Op 24 juni 2004 treft een politieman een lichaam aan in een natuurgebied in de Amsterdamse Bijlmermeer. Het slachtoffer is de 57-jarige Rhae Ann Mattice. Ze is vermoedelijk twee dagen eerder vermoord.
Rhae-Ann is van oorsprong Canadese. Haar vader was een van de bevrijders uit de Tweede Wereldoorlog. De vrouw woonde vlakbij de plaats delict in flatgebouw De Gouden Leeuw in de Amsterdamse Bijlmermeer, samen met haar 20-jaar jongere echtgenoot Ali die zij na een eerder huwelijk en een langdurige tweede relatie had ontmoet.
Rhae-Ann en Ali ontmoetten elkaar in het winkeltje No Budget, een zaak in tweedehands kleding voor de armsten van de Bijlmer. Rhae runde deze winkel. Het was haar lust en haar leven. Ze stond erom bekend dat ze iedereen wilde helpen. Vaak leende ze geld of stopte ze arme buurtbewoners zomaar wat toe. En zo werd de altijd in het zwart geklede Rhae Ann Mattice een geliefde en bekende verschijning in haar deel van de Bijlmermeer.
Opvallend genoeg haalt de moord maar zeer summier de kranten. Dat terwijl het om een gruwelijke moord gaat, aldus de bekende patholoog anathoom dr. Visser in zijn sectieverslag. De vrouw is niet alleen langdurig en zeer hard met een ‘kantig’ voorwerp geslagen, maar de dader heeft waarschijnlijk ook op haar keel gestaan. Ze heeft zeer veel bloedingen, een verbrijzeld strottehoofd, een gebroken sleutelbeen, een complexe schedelbreuk, massale bloeduitstortingen bij de wervelkolom en bij een röntgenscan wordt zelfs een vulling uit haar kies in haar hoofdgebied gevonden. Dr. Visser spreekt van extreem heftig geweld.
Er wordt geen dna-materiaal van de dader aangetroffen en ook het sporenonderzoek levert niets bruikbaars op. De dag van de vermissing stormde het in Nederland, waardoor er waarschijnlijk veel verloren is gegaan. In het water rondom de plaats delict wordt tevergeefs door duikers gezocht naar een moordwapen. Wel komt vast te staan dat het waarschijnlijk om een roofmoord gaat, zo blijkt uit het politiedossier.
De vrouw mist haar GSM, een zilverkleurig sigarettendoosje, haar identiteitskaart, haar portemonnaie met hoogstwaarschijnlijk 75 euro, een nylon rugzakje, huissleutels, haar bankpas en haar creditcard. De Amsterdamse Recherche van het bureau Flierbosdreef start direct een grootschalig onderzoek naar wie deze gruwelijke moord op zijn geweten heeft. Dat onderzoek richt zich al heel snel op echtgenoot Ali.
Ali is in 1997 naar Nederland gekomen vanuit het Afrikaanse Togo. Ze werden verliefd en in 2000 trouwde Rhae met hem. Getuigen verklaren dat het een slecht huwelijk was. Ali en Rhae vernederden elkaar regelmatig. Hij schold haar onder meer uit voor vies oud wijf. Ooit heeft hij haar zelfs -zo verklaart de zuster van Rhae- gedreigd met: ‘I kill you’. Ook wilde Ali de laatste tijd nooit samen met haar over straat lopen, alsof hij zich voor haar schaamde. Volgens enkele getuigen is Rhae zelfs weleens door Ali geslagen. Het tweetal stond daarom op het punt uit elkaar te gaan. En ook daar was weer strijd over. Was de moord een crime passionel?
Ali verklaart tegenover de politie dat hij niets met de dood van zijn vrouw te maken heeft. Hij was de ochtend van de 24-ste juni om 4 uur ‘s nachts opgestaan om naar zijn werk te gaan op de Bloemenveiling in Aalsmeer, zegt hij. Toen hij de flatwoning verliet rond een uur of 5 was zijn vrouw nog binnen. En inderdaad, er zijn bewakingsbeelden van flat De Gouden Leeuw, waarop te zien is dat Ali om tien voor vijf in de morgen naar de uitgang van de flat loopt, op weg naar zijn werk.
Op de Bloemenveiling Aalsmeer verklaren zijn collega’s dan tegenover de politie dat Ali die dag inderdaad gewoon op zijn werk was verschenen. Hij heeft het niet gedaan.












