in de jaren tachtig en negentig in Rotterdam. Je hoort er vreemd genoeg zelden nog iemand over, maar omdat ik de zaak destijds op de voet heb gevolgd (eerst als politieman, later als journalist) weet ik dat er zeker nog zo’n vijftien zaken op de plank moeten liggen. Coby Toet, Daphne Kielman, Jeanette Sip, Jacqueline Antes, Francis Garcia Hofland, Mirjam Möller; het zijn zomaar wat namen van slachtoffers die me spontaan te binnen schieten. Er zijn in de loop der jaren wel wat verdachten in beeld geweest, onder wie (de overleden) Dick van T. en Rob “Saab” ‘t H., maar meer dan dat in beeld is er eigenlijk nooit uitgekomen. Ook is het eigenlijk nooit duidelijk geworden of er een verband is tussen de zaken, of dat de moorden door verschillende daders werden gepleegd.
Hét probleem waar de politie bij dergelijk onderzoeken tegenaan loopt – en daar zullen ze in Groningen over kunnen meepraten – is dat men in het wereldje van pooiers en prostituees nauwelijks besef heeft van tijd en plaats. “Sommige hoertjes weten werkelijk niet of het woensdag of zondag is”, heb ik een Rotterdamse recherchechef ooit horen verzuchten, “dus waar blijf je dan met je vraag of ze Jantje in die en die nacht op dat en dat uur nog hebben gezien?” Als het gaat om het horen van klanten is het volgens de inspecteur zo mogelijk nóg lastiger. “Vaak gaat het om “keurige” heren met huwelijk, hypotheek en maatschappelijke status. Hoe benader je die, zonder dat vrouwlief achter de escapes van haar man komt? En als je eenmaal een voet tussen de deur hebt, dan nóg blijft het lastig. Want nee hoor, de getuige komt nooit op de tippelzone, hoe komt de rechercheur erbij?”
Zelf ben ik wat het journalistieke veldwerk onder hoertjes en pooiers betreft ook door schade en schande wijs geworden. Begin jaren negentig wilde ik als beginnend verslaggever nog wel eens zo’n meisje op de G.J. de Jonghweg oppikken voor een betaald gesprekje. Ik vond nu eenmaal dat ik zo’n prostituee op z’n minst schadeloos moest stellen voor de tijd die ze evengoed met een betalende klant had kunnen doorbrengen. Doorgaans waren de meiden van de tippelzone daar wel voor te porren. Liever twee tientjes verdienen met een kwartiertje praten dan met een bezigheid waar ze diep in hun hart van walgden. De verhalen bleken echter niet altijd zo bruikbaar als mij in de eerste contacten waren voorgespiegeld. De geïnterviewde bleek het nieuwe slachtoffer eigenlijk niet of nauwelijks te hebben gekend, in elke klant een potentiële verdachte te zien of bij nader inzien pas te willen praten als er nóg wat werd gelapt. Volgens een oud-collega bij de politie mag ik van geluk spreken dat ik nooit ben beroofd.

Toch heb ik mijn beeld van de “gemiddelde” heroïneprostituee in die jaren behoorlijk moeten bijstellen. Als ex-diender was het in hokjes plaatsen van mensen een tweede natuur geworden en het hokje van het heroïnehoertje zag er beroerd uit. Toch gloeiden er in die bleke gezichten vaak sympathieke ogen, zo ontdekte ik, en klopte er in de uitgemergelde lichamen een warm hart. Er zaten meiden bij uit een keurig milieu, met keurige ouders en een universitaire achtergrond. Door een fout vriendje, liefdesverdriet of herrie thuis was het dan misgelopen. “Dat mijn lichaam wordt gebruikt vind ik ergste niet”, zo vertrouwde een hoertje me ooit toe. “Het is het totale gebrek aan respect voor de persoon de ik ooit was en die ik ooit weer hoop te zijn wat me vreselijk stoort. Het is waar: ik ben verslaafd, hoer, mager en ziek. Maar ook een mens en iemands dochter.”
Tips over de verblijfplaats van de Groningse Marian Kusters zijn welkom op het algemene nummer van de politie 0900-8844 of via Meld Misdaad Anoniem op 0800-7000.
Henk Strootman
Redacteur Peter R. de Vries
Het was een gewone zaterdagavond in café de Dikke Trom in het Limburgse Nuth. Terwijl buiten de regen tegen de ramen zwiept, drinken de Schotse vrienden Jonathan Kennedy, Paul M. en Roy M. gezellig wat biertjes. Tegen sluitingstijd, het is dan bijna één uur, vertrekken ze naar hun gehuurde kamers boven de kroeg. Eenmaal daar aangekomen, slaat de gemoedelijke sfeer tussen de kameraden plotsklaps om. Met fatale gevolgen. Want twee weken later wordt het lichaam van Jonathan gevonden: hij ligt opgevouwen in een kast en is met messteken om het leven gebracht. De vrienden Paul en Roy worden als verdachten aangehouden en in september 2008 tot acht jaar cel veroordeeld. Donderdag diende de eerste zitting van het hoger beroep.
Wat er precies is voorgevallen in die nacht van 6 op 7 januari 2007 blijft schimmig. Vermoedelijk is in het café al een ruzie ontstaan, maar Paul en Roy weten niet meer waarover. Volgens de één was het de stereo die te hard stond, volgens de ander ging de onenigheid over de vuile was. Vanaf hier lopen de verhalen over de toedracht van de moord sterk uiteen. Paul heeft Jonathan naar eigen zeggen een ‘fikse klap’ op zijn hoofd gegeven en hoewel hij hier een gebroken hand aan overhield, is hij daarna gaan slapen in de woonkamer. Roy beweert dat hij Jonathan ‘per ongeluk’ heeft gestoken met een keukenmes. Hij zou zijn vertrokken toen hij nog ‘alive and kicking’ was.
Hoewel de verklaringen van de jongemannen dus sterk verschillen, liegen de sporen in het appartement er niet om. De keukenvloer, de wasmachine en de muren zijn duidelijk besmeurd geweest met bloed en na de moord grondig schoongepoetst. Ook op een fles allesreiniger, een emmer en een schuursponsje (met daarop het DNA van Paul) wordt bloed van Jonathan gevonden, evenals op de schoenen en sokken van verdachte Paul. Verder wordt op het dekbedovertrek waarmee het lichaam van Jonathan in de kast was weggemoffeld DNA-materiaal van Paul gevonden. Een plausibele verklaring voor deze sporen hebben de Schotten niet.
Op 12 september 2008 moeten Paul en Roy voor de rechtbank in Maastricht verschijnen. Tegen Roy M. wordt door de officier van justitie negen jaar geëist wegens moord, Paul M. hoort twintig maanden tegen zich eisen voor het wegwerken van het lijk. Sherrin Kennedy, de moeder van Jonathan, is uit Schotland overgekomen om de zitting bij te wonen. Ze bijt de jongens toe dat “haar leven totaal verwoest is” door de moord. Haar zoon was een paar dagen voor de moord naar Zuid-Limburg vertrokken om productiewerk te gaan doen, maar had op een gegeven moment niets meer van zich laten horen. Pas twee weken na zijn vermissing hoorde Sherrin dat Jonathan was vermoord, nota bene in zijn eigen huis.
De rechtbank maakt korte metten met het verhaal van de vrienden. Vooral het verhaal dat Paul op het fatale moment zou zijn gaan slapen vindt de rechter ongeloofwaardig. Ruzie over een stereo die te hard staat, een huisgenoot die in de woonkamer met een mes staat te zwaaien en een gebroken hand zijn volgens de rechtbank nu niet de ideale omstandigheden om een dutje te doen. Bovendien heeft het opruimen van de sporen, de spullen en het verslepen van het lijk in de kamer naast Paul waarschijnlijk de nodige herrie gemaakt. Dat hij dit niet heeft gehoord, is ‘op zijn minst onwaarschijnlijk’ aldus de rechtbank.
Dat de jongens wel degelijk meer weten van de moord, leidt de rechter verder af uit een aantal opmerkingen van Paul tegenover de politie. Zo heeft de 34-jarige in een verhoor spontaan opgebiecht dat Jonathan in een muurkast van het appartement was gevonden. Even later had hij zelfs weten te vertellen dat het slachtoffer met drie messteken in het hart om het leven was gebracht. Allemaal informatie die de politie nog niet vrijgegeven had (zogenaamde daderwetenschap) en dus alleen bij de moordenaar bekend kon zijn. De jongens sloegen bovendien geen alarm toen bleek dat hun huisgenoot de volgende dag verdwenen was, terwijl ze hem de avond daarvoor volgens hun verklaringen nog hadden geslagen en gestoken.
Hoewel het weliswaar nooit duidelijk is geworden wie de dodelijke steek heeft toegebracht staat het volgens de rechtbank vast dat het óf Roy óf Paul moet zijn geweest. Op 26 september 2008 worden ze allebei tot acht jaar cel veroordeeld wegens doodslag in vereniging. De advocaten van de mannen, Peer Szymkowiak en Francoise Landerloo, hadden vrijspraak geëist en reageerden verbouwereerd op het vonnis. Meteen na de zitting werd dan ook hoger beroep aangekondigd.
Donderdag 4 maart was de eerste dag van dit hoger beroep, een zogeheten regiezitting waarin de stand van het onderzoek en de aanvullende onderzoekswensen behandeld worden. Wanneer de zaak wordt voortgezet is nog niet bekend.
Marijke Kuin
Redacteur Peter R. de Vries

Advocaat Ruud van Boom
Tijdens de regiezitting bij het gerechtshof Arnhem op 5 februari bleek mr. Ruud van Boom, de raadsman van de tot vijftien jaar cel veroordeelde Ron P. voor de moord op Christel Ambrosius, behoorlijk wat noten op zijn zang te hebben. In een urenlang betoog verzocht hij onder andere om het horen van bijna honderd getuigen en het voegen van oude dossierstukken bij het nieuwe. Onder de toehoorders leek bijna niemand te geloven dat Van Boom in met name het laatstgenoemde verzoek zijn zin zou krijgen. Ook de advocaat-generaal had er weinig fiducie in. “We gaan deze nieuwe zaak niet gebruiken om de oude nog eens over te doen”, zei hij.
Donderdag heeft het gerechtshof echter in een tussenvonnis bepaald dat het oude dossier inderdaad bij het nieuwe dient te worden gevoegd, “behoudens de persoonsdossiers van de gewezen verdachten en eventueel andere betrokkenen”. Mooi voor Van Boom, maar het betekent ook dat hij zich de komende tijd door 60.000 pagina’s aan processen-verbaal mag worstelen, een klusje waar hij naar eigen berekening minimaal 333 uren zoet is. Ook het verzoek van de raadsman om een uroloog en een gynaecoloog te mogen horen werd door het Hof gehonoreerd. Het horen van een kleine honderd andere getuigen (onder wie Peter R. de Vries en demissionair minister van justitie Hirsch Ballin) werd echter afgewezen.
Het volledige arrest staat hier.
De nieuwe zittingsdatum is nog niet bekend.
]]>De gruwelijke moord op de 88-jarige Jannie de Kruys-Deen uit Meppel is typisch zo’n zaak waarvan je zou denken dat ie binnen een mum van tijd is opgelost. De dader is gezien, hij is zo attent geweest zijn fiets achter te laten, de recherche weet precies op wat voor schoenen hij liep en verder is zijn DNA bekend. Wat heb je als onderzoeksteam nog meer nodig, zou je denken?
Het is de nacht van dinsdag 16 juni 2009, 03.30 uur, als verpleegsters van zorginstelling ABC De Stouwe aan de Reestlaan in Meppel tijdens een routineronde de kamer van mevrouw De Kruys binnenkomen. Tot hun schrik zien ze nog net hoe een man, die kennelijk even tevoren de kamer was binnengeslopen, zich via het openstaande raam haastig uit de voeten maakt. Op vrijwel datzelfde moment zien de verpleegsters dat de oude mevrouw De Kruys dood op bed ligt. Ze is met tape vastgebonden en gedeeltelijk ontkleed. De onthutste verpleegsters bedenken zich geen moment en bellen het alarmnummer.
Voor de recherche staat meteen vast dat de insluiper van plan moet zijn geweest een zedenmisdrijf te plegen. Een nogal verontrustend gegeven, want hoe ziek moet je zijn om in het holst van de nacht een weerloze 88-jarige vrouw vast te binden en de kleren van het lijf te trekken? Hoe lang zal het duren voordat deze psychopaat, die blijkbaar niet uit hebzucht maar uit lust handelt, opnieuw toeslaat? In Meppel en omgeving zit de schrik er dan ook goed in. Want had het er eerst nog naar uitgezien dat met de recente arrestatie van een 25-jarige veelpleger een einde was gekomen aan een reeks insluipingen bij diverse zorginstellingen, kennelijk is er nog ééntje actief. En nog een veel gevaarlijkere ook…
De rechercheurs van het Team Grootschalig Optreden (TGO) lijken al snel succes te boeken. In de directe omgeving van de plaats delict wordt een fiets aangetroffen die zo goed als zeker door de verdachte is gebruikt. Ook stellen de forensische specialisten bij de vindplaats schoensporen veilig die identiek zijn aan de sporen die op het raamkozijn van mevrouw De Kruys’ kamer waren aangetroffen. Belangrijker nog is het DNA-materiaal van de verdachte dat op de PD wordt gevonden. Als het een beetje meezit is de arrestatie van de moordenaar slechts een kwestie van tijd.
Maar dat blijkt een misrekening. Als het genetische materiaal wordt vergeleken met de profielen in de DNA-databank komt daar geen match uit rollen. En daarmee is het TGO haar grootste troef voorlopig kwijt. Waar het team het dan vooral van moet hebben zijn de fiets en het schoenspoor. De fiets, een zwarte Batavus Barcelona, blijkt in 1997 te zijn geleverd aan een rijwielhandel in het Noord-Hollandse Opmeer. De vraag is via welke omzwervingen de fiets in twaalf jaar tijd in Meppel terecht is gekomen en hoe ‘ie uiteindelijk bij de verdachte is beland. Van de schoenen, het ándere belangrijke spoor, weet de recherche aan de hand van de afdrukken dat het gaat om het type Nike Court Tradition II. Omdat de aangetroffen afdrukken nogal gaaf waren en duiden op weinig slijtage aan de zool, gaat de recherche er vanuit dat de Nikes betrekkelijk nieuw waren.
Het spreekt voor zich dat de recherche er zeer op gebrand is de laffe moord op mevrouw De Kruys-Deen zo snel mogelijk op te lossen. Maar de realiteit is dat het onderzoek na een veelbelovende start niet erg meer wil vlotten. En ook qua tips houdt het niet over, ondanks massale flyeracties en media-aandacht. Inmiddels heeft de officier van justitie een beloning uitgeloofd van 15.000 euro voor informatie die leidt tot aanhouding van den dader.
Weet u meer over de moord op Jannie de Kruys-Deen? Bel dan de politie op 0900-8844 of mail hier onze redactie. Dit mag uiteraard anoniem.
Henk Strootman
Redacteur Peter R. de Vries
‘Beste Peter,
Vandaag is het al weer twintig jaar geleden, niet te bevatten, de woede is nooit minder geworden. Wat dat betreft heeft de tijd stil gestaan. Wonderlijk ook hoe je kan hechten aan een datum. Ik vraag mij ieder jaar weer af wat beide heren op een dag als vandaag denken…’.
Met vriendelijke groet,
M.
Dit leest als een raadselachtige tekst, maar voor mij is het dat niet. Ik heb vaker contact met M. en weet daardoor meteen dat hij het heeft over de moord op zijn moeder, de 44-jarige Yvonne Honders, op 1 maart 1990 in de Haarlemmermeerpolder. In een van de eerste jaren van mijn programma heb ik een uitzending aan deze curieuze zaak gewijd en sindsdien heb ik contact met M. Het is een misdrijf dat ook mij nog altijd dwars zit, om dat de twee hoofdverdachten in deze zaak – tegen wie er toch echt de nodige belastende feiten lagen – om ondoorgrondelijke redenen nooit terecht hebben gestaan. Daarom schrijft M ook: ‘Ik vraag mij ieder jaar weer af wat beide heren op een dag als vandaag denken’.
Yvonne Honders was een vrijgevochten blondine, een voormalig grafisch ontwerpster, die op de avond van van 1 maart 1990 ging stappen in Amsterdam. Er werd een behoorlijk slokje gedronken en het werd laat. Vast staat dat Yvonne die nacht, na het cafébezoek, mee ging met Bert K. en Flip S., de ‘beide heren’ uit de brief van Yvonne’s zoon. Over wat er daarna is gebeurd lopen de lezingen uiteen, maar feit is dat Yvonne de volgende dag grotendeels ontkleed dood in het water langs de Aalsmeerderweg in de Haarlemmermeer is aangetroffen.
Toen Bert K. en Flip S. over de zaak werden gehoord, verklaarden ze dat het bedoeling was om met Yvonne op de achterbank van de auto met haar instemming op een rustig plekje wat te rotzooien, maar dat het daar niet van was gekomen. Er was ruzie ontstaan. De mannen hadden haar daarom op die verlaten plek achtergelaten in de veronderstelling – zo verklaarden zij – dat Yvonne wel een lift zou krijgen. Of dat van veel logisch denken getuigt om half vijf ’s morgens waag ik te betwijfelen. Volgens het duo was Yvonne geheel gekleed toen ze wegreden, maar luttele uren later werd Yvonne daar dus dood in het water gevonden, terwijl haar legging aan de overkant van de sloot werd gevonden. Haar laarsjes stonden keurig naast elkaar op de brug. Er zat geen modder aan en er werden ook geen voetsporen van haar aangetroffen, waardoor de recherche vermoedt dat Yvonne met kop en kont uit de auto is gegooid en haar kleren er achter aan. In dat scenario is er wel degelijk in de auto ‘gerommeld’, al dan niet vrijwillig. Misschien was Yvonne al dood toen ze uit de auto werd gezet, mogelijk is ze daarna pas verdronken, toen ze in het ijskoude water van de vaart terecht kwam. Yvonne kon zich ook niet heel makkelijk bewegen omdat ze een gespalkte gebroken vinger had.
Tijdens het onderzoek kwamen er heel veel belastende en ongerijmde gedragingen van Flip en Bert boven water. Vooral Flip deed ook enkele verdachte uitspraken, maar wonderbaarlijk genoeg kwam het nooit tot een rechtszaak tegen de twee mannen. Wie meer gedetailleerd hierover wil lezen, kan ons dossier over de zaak aanklikken.
En deze week is het dus 20 jaar geleden dat dit allemaal is gebeurd. Dat lijkt lang, maar voor M. is het als de dag van gisteren. Hij mist zijn moeder en is verbitterd over de halfbakken wijze waarop de zaak de doofpot in is gegaan. Ik begrijp dan ook heel goed zijn vraag WAT ‘beide heren’ op de dag van dit trieste jubileum zouden hebben gedacht. Ik vraag me echter af OF ze er überhaupt aan hebben gedacht… of ze ooit nog worden geplaagd door de gedachte wat er die nacht werkelijk met Yvonne is gebeurd. Voor het geval ze dit dagboek toevallig onder ogen komt: voor echt berouw is het nooit te laat, ook na 20 jaar niet….
Dit is voor de komende week het laatste dagboekje. Ik vertrek vandaag naar het buitenland – nee, ik kan niet zeggen waar naar toe… – en kom op 9 of 10 maart weer terug en dan houd ik u weer van al mijn beslommeringen dagelijks op de hoogte.
Tot dan!
Peter R. de Vries
]]>Bijna twee miljoen mensen zagen in onze uitzending van 1 november vorig jaar hoe enkele flitsteams van het KLPD zich weinig of niets aantrokken van de snelheidsbeperkingen. Door de teams gedurende enkele weken met geijkte snelheidsmeters vanaf de controleplek naar het districtsbureau te volgen, konden we het wangedrag van de dienders nauwkeurig in kaart brengen. De uitkomsten waren schokkend, zo vonden niet alleen onze kijkers, maar ook de leidinggevenden van de betrokken KLPD’ers.
Kort na de geruchtmakende uitzending werd dan ook meteen disciplinair onderzoek naar de verantwoordelijken aangekondigd. Hoewel dergelijke toezeggingen vaak met de nodige scepsis worden ontvangen heeft het KLPD gedaan wat het beloofde. In een brief aan Peter R. de Vries schrijft het Hoofd Veiligheid & Integriteit mr. Henny Bouwmeister: “Dankzij de door u verstrekte informatie zijn we in staat geweest om een adequaat intern onderzoek in te stellen tegen betrokken. Deze kwestie heeft positief bijgedragen aan het door ons voorgestane beleid om als overheidsorganisatie meer een lerende organisatie te zijn als het gaat om integriteit van alle medewerkers.”
Maar daar blijft het niet bij. Alle medewerkers van het KLPD die in onze uitzending werden betrapt hebben volgens Bouwmeister daadwerkelijk een disciplinaire straf gekregen. “En ook hebben betrokkenen separaat vanuit justitie een geldboete gekregen zoals dit voor alle burgers geldt, waarbij voor de strafmaat is uitgegaan van de door u verstrekte informatie en het proces-verbaal van het door ons ingestelde intern onderzoek.” Over het feit dat sommige dienders zó hard reden dat ze naar de letter van de wet hun rijbewijs hadden moeten inleveren wordt overigens met geen letter gerept.
Om te voorkomen dat de mannen en vrouwen van de flitsteams in de toekomst opnieuw de fout in gaan zijn er inmiddels enkele “organisatorische maatregelen” genomen, waaronder “nieuwe instroom van voertuigen, die zijn voorzien van een zogenaamde blackbox en periodieke herhalingsinstructie met gerichte aandacht voor integriteit en eigen rijgedrag.” Verder meldt Bouwmeister dat de auto’s van de taakgroep zijn voorzien van een snelheidsbegrenzer; een nogal opmerkelijke gang van zaken, omdat daarmee de suggestie wordt gewekt dat agenten niet de discipline hebben om zelf een beetje op hun snelheid te letten.
De KLPD-chef besluit zijn brief met een bedankje. We blijken met ons programma zowaar een “bijdrage te hebben geleverd aan het versterken van de integriteit van overheidsdienaars.”
Waarvan dus maar even akte.
Henk Strootman
Redacteur Peter R. de Vries